Onderbreking en beperking laatste woord art. 311.4 Sv. Het recht het laatst te spreken (art. 311, vierde lid, Sv) betekent dat de verdachte (of bij diens afwezigheid de raadsman) als laatste de gelegenheid krijgt nog aan te voeren wat dienstig kan zijn voor de beoordeling van de
Wetboek van Strafvordering
Art. 311 Sv
Genoemd in 309 uitspraken · Officiële wettekst
309 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verdachte laatste woord. Uit het p-v van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genom
-
Laatste woord, art. 311.4 Sv. De Hoge Raad herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR: 2015:1239 m.b.t. het recht op het laatste woord. Het Hof is bij zijn beslissing om verdachte tijdens het voeren van het laatste woord het woord te ontnemen kennelijk uitgegaan van de vo
Recht op laatste woord, art. 311.4 Sv jo. art. 415 Sv. Uit het p-v blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genomen.
Recht op laatste woord. Uit het p-v blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genomen.
De vz. heeft, na het pleidooi van de raadsman en het afzien van repliek door de A-G, aan de A-G gevraagd of tegen het vonnis waarbij X failliet is verklaard, appèl is aangetekend. Na schorsing en hervatting van het onderzoek heeft de A-G geantwoord dat er geen rechtsmiddel tegen
Conclusie AG. Middel klaagt over verwerping verweer dat OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn hoger beroep omdat art. 14 lid 5 IVBPR geschonden zou worden indien verdachte, na vrijspraak door rechtbank, in hoger beroep veroordeeld zou worden. Conclusie strekt tot ver
Laatste woord, art. 311.4 Sv. Uit het p-v van de tz. in h.b. blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in het vierde lid van art. 311 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is ge
1. Beperking voeren woord tot verdediging. Art. 311, lid 2, Sv. 2. Herhalen inhoud pleitnota eerste aanleg en het op voorhand toesturen van de pleitnota in hoger beroep. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR 23 maart 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9251, inhoudende dat de r
Tussenarrest. Laatste woord, art. 311.4 Sv. Uit de p-v’s ttz. in h.b. en de gedingstukken blijkt dat (a) ttz. van 23-05-16 verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken en het onderzoek is onderbroken tot de tz. van 24-05-16 waar de formele sluiting zou plaatsvinden, (b) t
Conclusie AG. Laatste woord, art. 283 lid 6 jo. lid 3 Sv. Verdachte is niet in gelegenheid gesteld om te reageren op laatste inhoudelijke opmerking advocaat-generaal, waarna verdachte niet-ontvankelijk is verklaard in h.b. Dat verzuim leidt tot nietigheid van onderzoek en arrest.
Poging tot moord en bedreiging (meermalen gepleegd). 1. Laatste woord. 2. Gedeeltelijke vernietiging en bevestiging van de opgelegde straf, art. 423 lid 1 en 3 Sv. Ad 1. Uit het p-v van de tz. blijkt dat verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Noch uit het p-v, noch
Laatste woord, art. 311.4 Sv. De Hoge Raad herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR: 2015:1239 m.b.t. het recht op het laatste woord. Het Hof is bij zijn beslissing om verdachte tijdens het voeren van het laatste woord het woord te ontnemen kennelijk uitgegaan van de vo
Strafvermindering wegens overschrijding van de inzendtermijn. Conclusie AG o.m. over bedreiging en het (ontnemen van) het laatste woord.
Jeugdzaak. Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in haar h.b. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BJ7810 en LJN BV6999 m.b.t. de eisen waaraan een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om h.b. in te stellen, moet voldoen, en de mogelij
Recht op laatste woord, art. 311.4 Sv. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN BN0011. Indien verdachte het laatste woord reeds heeft gehad en op de nadere terechtzitting geen nieuwe onderzoekshandelingen zijn verricht, behoeft hem het laatste woord niet opnieuw te worden
Opsporingsbevoegdheid verkeersassistenten. HR zet wettelijk kader uiteen (waaronder het Besluit houdende regels ter uitvoering van art. 142.4 Sv, het Bbo, Stb. 1994, 825 en de daarbij behorende nota van toelichting, art. 3.1 Politiewet 1993, het Besluit strekkende tot aanwijzing
-
Conclusie AG. Veroordeling rechtspersoon voor opzettelijk doen onjuiste belastingaangiften (art. 69 AWR), niet voeren deugdelijke administratie (art. 68 jo. 69 AWR) en valsheid in geschrift (art. 225 Sr). 1. Laatste woord, art. 528.1 jo. 311.4 Sv. Heeft verdachte rechtspersoon la
Conclusie AG. Doodslag. Middel 1 klaagt dat aan verdachte niet recht is gelaten laatst te spreken. Middel 2 klaagt over afwijzing verzoek tot voeging (bodycam)beelden in procesdossier. Beide middelen falen. AG ambtshalve: overschrijding redelijke termijn berechting in cassatiefas
Conclusie AG. Schending art. 311.2 Sv: P-v zitting houdt niet in dat raadsman in gelegenheid is gesteld te reageren op requisitoir OM. Verzuim kan volgens AG voor gedekt worden gehouden nu (i) gemachtigd raadsman zich had moeten beroepen op zijn bevoegdheid om te reageren op requ
Conclusie AG. Witwassen Yab Yum. Veroordeling wegens 1. medeplegen witwassen, meermalen gepleegd (art. 420bis Sr), 2. witwassen (art. 420bis Sr) en 3. het door de bestuurder opzettelijk openbaar maken van een onware balans (art. 336 Sr). M1 klaagt over onderscheid tussen optreden
Conclusie AG. Witwassen Yab Yum. Veroordeling rechtspersoon wegens medeplegen witwassen, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon (art. 420bis Sr). M1 klaagt over onderscheid tussen optreden medeverdachte als verdachte in eigen zaak en als vertegenwoordiger van de verdac
De verdachte is ter zake van mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. Voorts is de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor het to