Celstraf voor oud-officier van justitie voor betaalde seks met minderjarige De rechtbank Den Haag heeft een voormalig plaatsvervangend hoofdofficier van justitie veroordeeld tot vijf maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor het plegen van ontucht met een minderjarige jongen
Wetboek van Strafvordering
Art. 258 Sv
Genoemd in 95 uitspraken · Officiële wettekst
95 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Vrijspraak (mede)plegen moord, veroordeling brandstichting. Geen sprake van nietigheid van de dagvaarding. Ook geen sprake van grondslagverlating door de rechtbank na een uitlating omtrent de tenlastelegging van de officier van justitie. Het hof kan niet vaststellen dat verdachte
Medeplegen van het zich verschaffen en in voorraad hebben van valse bankbiljetten, art. 209 Sr. Tallon-criterium. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2020:1889 m.b.t. niet-ontvankelijkverklaring van het OM in het geval dat verdachte door opsporingsambtenaar dan wel
Door de verdediging is bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard, onder andere vanwege het feit dat een deel van het dossier in het ongerede is geraakt. Het hof verwerpt dit verweer. Het hof stelt vast dat er inderdaad een aantal delen van
Conclusie AG. Ontvankelijkheid h.b. en recht op vertaling essentiële processtukken, art. 386.1 jo. 260.5 Sv. Aan Roemeense verdachte is geen vertaling oproeping voor tz. Ktr verstrekt.
Conclusie AG over de vraag of de verdediging aan het handelen van de rechter-commissaris het gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen dat de terechtzitting in eerste aanleg niet door zou gaan en dus de termijnoverschrijding bij het instellen van hoger beroep de verdachte niet kan
Schadevergoedingsverzoek ex artikel 591a Sv. Tegen verzoeker is de verdenking ontstaan dat hij eind jaren zeventig en begin jaren tachtig in Argentinië betrokken is geweest bij zogeheten dodenvluchten. Verzoeker is in 2006 in Nederland als verdachte aangemerkt ter zake van overtr
Conclusie AG over toegang van slachtoffers tot zitting in strafzaak tegen minderjarige in de zin van van art. 495b, eerste lid, Sv in geval verschillende feiten in één dagvaarding zijn opgenomen.
Vordering tul o.g.v. niet naleving algemene voorwaarde en bepaling van de dag voor het onderzoek van de vordering tul, art. 14h.2 Sr. Heeft het Hof ten onrechte de tul bevolen van aan verdachte voorwaardelijk opgelegde straf terwijl art. 14h.2 Sr niet is nageleefd? Ex art. 14g.3
Art. 591a Sv > zaaksbegrip, toewijzen forfaitaire kosten.
Civiele raadkamer; beslissing ex artikel 36 W.v.Sv. Verzoek om strafzaak beëindigd te verklaren vanwege een onaanvaardbare overschrijding van de redelijke termijn. Afwijzing verzoek.
zaaksbegrip, voeging afgewezen, bezien op welke feiten de voorlopige hechtenis betrekking had
Verzoek uitoefenen spreekrecht middels videoboodschap toegewezen. De videoboodschap dient wel aan enkele voorwaarden te voldoen.
Verzoek ex artikel 591a Sv, niet-ontvankelijkheid verzoeker ivm zaaksbegrip.
Verzoek ex artikel 89 Sv, niet-onvankelijkheid verzoeker ivm zaaksbegrip.
Arnhem 30 december 2015 – Enkelvoudige Raadkamer. Uiteenzetting beoordelingskader van artikel 591a Wetboek van Strafvordering. De raadkamer oordeelt dat het verzoek tot schadevergoeding zoveel onduidelijkheden bevat dat niet kan worden beoordeeld of en zo ja in welke mate een sch
Bij beoordeling gronden van billijkheid voor toekenning van schadevergoeding moet ook verdenking ten aanzien van verzamelfeit en verzoekers houding daarin betrokken worden. Omstandigheid dat verzamelfeit niet op dagvaarding staat doet daar niet aan af.
HR 81.1 RO.
Verzoek ex artikelen 89 en 591a Sv: één zaak. De zaak niet is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten. In het licht van de rechtspraak van de Hoge Raad bestaat er naar
Cassatie in het belang der wet. Verhouding tussen zittingsrechter en RC. 1. Art. 238.2 Sv. Na de kennisgeving van de OvJ dat tot dagvaarding zal worden overgegaan is de RC bevoegd tot voortzetting van zijn o.g.v. art. 181 - 183 Sv reeds lopende onderzoek zolang het onderzoek ttz
Beroep op ne bis in idem, art. 68 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:1985:AB9796 en verwerpt het beroep.
Hof verwerpt levenslange gevangenisstraf omdat het verdachte vrijsprak van twee van de telaste gelegde moorden. Het beroep van de verdediging op nietigheid van de dagvaarding en niet-ontvankelijkheid van het OM faalt. Het Hof pastl strafvermindering toe wegens het nadeel dat verd
een rechtshulpprocedure gevolgd door een verlofprocedure ex 552p Sv kan niet worden aangemerkt als de ‘zaak’ zoals bedoeld in artikel 591a Sv. Verzoek om schadevergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoek tot wraking afgewezen. Uitleg van artikel 258 lid 5 Sv is niet aan de wrakingskamer. Afwijzing van verzoek om getuigen te horen is geen blijk van vooringenomenheid.
Ne bis in idem? Een gedetineerde wordt voor misdragingen in de penitentiaire inrichting door de directeur daarvan disciplinair bestraft met opsluiting in een strafcel op grond van de Penitentiaire beginselenwet. Vervolgens wordt hij vervolgd voor de strafrechter. In nationale wet