Afwijzing getuigenverzoek. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2014:1496 omtrent de beoordeling van cassatieklachten over beslissingen inzake verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen. De HR verstaat de afwijzing van het verzoek aldus dat het Hof heeft geoordeeld dat de noodzaak tot he
Wetboek van Strafvordering
Art. 315 Sv
Genoemd in 586 uitspraken · Officiële wettekst
586 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. invoer van harddrugs (art. 10a.1.2 Opiumwet) en medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr). 1. Betekenis van EncroChat-uitspraak van HvJ EU voor toetsingskader dat is uiteengezet in HR:2023:913 over
Conclusie AG. Veroordeling voor moord op zakenman. Cassatiemiddelen verdachte over o.m. de afwijzing van verzoeken tot het verrichten van nader (DNA-)onderzoek, de bewezen verklaarde feiten en de voorbedachte raad slagen volgens de AG niet. De AG gaat ambtshalve in op de vraag of
Conclusie A-G. Eigen waarneming van de rechter, wettelijke rente, beschouwing over de toepassing van art. 80a RO. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Profijtontneming. Afwijzing verzoek tot voeging in het dossier van de stukken van de hoofdzaak, art. 315.1 Sv. Falende klacht. Nu het onderzoek t.t.z. van 11 december 2014 opnieuw is aangevangen, moeten de middelen onbesproken blijven vzv deze zien op de afwijzende beslissingen v
Art. 322.4 Sv. Welke beslissingen blijven na opnieuw aanvangen in stand? Redelijke wetstoepassing brengt met mee dat art. 322.4 Sv ook de uit hoofde van art. 315 Sv gegeven bevelen tot oproeping van getuigen omvat. Een dergelijk bevel blijft dus bij het opnieuw aanvangen van het
1. (Voorwaardelijk) verzoek. 2. Verlenging proeftijd. Ad 1. Een verzoek a.b.i. art. 328 jo. 331 en 415 Sv moet stelling, duidelijk en (voldoende) onderbouwd zijn. Het verzoek van de rm voldoet niet aan die eisen. Het kennelijke oordeel van het Hof dat dit verzoek geen beslissing
-
Conclusie AG over (onder meer) toewijzing vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel; rechtstreekse schade, causaliteit en aansprakelijkheid wanneer de aan een derde toegebrachte schade is veroorzaakt door politieoptreden in het kader van het opsporingsonderzoek (z
Getuigenverzoek. Art. 322.4 Sv. De afwijzende beslissing van het Hof op het verzoek van de verdediging de leider van het onderzoek als getuige te horen is een beslissing ex art. 328 en 331.1 Sv jo. art. 315 Sv, welke bepalingen ingevolge art. 415 Sv ook in h.b. van toepassing zij
Lijkdelen aangetroffen in IJ-meer in Amsterdam in 2009. Medeplegen doodslag (art. 287 Sr) en medeplegen wegmaken van lijk (art. 151 Sr). Veroordeling in h.b. na vrijspraak in e.a.. Gebruik voor bewijs van verklaringen van getuige die rechter in e.a. onbetrouwbaar heeft geacht en
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplichtigheid aan oplichting. Falende middelen m.b.t. 1. voordeel dat betrokkene daadwerkelijk heeft behaald, 2. afwijzing ttz. in h.b. gedaan voorwaardelijk getuigenverzoek, 3. rechtsgevolg overschrijding redelijke termijn in e.a. en h.b. HR: art.
1. Unus testis klacht. 2. Afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak teneinde onderzoek te doen naar de detentiegeschiktheid van verdachte. Ad 1: HR: art. 81.1 RO. Ad 2. HR: het betreft een verzoek a.b.i. art. 328 jo. art. 331 Sv om gebru
Het verzoek tot het door een psychiater en/of een psycholoog laten opmaken van een rapport omtrent de persoon van verdachte is een verzoek aan de rechter a.b.i. art. 328 Sv jo. art. 331 Sv om gebruik te maken van de in art. 315 Sv omschreven bevoegdheid. Maatstaf bij de beoordeli
1. Regiezitting en voorlopige beslissing. 2. Art. 322.4 Sv. Ad 1. De wetgever heeft onmiskenbaar voor ogen gehad dat op een zgn. regiezitting, dus voorafgaand aan de ttz(en) waarop de zaak inhoudelijk zal worden behandeld, een definitieve beslissing wordt gegeven op verzoeken van
Vuurwerkramp Enschede. 1. HR leest de bewezenverklaring en kwalificatie van feit 4 (toegesneden op art. 158.3 (oud) Sr) aldus verbeterd dat deze uitsluitend ziet op feitelijke leiding geven, nu de bewijsmiddelen niets inhouden omtrent het opdracht geven aan de bedoelde feiten. Ee
-
Conclusie AG. Naar aanleiding van de uitspraak van het EHRM van 19 januari 2021 in de zaak Keskin t. Nederland, wijdt de AG algemene beschouwingen aan de rechtspraak van de Hoge Raad inzake verzoeken tot het horen van getuigen à charge en het gebruik voor het bewijs van de verkla
Conclusie AG in de zaak Guus K. over medeplichtigheid aan het medeplegen van oorlogsmisdrijven en medeplegen van opzettelijke overtredingen van VN-wapenembargo’s in de tweede Liberiaanse burgeroorlog tussen 1999 en 2003. De AG geeft de Hoge Raad in overweging het cassatieberoep t
Afwijzing getuigenverzoek. De in de middelen bedoelde afwijzende beslissingen van het Hof van 23 januari 2007 zijn beslissingen op de voet van de art. 328 en 331.1 jo 315 jo 415 Sv. Daarop heeft art. 322.4 Sv geen betrekking zodat, nu het onderzoek ter terechtzitting opnieuw is a
Aanhoudingsverzoek. Het Hof heeft bij de beoordeling van het verzoek de juiste maatstaf toegepast, maar het oordeel is evenwel niet zonder meer begrijpelijk. Gelet op de bijzondere omstandigheden had het Hof de afwijzing van het verzoek nader moeten motiveren.
Conclusie AG. Opzettelijke en wederrechtelijke beschadiging van twee trams i.h.k.v. een demonstratie, art. 350 Sr. Post-Keskin. Eerste middel is gericht tegen de afwijzing van een (voorwaardelijk) getuigenverzoek. De AG meent dat de afwijzing van dit verzoek in de kern berust op
Beslissingen op onderzoekswensen 26Marengo
Veroordeling in h.b. wegens o.m. twee verkrachtingen en wederrechtelijke vrijheidsberoving na vrijspraak in e.a. Was Hof, dat verklaringen van aangeefsters A en B tot bewijs heeft gebezigd, ambtshalve verplicht hen ttz. als getuige te horen? HR herhaalt relevante overwegingen uit
Afwijzingen getuigenverzoeken. 1. Verzoek horen R-C ter toetsing van de aan NN-getuige verleende status van bedreigde getuige. 2. Verzoek horen R-C over betrouwbaarheid van de door de bedreigde getuige afgelegde verklaring. Ad 1. HR herhaalt maatstaf uit ECLI:NL:HR:1998:ZD1214, N