Art. 314.2 jo. art. 314.1 Sv, voortzetting oz ttz. na toewijzing van vordering wijziging tll zonder toestemming verdachte of uitdrukkelijk gemachtigd raadsman. Gelet op de tekst van de wet moet worden aangenomen dat art. 314.1 Sv slechts betrekking heeft op de behandeling van de
Wetboek van Strafvordering
Art. 314 Sv
Genoemd in 39 uitspraken · Officiële wettekst
39 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
In het licht van ’s hofs vaststellingen dat (i) verdachte met zijn hand naar de borst van zijn dochter is gegaan en deze heeft betast en daarbij heeft gezegd “lekkere tietjes” en (ii) verdachte snel met zijn handen vanaf de rug van zijn dochter naar haar borsten toe ging en haar
Na onderbreking van de terechtzitting ex art. 277.2 Sv behoeft de verdachte niet te worden opgeroepen. Daaraan doet i.c. niet af dat op de zitting in eerste aanleg van 05-06-2001, waar de verdachte niet, maar zijn waarnemend raadsman wel aanwezig was, een vordering wijzing tenlas
Wrakingsverzoek ongegrond, mondelinge beslissing. Het wrakingsverzoek ziet op de procesbeslissing om het onderzoek ter terechtzitting na toewijzing van de vordering tot wijziging van de tenlastelegging meteen voort te zetten zonder toestemming van de gemachtigde raadsman. Het ges
Onttrekking minderjarige aan wettig gezag, art. 279.1 Sr. Bewijsklacht t.a.v. opzet van verdachte op het onttrekken van de minderjarige aan het wettig gezag van haar ouders, omdat uit b.m. niet z.m. zou blijken dat de minderjarige pas zou weglopen van haar ouders als verdachte ha
Art. 314.2 jo. art. 314.1 Sv, voortzetting oz ttz. na toewijzing van vordering wijziging tll zonder toestemming verdachte of uitdrukkelijk gemachtigd raadsman. Gelet op de tekst van de wet moet worden aangenomen dat art. 314.1 Sv slechts betrekking heeft op de behandeling van de
Conclusie AG. Art. 6 lid 1 Richtlijn 2012/13/EU. Art. 4 bis Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Art. 8 en 9 Richtlijn 2016/343. Klacht over oordeel hof dat dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend. Aangevoerd wordt dat oordeel met name in strijd is met art. 6 lid 1 Richtlijn 2012/13
Verdachte wordt veroordeeld wegens onder meer deelneming aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het op professionele wijze vervaardigen en in omloop brengen van valse bankbiljetten van € 20,- en € 50,-, wat op grote schaal ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Het ho
Ontvankelijkheidsbeoordeling 26/02339 PJV
De rechtbank stelt een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad met betrekking tot de noodzaak van het schorsen van het onderzoek ter terechtzitting indien de verdediging, na (gedeeltelijke) toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, geen toestemming geeft het
Conclusie AG. Veroordeling wegens medeplegen van diverse feiten uit de Opiumwet (soft drugs en hard drugs) en deelneming aan een criminele organisatie ex art. 11b Ow. Middelen over (1. en 2.) vordering nadere omschrijving tenlastelegging ex art. 314a Sv, nalaten het onderzoek ter
Veroordeling voor het telen van hennep in een woning. Verzoek tot terugwijzing van de zaak is afgewezen.
Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11, derde lid, vierde lid en vijfde lid van de Opiumwet.
Conclusie AG. Veroordeling wegens (onder meer) medeplegen van bankbiljetten namaken, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst te doen uitgeven, meermalen gepleegd, art 208 Sr. 1. Klacht over oordeel hof dat tenlastelegging in eerste aanleg is gewijzigd. 2 en 3.
Conclusie AG. Faillissementsfraude. Als bestuurder van een failliet verklaarde rechtspersoon wegblijven en weigeren de vereiste inlichtingen te geven aan de curator, meermalen gepleegd (art. 194 (oud) Sr), als degene die in het faillissement van een ander wettelijk verplicht is t
Afwijking uos inzake redelijke termijn in e.a. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Hof heeft geen overweging gewijd aan de overschrijding van de redelijke termijn in e.a. Nu de Rb in haar strafmotivering uitdrukkelijk rekening heef
Gevangenisstraf van 36 maanden waarvan 18 maanden voorwaardelijk wegens twee mislukte gewapende overvallen op cafetaria’s. Bewezenverklaringen op basis van kleding i.c.m. camerabeelden, DNA-match, getuigenverklaringen en opgenomen vertrouwelijke communicatie. Jonge verdachten met
Gevangenisstraf van 36 maanden waarvan 18 maanden voorwaardelijk wegens twee mislukte gewapende overvallen op cafetaria’s. Bewezenverklaringen op basis van kleding i.c.m. camerabeelden, DNA-match, getuigenverklaringen en opgenomen vertrouwelijke communicatie. Jonge verdachten met
Art. 314.1 Sv. Verstek. Aanstonds voortzetten onderzoek ttz na wijziging tll. Een kennisgeving van de wijziging van de tll aan de verdachte a.b.i. art. 314.1 Sv kan achterwege blijven indien het een wijziging betreft waardoor de richting en de reikwijdte van het onderzoek ttz nie
Art. 314.1 Sv. Verstek. Aanstonds voortzetten onderzoek ttz na wijziging tll. Een kennisgeving van de wijziging van de tll aan de verdachte a.b.i. art. 314.1 Sv kan achterwege blijven indien het een wijziging betreft waardoor de richting en de reikwijdte van het onderzoek ttz nie
Economische zaak. HR: art. 81.1 RO.
Economische zaak. HR: art. 81.1 RO.
Promisvonnis, mensenhandel, jeugddetentie, voorwaardelijke PIJ-maatregel, dadelijke uitvoerbaarheid. De rechtbank Noord-Holland heeft op 28 november 2013 de 18-jarige hoofdverdachte in het onderzoek Schie veroordeeld tot een jeugddetentie van 14 maanden. Tevens heeft de rechtbank
Het Hof verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde (verduistering) heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Het hof oordeelt dat oplichting en (gewoonte)witwassen en oplichting en verduistering dezelfde feiten in de zin van 68 Sr betreffen, zodat de wijziging tll ex artikel 313 Sv terecht door de politierechter is toegelaten. Politierechter had behandeling niet mogen voortzetten zonder