Horen van de raadsman als getuige. De klacht omtrent de afwijzing van het verzoek om de raadsman als getuige te horen, faalt omdat het horen van de advocaat die op de tz. hetzij de verdachte als raadsman bijstaat, hetzij hem ex (art. 48 WED jo.) art. 398.2° Sv vertegenwoordigt, h
Wetboek van Strafvordering
Art. 260 Sv
Genoemd in 57 uitspraken · Officiële wettekst
57 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Afwijzing getuigenverzoek. Maatstaf. Tegen de achtergrond van de in het arrest weergegeven totstandkomingsgeschiedenis van art. 287 Sv en de in de artt. 288a en 289 Sv vervatte regeling m.b.t. de gang van zaken bij het verhoor van getuigen ttz. moet worden aangenomen dat de in ar
Art. 410 en 416.3 Sv. Het Hof heeft geoordeeld dat OM ondanks niet tijdige indiening van de appelschriftuur ontvankelijk is. Mede in het licht van de wetsgeschiedenis geeft dat oordeel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, meer i.h.b. niet omtrent het te hanteren toetsings
Art. 359.2 Sv. Hetgeen door de raadsman is aangevoerd omtrent de betrouwbaarheid van de fotoherkenning van verdachte door de aangever en de bruikbaarheid daarvan als bewijs, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Het Hof is in zijn
1. Ontvankelijkheid in cassatie; verontschuldigbare termijnoverschrijding. 2. Aanwezigheidsrecht in appèl; veroordeling bij verstek na fout in bijsluiter bij dagvaarding. Vooropgesteld dient te worden dat de wet bepaalt in welke gevallen tegen een rechterlijke uitspraak een recht
1. ’s Hofs oordeel dat manipulatie van telefoongesprekken niet aannemelijk is geworden, is niet onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs beoordeling van de bruikbaarheid van de vertalingen van telefoontaps geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. 3. De schri
-
-