Laatste woord, art. 311.4 Sv. Uit het p-v van de tz. in h.b. blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in het vierde lid van art. 311 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is ge
Wetboek van Strafvordering
Art. 311 Sv
Genoemd in 309 uitspraken · Officiële wettekst
309 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
1. Beperking voeren woord tot verdediging. Art. 311, lid 2, Sv. 2. Herhalen inhoud pleitnota eerste aanleg en het op voorhand toesturen van de pleitnota in hoger beroep. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR 23 maart 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9251, inhoudende dat de r
1. Vordering ex art. 314a Sv te laat; verdachte in casu niet in zijn verdediging geschaad. 2. Art. 46b Sr is niet van toepassing op voorbereidingsdelicten cfm. art 10a Opiumwet.
Profijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr. Beginpunt van redelijke termijn in eerste aanleg. Kon hof oordelen dat niet moment waarop betrokkene ervan op de hoogte is geraakt dat tegen hem strafrechtelijk financieel onderzo
Tussenarrest. Laatste woord, art. 311.4 Sv. Uit de p-v’s ttz. in h.b. en de gedingstukken blijkt dat (a) ttz. van 23-05-16 verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken en het onderzoek is onderbroken tot de tz. van 24-05-16 waar de formele sluiting zou plaatsvinden, (b) t
Laatste woord, art. 311.4 Sv. Uit het pv van de tz. in h.b. blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genomen. Volgt verni
Laatste woord, art. 311.4 Sv. Uit het pv van de tz. in h.b. blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genomen. Volgt verni
Profijtontneming. Laatste woord, art. 311.4 Sv. Uit het pv van de tz. in h.b. blijkt niet dat aan betrokkene het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is g
Onderbreking en beperking laatste woord art. 311.4 Sv. Het recht het laatst te spreken (art. 311, vierde lid, Sv) betekent dat de verdachte (of bij diens afwezigheid de raadsman) als laatste de gelegenheid krijgt nog aan te voeren wat dienstig kan zijn voor de beoordeling van de
Middelen verdachte: HR 81 RO en vermindering van de opgelegde taakstraf i.v.m. overschrijding van de redelijke termijn in cassatie. Middel van de b.p.: Art. 334.4 (oud) Sv (thans: art. 334.3 Sv). Het verzuim dat de b.p. niet in de gelegenheid is gesteld op het standpunt van de AG
Profijtontneming. 1. Redelijke termijn. 2. Motiveringsklacht. Ad 1. Het oordeel van het Hof dat met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden kan worden volstaan is niet begrijpelijk. Het middel voert terecht aan dat het Hof niet behoorlijk gemotiveerd is ingegaan
Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit feitelijk leidinggeven aan (medeplegen van) valsheid in geschrift meermalen begaan door rechtspersoon en feitelijk leidinggeven aan gewoontewitwassen meermalen begaan door rechtspersoon. M1: Slagende klacht over toerekening aan betrokken
Conclusie AG. Laatste woord, art. 283 lid 6 jo. lid 3 Sv. Verdachte is niet in gelegenheid gesteld om te reageren op laatste inhoudelijke opmerking advocaat-generaal, waarna verdachte niet-ontvankelijk is verklaard in h.b. Dat verzuim leidt tot nietigheid van onderzoek en arrest.
Conclusie AG. Poging tot doodslag bij overval op een bejaard slachtoffer. M1 klaagt tevergeefs over een toevoeging door het hof aan de tenlastelegging, aangezien die toevoeging niet met de bedoeling en bewoordingen van de tenlastelegging in strijd is. M2 klaagt tevergeefs over he
Conclusie AG. Witwassen van een aanzienlijk geldbedrag (art. 420bis Sr). 1. Middel klaagt over verwerping verweer dat strekt tot niet-ontvankelijkverklaring OM. Dient omstandigheid dat door verdediging in e.a. overgelegde stukken, die dienden ter weerlegging van een vermoeden van
Conclusie AG. Middelen richten zich tegen verwerping van verweer dat sprake is van een vormverzuim dat dient te leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM dan wel tot strafvermindering. O.m. klachten over oordelen hof dat niet aannemelijk is dat door de politie meer geweld
Conclusie AG. Wapenvondst na beweerdelijk onrechtmatige doorzoeking. Vormverzuim begaan bij voorbereidend onderzoek a.b.i. art. 359a Sv of daarbuiten. Beroep op vormverzuim door hof verworpen op de grond dat gesteld verzuim is begaan in onderzoek naar andere strafbare feiten dan
Conclusie AG over motivering toewijzing vordering benadeelde partij. Samenhang met 17/03088 en 17/03090.
Conclusie plv. AG. Oplichting. Art. 326 Sr. Drie middelen. 1. Afwijzing getuigenverzoek. 2. Dient op grond van art. 326 Sv het proces-verbaal van de terechtzitting melding te maken van de strafeis? 3. Heeft hof voldoende gemotiveerd kunnen oordelen dat sprake is van het aannemen
Poging tot moord en bedreiging (meermalen gepleegd). 1. Laatste woord. 2. Gedeeltelijke vernietiging en bevestiging van de opgelegde straf, art. 423 lid 1 en 3 Sv. Ad 1. Uit het p-v van de tz. blijkt dat verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Noch uit het p-v, noch
Laatste woord, art. 311.4 Sv. De Hoge Raad herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR: 2015:1239 m.b.t. het recht op het laatste woord. Het Hof is bij zijn beslissing om verdachte tijdens het voeren van het laatste woord het woord te ontnemen kennelijk uitgegaan van de vo
Ontneming in de megazaak Begonia. Vordering van de officier van justitie bedroeg EUR 1.206.822,-. Handel in amfetamine(pasta) en soortgelijke feiten, waaronder hennephandel. Het te ontnemen bedrag is door de rechtbank vastgesteld op EUR 766.234,- Wegens overschrijding van de rede
Art. 94 Sv. Art. 552a Sv. Conservatoir beslag. Beslag op de voet van 94a lid 1 of lid 2 Sv? Bevoegdheid Rb / Hof. Redelijke wetstoepassing brengt mee dat, indien het gerecht waarbij een klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv is ingediend constateert dat het niet bevoegd is tot afdo
Strafvermindering wegens overschrijding van de inzendtermijn. Conclusie AG o.m. over bedreiging en het (ontnemen van) het laatste woord.
Cassatie in het belang der wet. Vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in een ontnemingsprocedure. Art. 591a Sv. De HR heeft in ECLI:NL:HR:2001:AB1509 een ontkennend antwoord gegeven op de vraag of voor de toepassing van art. 591a.1 en 2 Sv de behandeling van een vordering tot