Samenhangende zaak met 02834/06. Art. 359.2 Sv. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.z.v. onbetrouwbaarheid getuigenverklaring. Hetgeen door de raadsman ttz. in hoger beroep is aangevoerd m.b.t. de verklaringen van de getuige kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een sta
Wetboek van Strafvordering
Art. 288 Sv
Genoemd in 291 uitspraken · Officiële wettekst
291 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Appelschriftuur ex art 410 Sv. Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat ingevolge art. 410 Sv een appelschriftuur de grieven tegen het vonnis in 1e aanleg dient te bevatten. Nadere materiële eisen waaraan die schriftuur dient te voldoen, worden in die bepal
Uitdrukkelijke instemming. Het p-v van de terechtzitting houdt niet in dat de verdediging op de voet van art. 288.3 Sv uitdrukkelijk heeft ingestemd met het afzien van de hernieuwde oproeping van de daar niet verschenen getuigen. Het moet daarom er voor worden gehouden dat die in
De Voorzitter heeft met gebruikmaking van de hem in art. 273.3 Sv toegekende bevoegdheid verdachte wegens herhaalde ordeverstoring uit de zittingszaal laten verwijderen. De AG heeft gerequireerd buiten aanwezigheid van verdachte en direct daarna heeft de Voorzitter het onderzoek
Profijtontneming. 1. Redelijke termijn. 2. Motiveringsklacht. Ad 1. Het oordeel van het Hof dat met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden kan worden volstaan is niet begrijpelijk. Het middel voert terecht aan dat het Hof niet behoorlijk gemotiveerd is ingegaan
1. Ondervragingsrecht. 2. Afwijzing verzoek horen (anonieme) getuige, de bron van een eerder gehoorde CIE-informant. Ad 1. Vooropgesteld wordt dat ook indien zou moeten worden aangenomen dat de verdediging niet in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad een persoon
Tussenbeslissing van de rechtbank op de verzoeken die tijdens de pro forma zitting van 16 november 2006 in de zaak van de zogenoemde 'metselmoorden' zijn gedaan. In deze tussenbeslissing oordeelt de rechtbank dat getuige V., journalist, antwoord dient te geven op de in de tussen
Terrorisme-zaak. 1. Algemene overwegingen omtrent verhouding BVD-onderzoek en strafrechtelijk onderzoek; mate van controle strafrechter van BVD-onderzoek en toetsing bruikbaarheid in strafproces van door BVD vergaard materiaal. 2. Consequenties van onregelmatigheden in onderzoek
1. Cassatieberoep tegen beslissing tot verwijzing ex art. 423.2 Sv niet-ontvankelijk. 2. Verzoeken o.g.v. bij advocaat bezorgde anonieme brief tot horen van daarin genoemde getuige en tot onderzoek naar het bestaan van daarin genoemd Rijksrechercherapport en toevoeging daarvan aa
Afwijzing getuigenverzoek. Het hof is bij zijn afwijzing van het verzoek niet vooruitgelopen op hetgeen de desbetreffende getuigen zouden kunnen verklaren. Het hof heeft tot uitdrukking gebracht dat het, in weerwil van de onmiskenbare strekking van het verzoek (het doen beoordele
Oproeping getuige in AZC. ’s Hofs beslissing ter terechtzitting van 19-1-05 (afzien van verhoor ter terechtzitting omdat dit niet binnen redelijke termijn te verwachten is) is zonder nadere motivering die ontbreekt, niet begrijpelijk, in aanmerking genomen de gang van zaken bij d
29 april 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R05/007HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. G.E.M. Later. 1. Het geding in feitelijke instantie...
Afwijzing verzoek verdachte om hem als getuige te horen inzake vordering benadeelde partij. Vooropgesteld moet worden dat in het Nederlandse stelsel van strafvordering niet past de verdachte ter terechtzitting als getuige te horen (HR NJ 1992, 7). Dat is niet anders wanneer het v
Bewijs(overweging) omtrent 1. leiderschap criminele organisatie en 2. voorbereiding invoer cocaïne. Ad 1. De passage in ’s hofs bewijsoverweging dat verdachte jegens X geweld heeft gebruikt maakt deel uit van ’s hofs overwegingen waarin het uiteenzet waarom aan verdachte een cent
Vuurwerkramp Enschede. 1. 's Hofs afwijzing van het verzoek tot toevoeging aan het dossier van niet openbaar gemaakte onderzoeksverslagen van de Commissie onderzoek vuurwerkramp is onjuist noch onbegrijpelijk. 2. 's Hofs afwijzing van het verzoek twee verbalisanten als getuigen t
Afwijzing ex art. 288.1 Sv verzoek tot horen getuige ontoereikend gemotiveerd, nu dat verzoek een betwisting inhoudt van specifieke, belastende onderdelen van de door de getuige bij de politie afgelegde verklaring. Niet valt in te zien dat de omstandigheid dat het verzoek in een
Afwijzing ex art. 288.1 Sv verzoek tot horen getuige ontoereikend gemotiveerd, nu dat verzoek een betwisting inhoudt van specifieke, belastende onderdelen van de door de getuige bij de politie afgelegde verklaring. Niet valt in te zien dat de omstandigheid dat het verzoek in een
Afstand van appèl. Het hof is uitgegaan van de juistheid van hetgeen volgens verdachte door hem is gezegd op de vraag van de politierechter of hij afstand deed van appèl (“Ik betwist niet dat de politierechter gevraagd heeft of ik afstand hoger beroep wilde doen. Daarop heb ik te
Locatiegegevens vallen onder inlichtingen terzake van alle verkeer ex art. 125f (oud) en 126n Sv. Onder voormelde inlichtingen moeten worden verstaan: inlichtingen omtrent de wijze van totstandkoming en afwikkeling van telecommunicatieverkeer, zoals de betrokken aansluitnummers,
27 mei 2003 Strafkamer nr. 01464/02 ES/ABG Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 maart 2002, nummer 23/002826-00, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (India) op [geboortedatu
1 april 2003 Strafkamer nr. 01736/02 P EdK/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 30 augustus 2001, nummer 21/000647-00, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste va
1 april 2003 Strafkamer nr. 01736/02 P EdK/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 30 augustus 2001, nummer 21/000647-00, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste va
-
-
-