Onderzoek “Jasmijn”. HR: art. 81.1 RO en ambtshalve vermindering van de opgelegde straf i.v.m. overschrijding van de redelijke termijn.
Wetboek van Strafvordering
Art. 322 Sv
Genoemd in 228 uitspraken · Officiële wettekst
228 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Afwijzing verzoek tot horen medeverdachte als getuige. Na vergeefse betekeningspogingen op (oud) GBA-adres getuige en tevergeefs uitgevaardigd bevel medebrenging heeft het Hof geoordeeld dat het onaannemelijk is dat getuige binnen een aanvaardbare termijn gehoord kan worden. HR:
De rechtbank heeft het niet-ontvankelijkheidsverweer verworpen en een 24-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf jaar voor doodslag op de partner van zijn moeder, door na een ruzie het slachtoffer door het hoofd en in zijn lichaam te schieten. De rechtbank spreekt
Economische zaak. Afzien horen niet verschenen getuige. HR verwijst naar ECLI:NL:HR:2000:ZD2182. Gelet op art. 331.2 Sv kon het Hof ook zonder de toestemming van de niet ter terechtzitting verschenen verdachte afzien van een nadere oproeping van de niet verschenen getuige. Door v
HR: art. 81.1 RO. Moord in ’t Kleine Kroegje te Groningen.
HR: art. 81.1 RO. De overschrijding van de inzendtermijn wordt gecompenseerd doordat de HR de zaak binnen 14 maanden na het instellen van het cassatieberoep afdoet.
1. Art. 311.4 Sv, laatste woord, 2. Afwijzing getuigenverzoek. Ad 1. Uit het p-v van de tz. blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet
Dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden. Art. 14e Sr en art. 77za.1 Sr. Een rechtelijke uitspraak mag in de regel pas tenuitvoergelegd worden nadat zij onherroepelijk is geworden en de in art. 77za Sr voorziene uitzondering op deze regel m.b.t. de dadelijke uitvoerbaarhe
Niet-naleving art. 322.3 Sv, geen instemming hervatting onderzoek bij gewijzigde samenstelling na schorsing. Het p-v tz. houdt in dat het onderzoek is hervat in de stand waarin het zich bevond t.t.v. de schorsing daarvan doch houdt niet in dat de AG en verdachte daarmee hebben in
Afwijzing getuigenverzoek, mensenhandel. Vd mist een voldoende rechtens te respecteren belang bij zijn klacht in cassatie dat het in h.b. herhaalde getuigenverzoek onbegrijpelijk gemotiveerd is afgewezen, in aanmerking genomen dat niet wordt opgekomen tegen ’s Hofs oordeel dat de
HR: art. 81.1 RO.
HR wijst overzichtsarrest inzake het oproepen en horen van getuigen t.tz. op verzoek van de verdediging in gewone strafzaken. Ic heeft het Hof het horen van de getuigen niet noodzakelijk geacht. Dat is een beslissing ex. art. 328 en 331.1 jo art. 315 Sv welke bepalingen op de voe
Wrakingsverzoek afgewezen. Geen grond voor wraking in afwijzing van hernieuwd verzoek van de verdediging tot horen van tolken, verbalisanten en teamleider t.a.v. de wijze van vertalen en selecteren van audio-bestanden. Geen grond voor wraking in afwijzing van verzoek van de verde
HR: art. 81.1 RO.
Procesreglement. De middelen, die klagen dat door het ontbreken van pagina’s van het p-v ttz in h.b. niet kan worden vastgesteld dat het Hof heeft beslist op de verzoeken van de verdediging en of het onderzoek al dan niet is hervat met instemming, moeten onbesproken blijven omdat
Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 429 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:CA1610 m.b.t. beperking van cassatieberoep tot de beslissingen over onderdelen van de tll. waarin een zelfstandig strafrechtelijk verwijt is omschreven. De bewezenverklaringen van
HR: 81.1 RO en volstaan met de constatering dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden.
HR: art. 81.1 RO.
HR: 81.1 RO.
Intrekken h.b. na aanvang van de behandeling in h.b. HR herhaalt HR LJN BP2709. Het stond het Hof vrij om geen toepassing te geven aan art. 416.2 Sv op grond dat het Hof niet uitsloot dat het t.a.v. verdachte tot een andere beslissing zou komen dan de Rb. In het midden kan blijve
Grooming. 1. Verhouding art. 248e Sr en art. 23 van het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik (Verdrag van Lanzarote). 2. Kwalificatieklacht. Ad 1. De klacht die kennelijk berust op de opvatting dat de rec
Art. 81.1 RO.
Art. 322.3 Sv. Het Hof heeft, nadat de zaak al inhoudelijk was behandeld op een eerdere tz., het o.ttz. hervat zonder instemming van de AG en de aanwezige verdachte. Dit heeft nietigheid van het onderzoek ttz. en de mede naar aanleiding daarvan gewezen einduitspraak tot gevolg.
De zaak is aangevangen bij de rechtbank Alkmaar zittinghoudende te Amsterdam in 2012. Na aanhouding is de behandeling van de zaak na 1 januari 2013 voortgezet. Het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen - op grond waarvan eerder de bevoegdheid van de rechtbank Alkmaar,
Weigerende observandus. Art. 37.2 jo. 37.3 Sr. Het klaarblijkelijke oordeel van het Hof dat zich i.c. het in art. 37.3 Sr bedoelde geval voordoet dat verdachte weigert medewerking te verlenen aan een onderzoek als in die bepaling bedoeld, geeft niet blijk van een onjuiste uitleg