Cassatie in het belang van de wet. Procesafspraken in strafzaken. Is Rb in het licht van art. 6 EVRM op goede gronden gekomen tot oordeel dat i.h.k.v. procesafspraken de belangen van verdachte zijn geëerbiedigd en verzet WvSv zich tegen redelijkheidstoets door rechter van procesa
Wetboek van Strafvordering
Art. 301 Sv
Genoemd in 211 uitspraken · Officiële wettekst
211 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Economische zaak. Feiten van algemene bekendheid. Art. 339.2 Sv en art. 301.4 Sv. Casus: het Hof heeft geoordeeld dat Aloë capensis niet hetzelfde is al Aloë vera en dus niet mag worden ingevoerd. Het Hof heeft dit oordeel voor een belangrijk deel doen steunen op gegevens die het
Mishandeling, art. 300.1 Sr. Eigen waarneming van de rechter als bewijsmiddel, art. 339.1 Sv jo. art. 340 Sv. Kan een eigen waarneming van de rechter van een opname van beeld en/of geluid tot het bewijs meewerken, wanneer die waarneming door de rechter buiten het verband van de t
1. Art. 301.4 Sv. Gelijktijdig doch niet gevoegd behandelde zaken. 2. Begin van uitvoering. 3. Vrijwillige terugtred en deelneming. Art. 45.1 Sr en art. 46b Sr. Ad 1. Het ernstig vermoeden rijst dat het Hof, daar waar het verwijst naar onderzoeksresultaten uit het dossier X, ten
Terugverwijzingsopdracht. Vervolg op HR LJN BF3297. Art. 301 Sv. Gebruik van een getuigenverklaring afgelegd op een vóór de terugwijzing gehouden onderzoek t.t.z. HR herhaalt de relevante overwegingen uit HR LJN BM4310. Een en ander geldt ook voor het onderzoek na verwijzing of t
Medeplegen gekwalificeerde diefstal door in te breken bij bloemenboetiek en muntgeld weg te nemen, art. 311.1 Sr. Informatie ontleend aan “Google Maps” aan te merken als feit van algemene bekendheid? Art. 339.2 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:522, inhou
Witwassen, artt. 420bis en 420quater Sr. HR herhaalt HR LJN BM4440 m.b.t. het witwassen van een door verdachte zelf begaan misdrijf en voegt daar ter verduidelijking aan toe: Met deze rechtspraak wordt mede beoogd te voorkomen dat een verdachte die een bepaald misdrijf heeft bega
Het middel dat klaagt dat het Hof in strijd met art. 301 Sv ten bezware van verdachte acht heeft geslagen op een proces-verbaal van politie, faalt op de gronden die zijn vermeld in de Conclusie AG.
Benadeelde partijen. 1. Medelen korte inhoud. 2. Rechtstreekse schade. Ad 1. Het middel behelst o.m. de klacht dat het mededelen van de korte inhoud van de zich t.t.v. het onderzoek ttz. bij de stukken van het dossier bevindende voegingsformulieren van de b.p., vzv. deze formulie
Conclusie A-G. Eigen waarneming van de rechter, wettelijke rente, beschouwing over de toepassing van art. 80a RO. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
1. Voorhouden van de stukken ex art. 301 Sv. 2. Bewijs poging tot uitvoer. Ad 1. Gelet op de gang van zaken m.b.t. de tot het bewijs gebezigde aanvullende pv’s, en in aanmerking genomen dat de raadsman, nadat de Vz. de korte inhoud van een aantal stukken had medegedeeld, heeft ve
-
Strafmotivering. Grondslag opleggen geldboete. Het Hof heeft in de strafmotivering met de enkele verwijzing naar de omstandigheid dat ‘de ovj niet in hoger beroep is gegaan tegen de afwijzing van de ontnemingsvordering in e.a. (nu verdachte in de strafzaak is vrijgesproken)’ en n
-
Vordering van PG tot cassatie in het belang der wet. Procesafspraken in strafzaken waarbij OM en verdediging een gezamenlijk afdoeningsvoorstel aan de rechter voorleggen. De wet bevat geen specifieke regeling over procesafspraken. De rechtspraktijk wordt inmiddels gekenmerkt door
Gebruik van verklaringen die medeverdachten in eigen zaak hebben afgelegd als bewijs. Strijd met art. 301.4 Sv? Ook indien ervan moet worden uitgegaan dat het Hof het voorschrift van art. 301.4 Sv niet in acht heeft genomen door verklaringen voor het bewijs te bezigen die niet zi
Art. 301.4 Sv. Ook indien ervan moet worden uitgegaan dat de verklaring die X als verdachte ttz. in e.a. in zijn eigen strafzaak heeft afgelegd, geen deel uitmaakt van het dossier in de onderhavige strafzaak en die verklaring ook niet ttz. in h.b. aan de orde is gesteld, heeft ve
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Conclusie AG. Medeplegen woninginbraak gevolgd door geweld (art. 312 Sr). Vier middelen. M1 en M2 behelzen falende klachten over de bewezenverklaring van het medeplegen en van het opzet op het door de medeverd. toegepaste geweld. In M4 wordt tevergeefs geklaagd dat bij de strafop
Conclusie AG. Leerplichtwet. Slagende klacht over de afwijzing van een beroep op richtingsbezwaren a.b.i. art. 5 b Lpw na verhuizing. Falende klacht over de verwerping van een verweer over het bewijs van de verplichting de school 'geregeld te bezoeken'. Beschouwingen over de leer
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa