Dadelijk uitvoerbaar, art. 14e.1 Sr. Gevaar vereiste. De invoering van deze regeling kan niet worden aangemerkt als een wijziging van wetgeving t.a.v. de strafbaarstelling of strafbedreiging, vgl. HR 27 augustus 2013, ECLI:NL:HR:2013:493. De motivering van het Hof is niet toerei
Wetboek van Strafvordering
Art. 315 Sv
Genoemd in 586 uitspraken · Officiële wettekst
586 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Afwijzing getuigenverzoek. Het ttz. in h.b. door de raadsman gedane verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak voor het doen ondervragen van getuige X is een verzoek in de zin van art. 331.1, jo. art. 328 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv. Die bepalingen zijn i
1. Falende bewijsklacht. 2. Ontvankelijkheid b.p. X wegens geleden rechtstreekse schade. 3. Niet-ontvankelijkheid b.p. politie Amsterdam-Amstelland wegens niet gevorderde schade. Ad 1. Uitgaande van ’s Hofs kennelijke uitleg van de tll. en gelet op de door het Hof vastgestelde f&
Opsporingsmethode “stille sms”. Het toezenden van voor de gebruiker van de telefoon niet-waarneembare sms-berichten is als zodanig niet in een daarop toegesneden wettelijke bepaling geregeld. Voor een dergelijke wijze van opsporing moet worden aangenomen dat de opsporingsambtenar
Tenlastelegging kinderporno onvoldoende feitelijk. Vrijspraak ten aanzien van de filmbestanden, nu deze bestanden in het dossier ontbreken.
HR: 81.1 RO.
Snelkookpanmoord. Verwerping verweer strekkende tot n-o verklaring OM in de vervolging. In cassatie moet worden uitgegaan van het oordeel van het Hof dat de omstandigheid dat het p-v van het gesprek van de OvJ met de getuige niet tijdig is opgemaakt een vormverzuim oplevert a.b.i
Afwijzing getuigenverzoeken. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BW9036 m.b.t. vereisten voor opgave van getuigen of deskundigen a.b.i. art. 410.3 Sv en de beperkte toetsing door de HR van het oordeel of sprake is van een dergelijke opgave. Het Hof heeft kennelijk de bi
WOTS-zaak. Afwijzing aanhoudingsverzoek. De Rb heeft bij de afwijzing van het verzoek a.b.i. 328 jo. 331 jo. 315 Sv (o.g.v. art. 28.4 WOTS van overeenkomstige toepassing) een onjuiste maatstaf aangelegd. Het middel behoeft nochtans niet tot cassatie te leiden, nu inwilliging van
Geen beslissing op getuigenverzoek. Er is een verzoek gedaan a.b.i. art. 328 jo. art. 331 Sv en 415 Sv en de aan dat verzoek verbonden voorwaarde is vervuld zodat een uitdrukkelijke beslissing op dat verzoek was vereist. Noch het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger bero
OM-cassatie tegen niet-ontvankelijkverklaring. Afluisteren vertrouwelijke gesprekken tussen advocaat en verdachte. In het licht van de geschetste gang van zaken is het oordeel van het Hof dat door het Openbaar Ministerie “bewust” informatie is onthouden “om welke informatie door
Afwijzing voorwaardelijk getuigenverzoek. Verzoek a.b.i. art. 328 jo. 331 Sv en art. 415 Sv. Uitdrukkelijke beslissing vereist nu de aan het verzoek verbonden voorwaarde is vervuld. Noch het p.v. van de tz. in h.b. noch het bestreden arrest houdt een beslissing van het Hof in ove
Het middel klaagt terecht dat het Hof heeft verzuimd een beslissing te nemen op een voorwaardelijk verzoek van de verdediging tot het oproepen van een getuige. Dat verzuim heeft ingevolge art. 330 Sv jo. art. 415 Sv nietigheid tot gevolg.
Afwijzing getuigenverzoek. De in de middelen bedoelde afwijzende beslissingen van het Hof van 23 januari 2007 zijn beslissingen op de voet van de art. 328 en 331.1 jo 315 jo 415 Sv. Daarop heeft art. 322.4 Sv geen betrekking zodat, nu het onderzoek ter terechtzitting opnieuw is a
Getuigenverzoek. Art. 322.4 Sv. De afwijzende beslissing van het Hof op het verzoek van de verdediging de leider van het onderzoek als getuige te horen is een beslissing ex art. 328 en 331.1 Sv jo. art. 315 Sv, welke bepalingen ingevolge art. 415 Sv ook in h.b. van toepassing zij
Uitlevering door Nederland aan de Verenigde Staten van Amerika. HR: 81 RO.
HR: artikel 81RO. Conclusie AG over de mogelijkheden in een zedenzaak waarbij het (opnieuw) horen van jeugdige slachtoffers op bezwaren stuit. Compensatie. Contra-expertise. Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik (Stcrt. 2005, 17, p. 12).
Getuigenverzoek. Horen gelijktijdig berechte medeverdachte als getuige. Het middel berust op de opvatting dat een medeverdachte die i .v.m. de gelijktijdige behandeling van zijn zaak ttz. aanwezig is, o.g.v. de enkele omstandigheid dat de verdediging verzoekt hem in de zaak van v
Verzoek horen getuigen. In het tussenarrest van het Hof zijn de ttz. verzochte getuigen afgewezen nu het Hof het horen van die getuigen redelijkerwijs niet noodzakelijk heeft geacht. Het onderzoek in nadien opnieuw aangevangen. Ingevolge art. 322.4 Sv blijven beslissingen inzake
Het hof heeft verdachtes verklaring kennelijk niet opgevat als een beroep op psychische overmacht. Dat is niet onbegrijpelijk in aanmerking genomen dat verdachte ter terechtzitting in appel werd bijgestaan door een raadsman die, naar blijkt uit het zittings-pv en de daaraan gehec
Maatstaf beoordeling getuigenverzoek na schorsing onderzoek ter terechtzitting. Sinds de inwerkingtreding op 1 januari 2005 van de Wet van 10 november 2004, Stb. 579, waarbij art. 321 Sv is vervallen, dient als de behandeling ter terechtzitting is aangevangen, een nieuw of herhaa
1. Cassatieberoep tegen beslissing tot verwijzing ex art. 423.2 Sv niet-ontvankelijk. 2. Verzoeken o.g.v. bij advocaat bezorgde anonieme brief tot horen van daarin genoemde getuige en tot onderzoek naar het bestaan van daarin genoemd Rijksrechercherapport en toevoeging daarvan aa
1. Voorzover het middel op de opvatting berust dat niet geoorloofd is een tot bewijsuitsluiting strekkend verweer te verwerpen onder verwijzing naar de verwerping van een op gelijke gronden gevoerd verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM, kan het niet tot ca
Uitdrukkelijke beslissing op het verzoek tot horen getuigen i.c. niet vereist nu a) aan dat verzoek de voorwaarde was verbonden dat het hof i.v.m. het beoordelen van de betrouwbaarheid de noodzaak tot dat horen zou zien en b) het hof de verklaringen van deze getuigen bij de polit
Conclusie AG. Veroordeling voor o.m. medeplegen van poging tot moord en poging tot uitlokking van moord (art. 45, 46a, 47 en 289 Sr). M1: bewijsklacht poging tot uitlokking. M2: wettelijke grondslag strafoplegging. M3: rechts- en motiveringsklachten over (de verwerping van 359a-v