-
Wetboek van Strafvordering
Art. 258 Sv
Genoemd in 95 uitspraken · Officiële wettekst
95 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vernieling van trams door aanbrengen van graffiti tijdens demonstratie, art. 350.1 Sr. 1. Post-Keskin. Afwijzing van ttz. in hoger beroep bij pleidooi gedaan voorwaardelijk verzoek tot horen van belastende getuigen (trambestuurder en verbalisant). Welke betekenis komt toe aan oms
-
Verstekverlening in hoger beroep na betekening van dagvaarding of oproeping door toezending per gewone post naar adres van verdachte in buitenland (Polen) op de voet van art. 36e.3 Sv. 1. Stelt het Unierecht, i.h.b. (a) Richtlijn 2012/13/EU (recht op informatie in strafprocedures
-
Vordering tot cassatie in het belang der wet. Wat dient in art. 591a.1 en 591a.2 Sv te worden verstaan onder ‘de zaak’ en wanneer is voldaan aan in die bepalingen voor vaststelling van vergoeding gestelde voorwaarde uitgedrukt in woorden ‘Indien de zaak eindigt zonder oplegging v
Wet forensische zorg (Wfz), Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Kan strafrechter ambtshalve een zorgmachtiging verlenen (art. 2.3 lid 1 Wfz in verbinding met art. 6:5 Wvggz) nadat officier van justitie geen gevolg heeft gegeven aan verzoek van de rechter een zorgm
1. Ontvankelijkheid van cassatieberoep tegen tussenarrest. 2. Inhaaldagvaarding en ontvankelijkheid OM. Ad 1. Het hof heeft, na het wijzen van een tussenarrest, op een nadere terechtzitting in gewijzigde samenstelling toepassing gegeven aan art. 322.3 Sv en het onderzoek niet opn
-
Beroep op ne bis in idem, art. 68 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:1985:AB9796 en verwerpt het beroep.
-
Voortgezette handeling van medeplegen valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) en gebruik maken van vervalst geschrift (art. 225.2 Sr), meermalen gepleegd. Relatieve competentie, art. 2.2 Sv. Is Rb Midden-Nederland bevoegd tot kennisneming van het aan verdachte tlgd. feit? Relatieve
Vordering AG tot cassatie in het belang der wet. De vordering richt zich tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 23 mei 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:1986. Centraal in de vordering staat de functie die tegenwoordig aan art. 36 Sv moet worden toegekend. Het artikel v
1. Slagende bewijsklacht verduistering. 2. Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling, art. 15i Sr. De opvatting dat ingeval de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke vrijheidstelling in strijd met art. 15i.2 Sr niet "onverwijld" is ingediend, zulks dient te
Ontvankelijkheid OM. Geldigheid 2e uitgebrachte dagvaarding. Vzv het middel berust op de opvatting dat het Hof heeft geoordeeld dat de zaak, die ttz aanhangig was gemaakt met de 1e (juni-)dagvaarding, t.t.v. de inhoudelijke behandeling door de Rb inmiddels was geeïndigd, gaat het
Conclusie AG. Voortgezette handeling medeplegen valsheid in geschrift en opzettelijk gebruikmaken van een vervalst geschrift. Het eerste middel betreft het oordeel van het hof over de relatieve bevoegdheid van de voormalige rechtbank Utrecht (in 2013 'opgegaan' in de rechtbank Mi
Afpersing van supermarktmedewerker. Verdachte ontoerekeningsvatbaar. De rechtbank legt niet – zoals gevorderd - tbs met dwangverpleging op, maar geeft (bij separate beslissing) ambtshalve een zorgmachtiging ex art. 2.3 Wfz in verbinding met art. 6:4 Wvggz af.
Voorzitter Hof heeft in zijn hoedanigheid van Rh-C (poortraadsheer) ex art. 411a.1 Sv enig onderzoek in de zaak verricht door getuigenverzoek toe te wijzen. Functiecumulatie van Rh-C en voorzitter Hof. Behandeling door onpartijdig gerecht en toepasselijkheid art. 268.2 Sv in h.b.
Afpersing van supermarktmedewerker. Verdachte ontoerekeningsvatbaar. De rechtbank legt niet – zoals gevorderd - tbs met dwangverpleging op, maar geeft (bij separate beslissing) ambtshalve een zorgmachtiging ex art. 2.3 Wfz in verbinding met art. 6:4 Wvggz af.
Conclusie AG over de rechtsgeldigheid van een betekening van een dagvaarding in persoon op het moment dat de verdachte is aangehouden op het politiebureau met toepassing van art. 587 lid 2 Sv. De dagvaarding is door de verbalisant aan de verdachte overhandigd, waarop de verdachte
-
Tussenbeslissing onderzoekswensen t.a.v. EncroChat en SkyECC. De verdediging heeft zich o.a. op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie betrokkenheid van Europol heeft verzwegen. In dit licht is de betrouwbaarheid van Sky- en Encro-berichten ter discussie gesteld.
Conclusie AG. Art. 6 lid 1 Richtlijn 2012/13/EU. Art. 4 bis Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Art. 8 en 9 Richtlijn 2016/343. Klacht over oordeel hof dat dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend. Aangevoerd wordt dat oordeel met name in strijd is met art. 6 lid 1 Richtlijn 2012/13
Schadevergoedingsverzoek ex artikel 530 Sv. Verzoekster, een buitenlandse rechtspersoon, is in beeld gekomen in een FIOD-onderzoek naar grensoverschrijdende belastingfraude. Tegen verzoekster is geen (verdere) vervolging ingesteld. De rechtbank oordeelt dat niettemin sprake was v
Conclusie AG. Slagende klacht dat het hof met betrekking tot een beroep op psychische overmacht heeft verzuimd te beslissen op een gedaan verzoek tot een nieuwe psychologische rapportage, art. 315, 328 en 330 Sv. De AG stelt zich op het standpunt dat, ondanks de omstandigheid dat