Ketchikan, dagvaarding nietig
Wetboek van Strafvordering
Art. 283 Sv
Genoemd in 84 uitspraken · Officiële wettekst
84 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Ketchikan. Dagvaarding nietig.
Ketchikan, dagvaarding nietig
Ketchikan, dagvaarding nietig
Conclusie AG. Militaire kamer. Opzettelijke schending van een ambtsgeheim, meermalen gepleegd. Preliminair verweer nietigheid inleidende dagvaarding. Ontvankelijkheid OM ivm klachtvereiste. Schending geheim als bedoeld in art. 272 Sr. Klacht over beslissing hof ter zake van schen
Conclusie AG. Middelen over onder meer de verwerping van een niet-ontvankelijkheidsverweer vanwege schending van het gelijkheidsbeginsel en de bewijsvoering van medeplegen van witwassen, oplichting en valsheid in geschrift. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep (81.1 RO)
Verdachte n-o in h.b. nu OvJ en verdachte afstand hebben gedaan van het instellen van rechtsmiddelen bij de Pr. Middelen over het ontbreken van de zittingsaantekeningen van de griffier bij afwezigheid van een p-v van de ttz van de Pr, de afwijzing van het verzoek een meegebrachte
Art. 283 Sv. Gemachtigd raadsman, gelegenheid om het laatst het woord te voeren. Art. 283 Sv is van overeenkomstige toepassing ingeval de vraag aan de orde is of de rechter in h.b. kan toekomen aan een beoordeling van de zaak zelf (vgl. ECLI:NL:HR:2005:AS7542). Uit het pv van de
Verdachte n-o in cassatieberoep, nu de bestreden beslissing niet is een einduitspraak in de zin van art. 138 Sv.
Interne compensatie (i) binnen de naheffingsaanslag en (ii) binnen de vergrijpboetegrondslag na een ter zitting gesloten compromis, met effect buiten de naheffingstermijn en daarmee buiten de boeteverjaringstermijn. Uitleg van dat compromis. Motiveringsgebrek. ‘Dezelfde gedraging
HR: 81.1 RO.
Verdachte n-o in zijn cassatieberoep. Blijkens het p-v tz. in eerste aanleg is aldaar door de ex art. 279 Sv gemachtigde raadsman niet aangevoerd dat de zaak voor de kinderrechter vervolgd had dienen te worden. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat uit hetgeen in de cassaties
Diplomatieke immuniteit. “Note Verbale” van 21 april 2011 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Bosnië en Herzegovina aan het Nederlandse Ministere van Buitenlandse zaken. Artt. 31.1, 32.1 en 2 en 37.1 Verdrag van Wenen. Casus: verdachte, zoon van een diploma
De zaak is aangevangen bij de rechtbank Alkmaar zittinghoudende te Amsterdam in 2012. Na aanhouding is de behandeling van de zaak na 1 januari 2013 voortgezet. Het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen - op grond waarvan eerder de bevoegdheid van de rechtbank Alkmaar,
N-o verklaring ingestelde h.b. Verdachte heeft h.b. ingesteld tegen het vonnis van de Rb, waarbij het OM n-o werd verklaard in de strafvervolging. De aan het oordeel van het Hof ten grondslag liggende rechtsopvatting dat een verdachte in zijn h.b. n-o kan worden verklaard als hij
Stempelvonnis ex art. 378a Sv en het verlenen van verlof ex art. 410a Sv. Vzv. wordt geklaagd dat het vonnis uitgewerkt had moeten worden miskent het middel dat indien een stempelvonnis is gewezen o.g.v. art. 422 Sv de beraadslaging alleen n.a.v. het onderzoek in h.b. plaatsvindt
Stempelvonnis ex art. 378a Sv en het verlenen van verlof ex art. 410a Sv. Vzv. wordt geklaagd dat het vonnis uitgewerkt had moeten worden miskent het middel dat indien een stempelvonnis is gewezen o.g.v. art. 422 Sv de beraadslaging alleen n.a.v. het onderzoek in h.b. plaatsvindt
Art. 283.6 Sv. De verdachte is in appel niet-ontvankelijk verklaard en aangenomen moet worden dat hij door het Hof niet is gehoord. Zulks is in strijd met art. 283.6 Sv, welke bepaling in een geval als het onderhavige - waarbij de vraag aan de orde is of de rechter in hoger bero
Proces-verbaal houdende beslissingen op gevoerde preliminaire verweren inzake het onderzoek Klimop.
Uitspraak n.a.v. bezwaar in hoger beroep tegen toewijzing vordering aanpassing omschrijving tenlastelegging ex Sv 314 door de rechtbank, de sleutel waarin dat bezwaar is gesteld en de omvang van het hoger beroep.
Dagvaarding nietig ten aanzien van feit 1A (innerlijk tegenstrijdig). Niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij dagvaarding onder 1B primair en subsidiair, 1C en 2 is ten laste gelegd. Vrijspraak. Met het oog op de beperkte bewijsbestemming van een aan de Belast
Art. 322.4 Sv. Casus: Hof hoort getuige ttz. Op een volgende tz. wordt het onderzoek opnieuw aangevangen. Klacht in cassatie: bij het opnieuw aanvangen heeft het Hof de bij schriftuur opgegeven getuigen niet gehoord c.q. opgeroepen. HR: onder “beslissingen van de Rb inzake het ho
Profijtontneming.1. Laatste woord. 2. Art. 416.2 Sv. Ad 1. Uit het pv ttz. in h.b. blijkt niet dat aan betrokkene het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het i.c. toepasselijke art. 311.4 Sv niet in acht is genomen. Ad 2. Uit de teks
OM-cassatie. Art. 416.3 Sv. Het Hof heeft na behandeling ttz. het OM alsnog n-o verklaard wegens niet tijdig indienen (4 mnd te laat) van appelschriftuur. 1. De opvatting dat art. 416.3 Sv slechts van toepassing is indien geen schriftuur wordt ingediend, is onjuist. Die bepalin
Wrakingsverzoek ex art. 512 Sv. Ingevolge art. 515.5 Sv staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open zodat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is.