1. Art. 423.1 Sv, verzoek terugwijzing zaak naar de rb. 2. Voorwetenschap i.d.z.v. art. 46.2 Wte 1995. 3. Bewijsklacht. 4. Toepassen gunstiger bepalingen i.d.z.v. art. 1.2 Sr na wetswijziging van de artt. 46 en 46a Wte van 1 oktober 1995. 5. Strafoplegging. Ad 1. De HR herhaalt r
Wetboek van Strafvordering
Art. 277 Sv
Genoemd in 25 uitspraken · Officiële wettekst
25 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vordering AG tot cassatie in het belang der wet. De vordering richt zich tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 23 mei 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:1986. Centraal in de vordering staat de functie die tegenwoordig aan art. 36 Sv moet worden toegekend. Het artikel v
Na onderbreking van de terechtzitting ex art. 277.2 Sv behoeft de verdachte niet te worden opgeroepen. Daaraan doet i.c. niet af dat op de zitting in eerste aanleg van 05-06-2001, waar de verdachte niet, maar zijn waarnemend raadsman wel aanwezig was, een vordering wijzing tenlas
Conclusie AG. Meermalen poging tot doodslag in het verkeer. Bijna frontale botsing met motoragent en flankaanrijding met achtervolgende politieauto. Middelen over voorwaardelijk opzet, m.n. het welbewust aanvaarden van het gevolg en de aanmerkelijke kans op overlijden. Conclusie
Conclusie AG. Twee middelen. M1 bevat twee deelklachten. In deelklacht 1 wordt geklaagd over het onderbreken van een MK-zitting voor een latere sluiting ivm een a.s. vakantieperiode en in deelklacht 2 over het enkelvoudig sluiten van de zitting. De eerste deelklacht faalt, de twe
Conclusie AG. Fietsendiefstal door middel van verbreking, art. 310 jo. art. 311.1.5 Sr. Middelen over (1) afwijzing van een aanhoudingsverzoek gedaan met het oog op de voorbereiding van de verdediging, en (2) verwerping van het verweer dat verdachte door hemzelf aangebrachte slot
Aanwezigheidsrecht, art. 279 Sv. Hetgeen de niet op de voet van art. 279 Sv gemachtigde raadsman van de verdachte blijkens het proces-verbaal van de tz. in h.b. heeft aangevoerd, kan bezwaarlijk anders worden begrepen dan als een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de z
Recht op laatste woord, art. 311.4 Sv. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN BN0011. Indien verdachte het laatste woord reeds heeft gehad en op de nadere terechtzitting geen nieuwe onderzoekshandelingen zijn verricht, behoeft hem het laatste woord niet opnieuw te worden
De opvatting is onjuist dat het vertrouwensbeginsel meebrengt dat, wil een dagvaarding ex art. 261.3 Sv als een zgn. ‘voorlopige dagvaarding’ kunnen worden aangemerkt, daarop met zoveel woorden moet zijn vermeld dat het om een zodanige dagvaarding gaat.
Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit mensenhandel. Ambtshalve opmerking over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep i.v.m. vraag of cassatieberoep tijdig is ingesteld. Klacht over schending betekeningstermijn na aanhouding voor bepaalde tijd (art. 319 Sv). De conclusie
Conclusie AG. Medeplegen van brandstichting en/of een ontploffing teweegbrengen, meermalen gepleegd, medeplichtigheid aan poging tot brandstichting, medeplichtigheid aan medeplegen van poging tot moord en medeplegen van poging tot moord (art. 157 en 289 Sr). 1. Tijd en plaats med
Conclusie AG. Meineed (art. 207 Sr). De eerste drie middelen bevatten bewijsklachten over de bewezenverklaarde meineed. Het vierde middel klaagt over de motivering van de opgelegde straf. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Conclusie AG. Ontuchtzaak rondom zorginstellingen De Neshoeve en Hoeve Jedidja. De verschillende in cassatie opgevoerde klachten leiden naar het oordeel van de AG niet tot cassatie, m.u.v. het aantal toe te passen dagen gijzeling m.b.t. de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen.
Conclusie AG. Ontbrekende betekeningstukken oproeping nadere tz. in h.b na schorsing bepaalde tijd. Conclusie gaat in op de vraag of het hof een nietige betekening voor gedekt had kunnen houden en gaat daarbij in op regelgeving en rechtspraak inzake 1. betekening en 2. onderbreki
Conclusie AG. Medeplegen doodslag door om hoofd en nek van het slachtoffer een afgesloten plastic zak en een tuinslang te plaatsen. Door hof is vastgesteld dat het slachtoffer in aanwezigheid van enkel de verdachte en de medeverdachte is overleden. Niet is vast komen te staan wie
Veroordeling voormalig gedeputeerde Provincie Noord-Holland wegens omkoping, witwassen, medeplegen valsheid in geschrift en feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift begaan door een rechtspersoon. OM-cassatie en cassatie verdachte. Middelen m.b.t. o.a. (i) beroep op kwalif
OM-cassatie en cassatieberoep verdachte. HR: art. 81.1 RO.
Art. 363 Sr. Ambtelijke omkoping. Bouwfraude. HR: Art. 81 RO.
Conclusie AG o.m. over het onderbreken van de zitting voor alleen nog het laatste woord. HR: 81 RO.
1. Art. 423.1 Sv, verzoek terugwijzing zaak naar de rb. 2. Voorwetenschap i.d.z.v. art. 46.2 Wte 1995. 3. Bewijsklacht. 4. Toepassen gunstiger bepalingen i.d.z.v. art. 1.2 Sr na wetswijziging van de artt. 46 en 46a Wte van 1 oktober 1995. 5. Strafoplegging. Ad 1. De HR herhaalt r
1. Horen getuigen in elkaars aanwezigheid, artt. 289, 296, 297 Sv. 2. Opmaken verkort pv, art. 281.4 Sv. Ad 1. Art. 289 Sv, dat ex art. 415 Sv ook in appèl van toepassing is, geeft voorschriften omtrent de volgorde van de gang van zaken bij het verhoor van getuigen, Ex art. 289.
Toelaatbaarheid voor het bewijs van tegenover de politie afgelegde getuigenverklaring. Indien de verdediging niet in enig stadium de gelegenheid heeft gehad die getuige te (doen) ondervragen, staat art. 6 EVRM aan het gebruik tot het bewijs van die verklaring niet in de weg, als
1. ’s Hofs oordeel dat manipulatie van telefoongesprekken niet aannemelijk is geworden, is niet onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs beoordeling van de bruikbaarheid van de vertalingen van telefoontaps geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. 3. De schri
-
-