Conclusie AG. Ontvankelijkheid h.b. en recht op vertaling essentiële processtukken, art. 366.4 Sv. Aan in Guinee geboren verdachte is geen vertaling mededeling verstekvonnis verstrekt.
Wetboek van Strafvordering
Art. 258 Sv
Genoemd in 95 uitspraken · Officiële wettekst
95 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Conclusie AG. Afwijzing voorwaardelijk verzoek tot het horen van belastende getuigen en schending van art. 6 EVRM. Toepassing criteria HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1015. De AG is van mening dat de afwijzing van het getuigenverzoek onvoldoende is gemotiveerd en geeft de Hoge Ra
Conclusie AG. Afwijzing voorwaardelijk verzoek tot het horen van belastende getuigen en schending van art. 6 EVRM. Toepassing criteria HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1015. De AG is van mening dat de afwijzing van het getuigenverzoek onvoldoende is gemotiveerd en geeft de Hoge Ra
Economische zaak. Taxivervoer zonder vergunning. Middelen over 1. afwijzing door poortraadsheer en Hof van verzoek nader onderzoek geestvermogens verdachte, 2. verwerping beroep ontoerekeningsvatbaarheid en afwijzing verzoek toepassing art. 9a Sr en 3. begrijpelijkheid oordeel Ho
Afwijzen getuigenverzoek. Het Hof heeft door het bij appelschriftuur gedane en ttz. in h.b. gehandhaafde verzoek X als getuige te horen af te wijzen omdat het dit verzoek onvoldoende onderbouwd achtte en verdachte door die afwijzing niet in zijn verdediging is geschaad de juiste
Cassatie in het belang der wet. Vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in een ontnemingsprocedure. Art. 591a Sv. De HR heeft in ECLI:NL:HR:2001:AB1509 een ontkennend antwoord gegeven op de vraag of voor de toepassing van art. 591a.1 en 2 Sv de behandeling van een vordering tot
1. Beslissing gelijktijdige behandeling. 2. Gebruik als bewijs van bescheiden van een vreemde staat; art. 344.1 Sv. Ad 1. ’s Hofs beslissing om de samenhangende zaken niet langer gelijktijdig te behandelen, is niet een rechterlijke beslissing waartegen ex art. 78 RO beroep in cas
Wrakingsbeslissing. Het hof wijst het wrakingsverzoek toe omdat er een zwaarwegende aanwijzing is voor het oordeel dat de bestaande vrees bij verzoeker dat de raadsheren jegens hem een vooringenomenheid koesteren, objectief gerechtvaardigd is.
Cold case. Veroordeling voor gekwalificeerde doodslag op Mike Duif in 1996. Gestelde vormverzuimen tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie verworpen. WOD-traject rechtmatig en geen sprake van de zogenaamde Mr. Big-methode. Oplegging gevangenisstraf van vijftie
De verdachte wordt ter zake van mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel (feit 1), handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd (feit 2) en handelen in strij
De raadkamer verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechter-commissaris heeft drietal getuigenverzoeken afgewezen. Het bezwaar van de verdediging richt zich tegen de afgewezen onderzoekshandelingen.
De rechtbank veroordeelt een 40-jarige man tot een gevangenisstraf van acht jaren en betaling van een schadevergoeding van € 3.500,00 aan de zus van het slachtoffer. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van doodslag.
Beschikking op bezwaarschrift tegen de dagvaarding. Bezwaarschrift ongegrond verklaard.
Bewezenverklaring van afpersing, diefstal met braak, diefstal en een tweetal vernielingen. De rechtbank legt aan verdachte op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren.
verzoekschrift 530 en 533 Sv. toewijzen, toepass. 9a begrip zaak
Raadkamerprocedure. Verzoek ex artikel 530 Sv. Verzoeker niet-ontvankelijk, want geen sprake van een strafzaak. Verzoeker is niet door het openbaar ministerie als verdachte aangemerkt en ook uit de overige omstandigheden blijkt niet dat sprake was van een strafrechtelijke procedu
Verdachte wordt verdacht van (1) voorhanden hebben van een busje traangas, (2) aanwezig hebben van meer dan 30 gram hennep en (3) het voorhanden hebben van accijnsgoederen (sigaretten) die niet in de accijnsheffing zijn betrokken. Van feit 1 wordt verdachte vrijgesproken, voor fe
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. 1. Klacht m.b.t. geldigheid inleidende dagvaarding. 2. UOS-klacht m.b.t. schending aanwezigheidsrecht in eerste aanleg. 3. Slagende klacht m.b.t. schending redelijke termijn i.v.m. niet-voortvarend betekenen verstekvonnis. Conclusie strekt tot
Verzoek schadevergoeding art. 530 Sv. Drie zaken gevoegd behandeld en beslist. Daarmee één zaak geworden. Geen vrijspraak van alle onderdelen, dus geen geval waarin “de zaak” is geëindigd zonder straf of maartregel. Verzoek afgewezen
Niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift op grond van artikel 182, zesde lid, Wetboek van Strafvordering.
Bezwaarschrift tegen dagvaarding. Beginselen van een behoorlijke procesorde. Op de officier van justitie rust geen motiveringsplicht om op door de verdediging ingebrachte argumenten expliciet in te gaan. Voldoende is dat de officier van justitie een belangenafweging verricht, die
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de belediging van een wethouder. De verdachte heeft beledigende berichten geplaatst op een openbare Facebookpagina.
Raadkamerprocedure. Verzoek ex artikel 530 Sv. Verzoeker niet-ontvankelijk, want geen sprake van een strafzaak. Gesprekken tussen de Rijksrecherche en verzoeker hadden niet het karakter van een verhoor. Verzoeker is niet als verdachte aangemerkt en tegen hem zijn geen dwangmiddel
De verdachte werd vervolgd voor feitelijke leidinggeven aan het door twee rechtspersonen al dan niet opzettelijk kopen, verkopen, ten verkoop voorhanden of in voorraad hebben van blikjes met eieren van steurachtigen (kaviaar), een beschermde uitheemse diersoort. Deze handelingen
De rechtbank is van oordeel dat nu de strafzaak tegen verzoekster niet is geëindigd zonder oplegging van enige straf of maatregel verzoekster geen recht heeft op vergoeding van de door haar gemaakte kosten ten behoeve van rechtsbijstand op grond van artikel 530 Sv. De term “zaak”