1. Regiezitting en voorlopige beslissing. 2. Art. 322.4 Sv. Ad 1. De wetgever heeft onmiskenbaar voor ogen gehad dat op een zgn. regiezitting, dus voorafgaand aan de ttz(en) waarop de zaak inhoudelijk zal worden behandeld, een definitieve beslissing wordt gegeven op verzoeken van
Wetboek van Strafvordering
Art. 321 Sv
Genoemd in 21 uitspraken · Officiële wettekst
21 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Afwijzing getuigenverzoek, maatstaf. In het geval dat het onderzoek ttz. is geschorst en het verzoek tot het oproepen van getuigen eerst is gedaan of - na eerdere afwijzing - herhaald na de schorsing, is de maatstaf bij de beoordeling van het verzoek of de noodzaak van hetgeen wo
1. Regiezitting en voorlopige beslissing. 2. Art. 322.4 Sv. Ad 1. De wetgever heeft onmiskenbaar voor ogen gehad dat op een zgn. regiezitting, dus voorafgaand aan de ttz(en) waarop de zaak inhoudelijk zal worden behandeld, een definitieve beslissing wordt gegeven op verzoeken van
Verzoek horen getuigen. In het tussenarrest van het Hof zijn de ttz. verzochte getuigen afgewezen nu het Hof het horen van die getuigen redelijkerwijs niet noodzakelijk heeft geacht. Het onderzoek in nadien opnieuw aangevangen. Ingevolge art. 322.4 Sv blijven beslissingen inzake
Maatstaf beoordeling getuigenverzoek na schorsing onderzoek ter terechtzitting. Sinds de inwerkingtreding op 1 januari 2005 van de Wet van 10 november 2004, Stb. 579, waarbij art. 321 Sv is vervallen, dient als de behandeling ter terechtzitting is aangevangen, een nieuw of herhaa
Taakstraf met aftrek voor mishandeling, meerdere (gekwalificeerde) diefstallen en schuldheling. Overschrijding redelijke termijn en artikel 63 Sr van toepassing. Feiten in verminderde mate toegerekend. Toewijzing vordering benadeelde.
1. Getuigenverzoek, maatstaf. 2. Voorhanden hebben, art. 26 WWM. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BJ3295: art. 418.3 Sv ziet, waar wordt gesproken van "een niet bij schriftuur opgegeven getuige" op een o.d.v.v. art. 263 jo. art. 414.2 Sv opgegeven getuige. Dat
Art. 322.4 Sv. Casus: Hof hoort getuige ttz. Op een volgende tz. wordt het onderzoek opnieuw aangevangen. Klacht in cassatie: bij het opnieuw aanvangen heeft het Hof de bij schriftuur opgegeven getuigen niet gehoord c.q. opgeroepen. HR: onder “beslissingen van de Rb inzake het ho
Verzoek horen voorzitter raadkamer. Het Hof heeft het bij appelschriftuur gedane verzoek toegewezen in die zin dat de verdediging in de gelegenheid is gesteld door tussenkomst van de RC schriftelijk vragen te stellen aan deze rechter. De klacht dat het verzoek is afgewezen althan
Art. 359.2 Sv. Hetgeen door de raadsman is aangevoerd omtrent de betrouwbaarheid van de fotoherkenning van verdachte door de aangever en de bruikbaarheid daarvan als bewijs, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Het Hof is in zijn
Verzoek tot het horen van een ttz. meegebrachte getuige. Blijkens het p-v van de ttz. van het Hof van 4-4-2006 heeft de raadsman aldaar het verzoek gedaan tot het horen van de meegebrachte getuige X. Een zodanig verzoek kan slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 2
Verzoek horen getuige. In de pleitnota wordt het Hof (voorwaardelijk) verzocht zijn beslissing, dat het horen van getuige X niet noodzakelijk is, te heroverwegen. HR: De door de raadsman genoemde voorwaarde waaronder het verzoek "te bepalen dat X in het belang van de waarheidsvin
Profijtontneming. Vermogensvergelijking. 1. Verzoek tot horen van getuigen ivm schatting wederrechtelijk verkregen voordeel dmv vermogensvergelijking. 2. Geen toepassing vervangende hechtenis voor feiten gepleegd voor 1-3-1993 ivm invoering lijfsdwang per 1-9-2003. ook niet ogv a
1. Ondervragingsrecht. 2. Afwijzing verzoek horen (anonieme) getuige, de bron van een eerder gehoorde CIE-informant. Ad 1. Vooropgesteld wordt dat ook indien zou moeten worden aangenomen dat de verdediging niet in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad een persoon
Afwijzing ex art. 288.1 Sv verzoek tot horen getuige ontoereikend gemotiveerd, nu dat verzoek een betwisting inhoudt van specifieke, belastende onderdelen van de door de getuige bij de politie afgelegde verklaring. Niet valt in te zien dat de omstandigheid dat het verzoek in een
1. ’s Hofs oordeel dat manipulatie van telefoongesprekken niet aannemelijk is geworden, is niet onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs beoordeling van de bruikbaarheid van de vertalingen van telefoontaps geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. 3. De schri
-
-
-
-
-