Vormverzuimen a.b.i art. 359a Sv en daarbuiten. De aan verweer en middel ten grondslag liggende stelling dat het op 15 juni 2000 vastgestelde dactyloscopisch profiel volgens de destijds geldende regels vernietigd had behoren te zijn, kan, indien juist, niet de gevolgtrekking drag
Wetboek van Strafvordering
Art. 328 Sv
Genoemd in 478 uitspraken · Officiële wettekst
478 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 16 · live
HR: 81.1 RO.
WOTS-zaak. Afwijzing aanhoudingsverzoek. De Rb heeft het namens veroordeelde primair gevoerde verweer strekkende tot afwijzing van de vordering verworpen en in dat verband o.m. geoordeeld dat het op de weg van veroordeelde had gelegen om dit verweer met feiten en omstandigheden t
1. Verzuim te beslissen over het opnieuw oproepen van niet bij de RC verschenen getuigen? 2. Aanvulling bewijsmiddelen, art. 365a Sv. 3. Falende klacht over denaturering bewijsmiddel. Ad 1. Het verzoek tot het horen van X en Y als getuige moet worden aangemerkt als een verzoek a.
Getuigenverzoek, maatstaf. In art. 410.3 Sv jo. art. 263.2 Sv ligt als vereiste besloten dat de daar bedoelde opgave van getuigen of deskundigen voldoende stellig en duidelijk als zodanig in de appelschriftuur moet zijn vermeld. De beoordeling van de vraag of een appelschriftuur
WOTS-zaak. Afwijzing aanhoudingsverzoek. De Rb heeft bij de afwijzing van het verzoek a.b.i. 328 jo. 331 jo. 315 Sv (o.g.v. art. 28.4 WOTS van overeenkomstige toepassing) een onjuiste maatstaf aangelegd. Het middel behoeft nochtans niet tot cassatie te leiden, nu inwilliging van
Op de voet van art. 369 lid 2 Sv, in samenhang met art. 328 Sv dat in art. 367 Sv van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op het rechtsgeding voor de politierechter, is de officier van justitie bevoegd te vorderen dat de strafzaak door de meervoudige kamer van de rechtbank
Geen beslissing op getuigenverzoek. Er is een verzoek gedaan a.b.i. art. 328 jo. art. 331 Sv en 415 Sv en de aan dat verzoek verbonden voorwaarde is vervuld zodat een uitdrukkelijke beslissing op dat verzoek was vereist. Noch het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger bero
1. Afwijzing (voorwaardelijk) getuigenverzoek a.b.i. art. 331.1 jo. 328 jo. 315 Sv. Het Hof heeft de juiste maatstaf toegepast en de afwijzing van het verzoek toereikend gemotiveerd, nu de verdediging niet heeft aangevoerd waaromtrent X als getuige gehoord diende te worden. 2. Fa
1. Afwijzing (voorwaardelijk) getuigenverzoek a.b.i. art. 331.1 jo. 328 jo. 315 Sv. Het Hof heeft de juiste maatstaf toegepast en de afwijzing van het verzoek toereikend gemotiveerd, nu de verdediging niet heeft aangevoerd waaromtrent X als getuige gehoord diende te worden. 2. Fa
1. Afwijzing (voorwaardelijk) getuigenverzoek a.b.i. art. 331.1 jo. 328 jo. 315 Sv. Het Hof heeft de juiste maatstaf toegepast en de afwijzing van het verzoek, mede in aanmerking genomen hetgeen ter ondersteuning van het verzoek is aangevoerd, toereikend gemotiveerd. 2. Falende b
Salduz-verweer. Verdachte is niet de gelegenheid geboden voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat te raadplegen. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is reeds op die enkele grond - afgezien van niet terzake doende uitzonderingen - sprake van een onher
Klacht over verzuim te beslissen op voorwaardelijk gedaan getuigenverzoek. Het Hof heeft, tegen de achtergrond van hetgeen aan het verzoek tot het (doen) horen van de getuigen ten grondslag is gelegd, kennelijk en niet onbegrijpelijk de voorwaarde waaronder het verzoek is gedaan
Het voorschrift van art. 330 Sv veronderstelt - v.zv. het een verzoek betreft dat strekt tot het (doen) verrichten van nader onderzoek - dat de verzoeker welomschreven onderzoekshandelingen opgeeft, zoals het nog (doen) horen van met name genoemde getuigen (of getuige-deskundigen
Afwijzing getuigenverzoek. Nu het bij pleidooi gedane verzoek, gelet op hetgeen t.t.z. is aangevoerd, onmiskenbaar ertoe strekte de verklaring van verbalisant Y55 op betrouwbaarheid te toetsen, is ’s Hofs oordeel niet zonder meer begrijpelijk gemotiveerd.
Getuigenverzoek. Het Hof heeft het verzoek aan de hand van de juiste maatstaf afgewezen. De afwijzing is in het licht van hetgeen door de verdediging is aangevoerd niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. De politieverklaringen van X zijn niet het enige bewijsmiddel waaruit
1. Afwijzing verzoek Oslo-confrontatie. 2. Afwijzing getuigenverzoek, maatstaf. Ad 1. In ’s Hofs oordeel ligt besloten dat het geen noodzaak heeft gezien voor toewijzing van het verzoek. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent de te dezen toepasselijke maa
Het middel klaagt dat het OM heeft gehandeld in strijd met beginselen van een behoorlijke procesorde, met de art. 30 e.v. Sv en met art. 6 EVRM, door aan verdachte kennisneming van een deskundigenrapport met belastende conclusies voorafgaand aan zijn verhoor te onthouden zodat “v
Getuigenverzoek. Door te overwegen dat het verzoek wordt afgewezen omdat door verdachte misbruik wordt gemaakt van procesrecht, heeft het Hof een onjuiste maatstaf aangelegd bij zijn beslissing. Vzv. het Hof voorts - ten overvloede - heeft overwogen dat verdachte de noodzaak tot
Art. 330 Sv. Niet beslissen op (voorwaardelijk) getuigenverzoek. De handgeschreven aantekening in de pleitnota kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als behelzende het verzoek om X als getuige te horen indien diens eerder afgelegde verklaring voor het bewijs zou worden gebru
HR: 81RO.
De beslissing op een verzoek tot het horen van een persoon als getuige is een verzoek waaromtrent de rechter ingevolge art. 330 Sv op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een gemotiveerde beslissing moet geven. Een dergelijke beslissing dient te zijn vervat in het verkorte vonnis
Slagende bewijsklacht. Uit de bewijsvoering kan niet worden afgeleid dat het paspoort dat verdachte voorhanden heeft gehad een door misdrijf verkregen goed betrof.
Noodweerexces. Het Hof laat in het ongewisse of het de f&o die aan het verweer ten grondslag zijn gelegd niet aannemelijk acht dan wel die f&o het beroep op noodweerexces niet rechtvaardigen.
Piranha. Uitleg “werven voor gewapende strijd”, art 205.1 Sr. De tekst van art. 205 Sr noch de wetsgeschiedenis biedt steun aan de opvatting dat iemand die reeds “de gewapende strijd is toegedaan” niet meer kan worden geworven voor die gewapende strijd. Voor het ontstaan van stra