Veroordeling wegens handel in en productie van zeer grote hoeveelheden synthetische drugs.
Wetboek van Strafvordering
Art. 288 Sv
Genoemd in 291 uitspraken · Officiële wettekst
291 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Uitdrukkelijk instemming ex art. 288.3 Sv. Nu het p.v. t.t.z. niet inhoudt dat de verdediging o.g.v. art. 288.3 Sv uitdrukkelijk heeft ingestemd met het afzien van hernieuwde oproeping van de daar niet verschenen getuige X, moet het ervoor worden gehouden dat die instemming niet
Art. 418 jo. art. 288 Sv. Afwijzing getuigen. Maatstaf. Het Hof kon de getuigenverzoeken slechts afwijzen op de gronden zoals vermeld in art. 288.1 Sv (verdedigingsbelang). Uit diens overwegingen kan echter niet zonder meer volgen dat die maatstaf is aangelegd.
Eindhovense zedenzaak. Bewijsklacht. De bewezenverklaarde periode t.a.v. een feit kan niet uit de bewijsmiddelen worden afgeleid. De bewezenverklaring is in dit opzicht derhalve ontoereikend gemotiveerd. Volgt terugwijzing t.a.v. feit 5 en de strafoplegging.
1. Afwijzing getuigenverzoeken. Maatstaf. 2. Procedure na terugwijzing. Ad 1. Een ttz. gedaan verzoek tot het horen van een getuige kan slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 288.1.b en c Sv. Het Hof heeft door te overwegen dat het verzoek tot het horen van de mee
OM-cassatie en cassatie verdachte. CIE-informant. Casus: de AG bij het Hof heeft meegedeeld dat het OM niet bereid was gevolg te geven aan de door het Hof bevolen oproeping van de CIE-informant, vanwege het gevaar dat diens identiteit bekend zou worden. Het middel richt zich uits
HR: art. 81 RO.
Afwijzing van de in de appelschriftuur gevraagde getuigen. Door te overwegen dat het verzoek om de getuigen op te roepen wordt afgewezen nu redelijkerwijs valt aan te nemen dat door het niet horen van deze personen verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad, heeft het Hof
Afwijzing getuigenverzoeken. Art. 316 en 322.4 Sv. Niet blijkt dat door of namens verdachte een verzoek a.b.i. art. 287.3.a Sv is gedaan om de bij appelschriftuur opgegeven getuigen alsnog ttz. op te roepen. Verzocht is “de zaken open terug te verwijzen naar de RC teneinde het no
Verzoek bij appelschriftuur. De rechter is niet gehouden te beslissen op een bij appelschriftuur gedaan verzoek. Alleen een herhaald, ttz. gedaan verzoek noopt tot een beslissing. Geen rechtsregel verplichtte het Hof om te onderzoeken of en in hoeverre verdachte bij zijn in de ap
1. Afwijzing verzoek horen minderjarige getuige in zedenzaak. Art. 288.1.b Sv. 2. Gebruik deskundigenrapport. Ad 1. Ex art. 288.1.b Sv kan de rechter van het verhoor van een niet verschenen getuige afzien als het gegronde vermoeden bestaat dat de gezondheid of het welzijn van de
Art. 322.4 Sv. Welke beslissingen blijven na opnieuw aanvangen in stand? Redelijke wetstoepassing brengt met mee dat art. 322.4 Sv ook de uit hoofde van art. 315 Sv gegeven bevelen tot oproeping van getuigen omvat. Een dergelijk bevel blijft dus bij het opnieuw aanvangen van het
Art. 288.1 ahf onder a Sv jo. art. 287.3 ahf onder b Sv; mogelijkheid afzien hernieuwde oproeping van een niet verschenen getuige. Aan het middel ligt de opvatting ten grondslag dat het Hof niet had mogen afzien van het horen van getuige X, nu de verdediging niet in de gelegenhei
Afwijzing getuigenverzoek. Hof wijst op regiezitting getuige toe, maar komt op latere tz. op de beslissing terug als blijkt dat deze getuige reeds door de RC is gehoord. In ‘s Hofs oordeel ligt besloten dat het horen van de getuige niet noodzakelijk is. Gelet op art. 418.2 Sv hee
Verzoek horen voorzitter raadkamer. Het Hof heeft het bij appelschriftuur gedane verzoek toegewezen in die zin dat de verdediging in de gelegenheid is gesteld door tussenkomst van de RC schriftelijk vragen te stellen aan deze rechter. De klacht dat het verzoek is afgewezen althan
Geen beslissing op verzoek tot oproeping getuigen. Middel kan niet tot cassatie leiden op gronden als vermeld in conclusie AG, o.m. inhoudend dat afwijzing van het verzoek in de strafzaak zich mede uitstrekte tot het verzoek in de ontnemingszaak.
Art. 287 jo. 288.1.c Sv. Van het horen van een ttz. verschenen getuige kan in een geval als i.c. slechts worden afgezien indien het Hof van oordeel is dat redelijkerwijs valt aan te nemen dat daardoor verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad. Het Hof heeft dat miskend do
Getuigenverzoeken. Maatstaf. Bij schriftuur ex art. 410 Sv heeft de verdediging verzocht 3 getuigen op te roepen. Gelet op art. 418 jo. art. 288 Sv kon het Hof het verzoek slechts afwijzen op de in art. 288.1 Sv genoemde gronden. Uit zijn op het verzoek genomen beslissing en de d
1. Beslissing op verzoek nader onderzoek. 2. Art. 5.1.e EVRM en oplegging tbs zonder advies strekkende daartoe van een deskundige. Ad 1. De raadsman heeft t.t.z. in hb van 23-11-06 verzocht om nieuw psychiatrisch onderzoek, waarop het Hof heeft geoordeeld dat het dat verzoek “tha
Art. 359.2 Sv. Hetgeen door de raadsman is aangevoerd omtrent de betrouwbaarheid van de fotoherkenning van verdachte door de aangever en de bruikbaarheid daarvan als bewijs, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Het Hof is in zijn
HR ambtshalve: duur proeftijd. Aangenomen moet worden dat art. 14b.2 Sr bij vergissing niet is aangepast aan de nieuwe nummering van art. 14c.2 Sr. Gelet hierop heeft het Hof ten onrechte een proeftijd van drie jaren vastgesteld. De HR herstelt deze misslag (HR LJN BB3999).
Verzoek tot het horen van een ttz. meegebrachte getuige. Blijkens het p-v van de ttz. van het Hof van 4-4-2006 heeft de raadsman aldaar het verzoek gedaan tot het horen van de meegebrachte getuige X. Een zodanig verzoek kan slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 2
Verzoek tot het horen van een ttz. meegebrachte getuige. Blijkens het p-v van de ttz. van het Hof van 4-4-2006 heeft de raadsman aldaar het verzoek gedaan tot het horen van de meegebrachte getuige X. Een zodanig verzoek kan slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 2
Kraggenburg-zaak. Vooropgesteld wordt dat ook indien zou moeten worden aangenomen dat de verdediging niet in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad een persoon die een verklaring tegenover de politie heeft afgelegd te (doen) ondervragen, art. 6 EVRM aan het gebrui
Samenhangende zaak met 02835/06. Art. 359.2 Sv. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.z.v. onbetrouwbaarheid getuigenverklaring. Hetgeen door de raadsman ttz. in hoger beroep is aangevoerd m.b.t. de verklaringen van de getuige kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een sta