HR: art. 81.1 RO.
Wetboek van Strafvordering
Art. 313 Sv
Genoemd in 416 uitspraken · Officiële wettekst
416 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 14 · live
Aan verdachte vier feiten ten laste gelegd, te weten poging oplichting, voltooide oplichting en het voorhanden hebben van valse betaalkaarten/waardekaarten, terwijl hij wist dat deze waren bestemd om te gebruiken als echt en onvervalst. Verdachte wordt voor de feiten 1 (partieel)
1. Vordering wijziging tll. en “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr. Art. 69.1 en 69.2 AWR. Niet doen en onjuist/onvolledig doen van belastingaangifte. 2. Bewijsklacht. Ad. 1. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BM9102. De tll. onder 2, tweede onderdeel
Verdachte n-o in zijn cassatieberoep. Blijkens het p-v tz. in eerste aanleg is aldaar door de ex art. 279 Sv gemachtigde raadsman niet aangevoerd dat de zaak voor de kinderrechter vervolgd had dienen te worden. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat uit hetgeen in de cassaties
OM-cassatie. “Hetzelfde feit”, art. 68 Sr, art. 255a Sv, art. 8 en 9 WVW 1994. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr en art. 255a Sv dient de rechter in een geval als het onderhavige de in de strafbeschikking en de tll. omschreven v
Het hof oordeelt dat oplichting en (gewoonte)witwassen en oplichting en verduistering dezelfde feiten in de zin van 68 Sr betreffen, zodat de wijziging tll ex artikel 313 Sv terecht door de politierechter is toegelaten. Politierechter had behandeling niet mogen voortzetten zonder
De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen ten behoeve van de invoer van een grote partij cocaïne in Nederland. Een container met vis/garnalen afkomstig uit Zuid-Amerika met daarin als bijlading ongeveer 178,5 kilo cocaïne is via he
68 Sr. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van "hetzelfde feit", dient de rechter in de situatie waarop art. 313 Sv ziet de in de tenlastelegging en de in de vordering tot wijziging van de tenlastelegging omschreven verwijten te vergelijken. De HR formuleert relevante ve
De inzet van de lokagente was rechtmatig. Tien feiten zijn bewezen, in één geval met schakelbewijs. Vier andere feiten zijn, anders dan de officier van justitie betoogde, niet bewezen. Hetzij omdat er maar één verklaring is, hetzij door gebrek aan overtuigend (schakel)bewijs. Ver
Tegenstrijdige bewezenverklaring? Het antwoord op de vraag of een en dezelfde gedraging van een verdachte kan leiden tot zowel een bewezenverklaring van poging tot moord als van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, is afhankelijk van het bij verdachte bestaande o
Wijziging tll en ‘hetzelfde feit’. Art. 313 Sv, art. 68 Sr, art. 21, aanhef en onder a, RVV 1990 en art 181.1 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BM9102. Wijziging van een oorspronkelijk op art. 21, aanhef en onder a, RVV 1990 toegesneden tll. in een op art. 1
Art. 313 Sv. Vordering wijziging tll. “Hetzelfde feit”. HR herhaalt relevante toetsingskader uit HR LJN BM9102. De tll is toegesneden op art. 416/417bis Sr en de vordering wijziging tll. op art. 321 Sr. Zowel het verschil in de juridische aard van de aan verdachte verweten feiten
Profijtontneming. 1. Schorsing onderzoek ttz. teneinde de A-G bij het Hof in de gelegenheid te stellen de ontnemingsvordering ter verificatie in te dienen bij de curator in het faillissement van betrokkene. Art. 29 Faillissementswet (Fw). 2. Verzoek tot het in mindering brengen o
Vormverzuimen bij binnentreden en doorzoeken: 1. niet kan worden vastgesteld dat er een geldige machtiging is afgegeven; 2. machtiging ten onrechte door een hulpovj afgegeven 3. gehandeld in strijd met artikel 1 lid 1 en artikel 2 lid 1 van de Algemene Wet op het Binnentreden 4.
Dagvaarding ambtshalve partieel nietig verklaard, obscuur libel. Openbaar Ministerie ontvankelijk nu de materiele bepalingen van het ten tijde van het tenlastegelegde geldende - doch inmiddels vervallen - artikel 3 van de Wet inzake geldtransactiekantoren zijn overgenomen in de W
1. Art. 314a Sv. 2. Geen schending artt. 358 en 359 jo 415 Sv en art. 27 Kaderbesluit. Ad 1. De klacht over de verwerping van het verweer strekkende tot het (alsnog) afwijzen van de vordering tot aanpassing van de tll. faalt reeds omdat de verdachte door het niet-naleven van de v
1. Art. 314a Sv. 2. Geen schending artt. 358 en 359 jo 415 Sv en art. 27 Kaderbesluit. Ad 1. De klacht over de verwerping van het verweer strekkende tot het (alsnog) afwijzen van de vordering tot aanpassing van de tll. faalt reeds omdat de verdachte door het niet-naleven van de v
Hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit LJN BM9102. In het onderhavige geval is zowel het verschil in de rechtsgoederen ter bescherming waarvan de onderscheiden delictsomschrijvingen strekken als het verschil in de strafmaxima die op de onderscheide
Mensenhandel gedurende periode van drie weken; veroordeling thans 23-jarige verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 3 voorwaardelijk, en gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.
OM-cassatie. Jeugdzaak. Art. 410 Sv. De HR herhaalt de toepasselijke overweging uit HR NJ 1998/287 dat in h.b. in e.a. begane verzuimen en vergissingen kunnen worden hersteld, en nader bekend geworden gegevens bij het onderzoek kunnen worden betrokken. Dit brengt mee dat het aan
1. Klachtvereiste art. 269 Sr. 2. Smaadschrift minister-president; ambtenaar. Ad 1. Het oordeel van het Hof dat de tenlastelegging is toegesneden op art. 261 jo 267 Sr is een aan de feitenrechter voorbehouden uitleg, is niet onverenigbaar met de bewoordingen van de tenlasteleggin
Het Hof zoekt aansluiting bij arresten van de strafkamer van de Hoge Raad met betrekking tot de vragen of sprake is van "hetzelfde feit" en een "pleitbaar standpunt".
Het Hof zoekt aansluiting bij arresten van de strafkamer van de Hoge Raad met betrekking tot de vragen of sprake is van "hetzelfde feit" en een "pleitbaar standpunt".
Vordering wijziging tenlastelegging. Art. 313 Sv. Art. 68 Sr. Nu het Hof het OM deels niet-ontvankelijk heeft verklaard in de vervolging van verdachte, heeft deze in cassatie alleen belang bij zijn klacht v.zv. de gewijzigde tenlastelegging heeft geleid tot een veroordeling. De H
Toewijzing vordering wijziging tll. Sprake van “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr? Art. 304 Sr juncto art. 303 en art. 45 Sr en art. 6 WVW of art. 5 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BM9102 m.b.t. aan te leggen beoordelingsfactoren of sprake is van “hetzel