Afwijzing verzoek tot horen meegebrachte deskundige. Een ter terechtzitting gedaan verzoek tot het horen van een meegebrachte deskundige, kan ingevolge art. 287.2 Sv jo. art. 299.1 Sv slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 288. 1.b en c Sv. Het Hof heeft ter terec
Wetboek van Strafvordering
Art. 313 Sv
Genoemd in 416 uitspraken · Officiële wettekst
416 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 15 · live
Wijzigen/toevoegen plaatsaanduiding in de bewezenverklaring. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN BD3662 m.b.t. het verbeteren van misslagen. Het toevoegen van “en/of Leeuwarden” is geen verbetering van een misslag, maar had middels een wijziging tll ex art. 313 Sv plaats
1. Vrijspraak van plegen ontucht met minderjarigen en bezit kinderporno. Nu de gedragingen van verdachte jegens de minderjarige jongens niet kunnen worden gekwalificeerd als seksuele handelingen, komt het hof niet tot bewezenverklaring van het plegen van ontucht, noch van een pog
AFM heeft afzonderlijk een boete opgelegd wegens onzorgvuldige advisering en het niet voldoen aan diploma-eisen. Ne bis in idem. Ook indien de door de Hoge Raad in zijn arrest van 1 februari 2011 (LJN BM9102) geformuleerde uitgangspunten worden gehanteerd in plaats van de vooral
Het Hof hoeft de beslissing op vordering wijziging tll. niet te motiveren (HR LJN ZD1723). Het motiveringsvoorschrift van art. 359.2, tweede volzin, Sv ziet niet op een dergelijke beslissing, nu deze beslissing niet behoort tot die waarop art. 359 Sv betrekking heeft.
Onderzoek Maas: Onderzoek gericht op mensenhandel (loverboy praktijken) in Purmerend. De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte zich wat betreft twee jonge vrouwen heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur v
Onderzoek Maas: Onderzoek gericht op mensenhandel (loverboy praktijken) in Purmerend. De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte zich wat betreft twee jonge vrouwen heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur v
Profijtontneming. Geen belang. Art. 577b Sv. Middel klaagt dat de berekening is gebaseerd op feiten waarvan betrokkene is vrijgesproken. In HR LJN BN9287 is de beslissing in de hoofdzaak vernietigd v.w.b. de beslissingen t.z.v. het onder 2 en 3 tlg en de strafoplegging omdat het
Jeugdzaak. Diefstal en afpersing door twee of meer verenigde personen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 120 dagen, waarvan 86 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
HR: 81RO.
Verdachte wordt wegens witwassen van de buit van een overval veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf. Beroep op nietigheid van de dagvaarding alsmede bewijsverweren verworpen. De voorlopige dagvaarding als bedoeld in artikel 261 lid 3 Wetboek van Strafvordering wordt door het h
HR ambtshalve: Artt. 1.a en 30 Wet op de kansspelen. Internetgokkast. Internetzuil.’s Hofs oordeel komt er op neer dat de internetgokzuilen tijdens gebruik kansspelautomaten i.d.z.v. art. 30 Wok vormden. Voor speelautomaten - waaronder ook kansspelautomaten - geldt een apart wett
1. Art. 51 Sr. Ontbonden rechtspersoon of daarmee gelijkgestelde entiteit. Ontvankelijkheid OM. 2. Artt. 1.a en 30 Wet op de kansspelen. Internetgokkast. Internetzuil. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 1994/408 en HR LJN NJ 2008/550 m.b.t. de vervolgbaarheid van
Artt. 1.a en 30 Wet op de kansspelen. Internetgokkast. Internetzuil.’s Hofs oordeel komt er op neer dat de internetgokzuilen tijdens gebruik kansspelautomaten i.d.z.v. art. 30 Wok vormden. Voor speelautomaten - waaronder ook kansspelautomaten - geldt een apart wettelijk regime, z
Proces-verbaal terechtzitting. Vervolging in strijd met ne bis in idem-beginsel? Rechtstreekse werking van art. 50 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. Disciplinaire bestraffing ex artikel 50 lid 1 Penitentiaire Beginselenwet. De directeur van een Penitentiaire Inri
HR: 81 RO.
Zich ontdoen van afvalstoffen a.b.i. art. 10.2 Wet milieubeheer. ’s Hofs oordeel komt erop neer dat onder het zich ontdoen van afvalstoffen door deze buiten een inrichting te storten ook valt het achterlaten van chemicaliën in een afgesloten trailer/zeecontainer of vrachtwagen, d
Grondslag vordering TUL en (mondelinge) wijziging daarvan; art. 14g.1 jo. 14i.6 Sr. De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AB0609. HR: Het Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat de AG bij de behandeling van de zaak in hb door bevestiging te vor
Bewijsklacht. De tekst van de Verordening (EG) nr. 1774/2002, noch het Besluit produktie en handel in vleesproducten biedt steun voor de opvatting (waarop het middel rust) dat (de uitvoeringsregeling van) de Verordening slechts betrekking heeft op verwerkingsbedrijven, althans ni
Overschrijding redelijke termijn en ontvankelijkheid OM. De opvatting dat de enkele omstandigheid "dat het – t.g.v. een niet voortvarende afhandeling van het opsporingsonderzoek – zeer lange tijdsverloop na het beweerde strafbare feit een dusdanig verblekende werking heeft gehad
Tussenuitspraak Passage met betrekking tot gevoerde preliminaire (niet-ontvankelijkheids-) verweren, onderzoekswensen en/of voorlopige hechtenis.
Zelfde feit a.b.i. art. 68 Sr. ’s Hofs oordeel dat tussen een in andere zaak tlg. feit waarvan verdachte is vrijgesproken en het i.c. tlg. feit niet een zodanig verband bestaat m.b.t. de gelijktijdigheid van de gedragingen en de wezenlijke samenhang in het handelen en de schuld v
1. Niet tijdig binnengekomen schriftuur en geschrift van verdachte. 2. Aanwijzing gerecht ex art. 510 Sv. 3. 359.2 Sv. Ad 1. Op een niet binnen de termijn binnengekomen, aanvullende schriftuur kan de HR geen acht slaan vzv. het niet kan worden beschouwd als een toelichting a.b.i.
OM-cassatie. Aan de op art. 163.9 WVW 1994 toegesneden tll. wilde de AG bij het Hof subsidiair art. 8.1 WVW 1994 toevoegen. Het Hof weigerde dit omdat de wijziging zou meebrengen dat niet langer hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr ten laste zou zijn gelegd. HR: Bij de beoordeling va
Verkort proces-verbaal en aanvulling ex. art. 327a Sv. I.c. is het o.g.v. art. 327a.1 Sv opgemaakte verkorte pv aangevuld overeenkomstig het 3e lid van dat artikel. In een dergelijk geval is dat pv de kenbron van hetgeen ttz is voorgevallen en komt dienaangaande aan een aanvankel