Beslag. Art. 94 Sv en art. 353.1 Sv. De bestreden uitspraak houdt in strijd met art. 353.1 Sv geen beslissing in t.a.v. een aantal met toepassing van art. 94 Sv inbeslaggenomen voorwerpen. HR wijst de zaak terug naar het Hof opdat de zaak wat betreft bedoelde inbeslaggenomen voor
Wetboek van Strafvordering
Art. 322 Sv
Genoemd in 228 uitspraken · Officiële wettekst
228 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
N-o verklaring ingestelde h.b. Verdachte heeft h.b. ingesteld tegen het vonnis van de Rb, waarbij het OM n-o werd verklaard in de strafvervolging. De aan het oordeel van het Hof ten grondslag liggende rechtsopvatting dat een verdachte in zijn h.b. n-o kan worden verklaard als hij
Profijtontneming. Getuigenverzoek. De overweging van het Hof moet aldus worden verstaan dat het Hof ex art. 288.3 Sv met toestemming van de AG van hernieuwde oproeping van de getuige heeft afgezien. Gelet op art. 331.2 Sv kon het Hof ook zonder de toestemming van de betrokkene al
Zonder instemming van verdachte horen van getuigen door één van de leden van het Hof als Rh-C die nadien aan het onderzoek ttz. heeft deelgenomen. Art. 316.2 Sv. Redelijke wetsuitleg van art. 316.2 Sv - dat ook in h.b. toepasselijk is - brengt mee dat de daar genoemde instemming
Beschikking. Zonder instemming van klaagster horen van getuigen door één van de raadsheren als Rh-C die nadien als raadsheer aan de behandeling in r.k. heeft deelgenomen. Artt. 21.1 en 21.4 Sv en 316.2 Sv. Uit art. 21.1 en 21.4 Sv, in samenhang beschouwd, volgt dat art. 316 Sv oo
HR: art. 81 RO.
Bewijsklacht. Het middel klaagt op zichzelf terecht dat het Hof de bewezenverklaring heeft doen steunen op de verklaring die medeverdachte X heeft afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, waar diens zaak tegelijk, doch niet gevoegd, met die van verdachte werd behandeld. In he
Tegenstrijdigheid in de bewezenverklaring? De vraag of bepaalde gedragingen verduistering of oplichting opleveren, laat zich niet steeds ondubbelzinnig beantwoorden, maar die beantwoording is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Niet op voorhand kan worden uitgesloten
Art. 81 RO. Haags Kinderontvoeringsverdrag; verzoek om teruggeleiding; geen weigeringsgrond als bedoeld in art. 13 Hkov.
Het gerechtshof veroordeelt de 36-jarige verdachte tot een gevangenisstraf van 14 jaren. Het hof acht bewezen dat de verdachte op of omstreeks 30 september 2006 in Den Haag een vriend van hem om het leven heeft gebracht. De verdachte is samen met het slachtoffer in een auto midde
Terugverwijzingsopdracht. Vervolg op HR LJN BF3297. Art. 301 Sv. Gebruik van een getuigenverklaring afgelegd op een vóór de terugwijzing gehouden onderzoek t.t.z. HR herhaalt de relevante overwegingen uit HR LJN BM4310. Een en ander geldt ook voor het onderzoek na verwijzing of t
Getuigenverzoek. Maatstaf. Voortbouwend appel. ’s Hofs oordeel dat de verdediging het eerdere verzoek heeft ingetrokken is niet zonder meer begrijpelijk. Het verzoek is i.c. dan ook een verzoek ex art. 414.2 jo. 263.2 en 3 Sv welk verzoek de rechter o.g.v. art. 418.1 Sv slechts k
Het Hof heeft verzuimd in het bestreden arrest een met redenen omklede beslissing te geven op een verweer als bedoeld in art. 359a Sv omtrent de rechtmatigheid van de doorzoeking van de woning van verdachte en het aldaar aantreffen van de hennepkwekerij. Dat leidt tot nietigheid
Het hof heeft ten onrechte niet uitdrukkelijk met redenen omkleed beslist op een gevoerd verweer met betrekking tot de redelijke termijn.
Art. 322.4 Sv. Het verzoek van de verdediging tot het doen opmaken van gedragsdeskundige rapportage is niet een beslissing als bedoeld in art. 322.4 Sv. Dat brengt mee dat het middel onbesproken moet blijven.
Profijtontneming. Art. 322.3 Sv, art. 331.2 Sv, niet uitdrukkelijk gemachtigde raadsman. In HR LJN BP2412 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het geven van toe- of instemming door een raadsman, zoals op grond van art. 322.3 Sv een bevoegdheid is van de raadsman die, naar volgt uit
Art. 322.3 Sv, art. 331.2 Sv, niet uitdrukkelijk gemachtigde raadsman. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever het geven van toe- of instemming door een raadsman - zoals i.c. o.g.v. art. 322.3 Sv - heeft gezien als een bevoegdheid van de raadsman, die, naar volgt uit art.
Art. 322.3 Sv, art. 331.2 Sv, niet uitdrukkelijk gemachtigde raadsman. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever het geven van toe- of instemming door een raadsman - zoals i.c. o.g.v. art. 322.3 Sv - heeft gezien als een bevoegdheid van de raadsman, die, naar volgt uit art.
Profijtontneming. Art. 322.3 Sv, art. 331.2 Sv, niet uitdrukkelijk gemachtigde raadsman. In HR LJN BP2412 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het geven van toe- of instemming door een raadsman, zoals op grond van art. 322.3 Sv een bevoegdheid is van de raadsman die, naar volgt uit
Beoordeling bezwaarschrift ex artikel 208 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank is van oordeel dat artikel 316, derde lid, Sv niet verder strekt dan te bepalen dat, indien een onderzoekshandeling wordt verricht, deze wordt verricht overeenkomstig de (procedure)vo
De militaire kamer veroordeelt een luitenant-kolonel tot een werkstraf gedurende veertig uren wegens schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats voor het openbaar verkeer bestemd.
Proces-verbaal van de ziting van 14 februari 2011.
1. Getuigenverzoek, maatstaf. 2. Voorhanden hebben, art. 26 WWM. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BJ3295: art. 418.3 Sv ziet, waar wordt gesproken van "een niet bij schriftuur opgegeven getuige" op een o.d.v.v. art. 263 jo. art. 414.2 Sv opgegeven getuige. Dat
Afwijzing getuigenverzoek. Het middel is terecht voorgesteld op de gronden vermeld in de conclusie van de A-G.
Art. 322.4 Sv. Casus: Hof hoort getuige ttz. Op een volgende tz. wordt het onderzoek opnieuw aangevangen. Klacht in cassatie: bij het opnieuw aanvangen heeft het Hof de bij schriftuur opgegeven getuigen niet gehoord c.q. opgeroepen. HR: onder “beslissingen van de Rb inzake het ho