Executieoverlevering. Artikel 6, tweede en vijfde lid, OLW: weigering van de executieoverlevering van een Poolse ingezetene van Nederland en straffeloosheid. Prejudiciële verwijzing: de rechtbank vraagt aan het Hof van Justitie van de Europese Unie of artikel 6 OLW in strijd is m
Wetboek van Strafrecht
Art. 7 Sr
Genoemd in 96 uitspraken · Officiële wettekst
96 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Executieoverlevering. Art. 6 lid 2 jo. lid 5 OLW: Nederlandse rechtsmacht hetzij o.g.v. art. 2 Sr hetzij o.g.v. art. 7 lid 3 Sr jo. art. 86b Sr. Het “het rechtmatig verblijven in Nederland gedurende een onafgebroken periode van vijf jaar of langer” a.b.i. art. 86b Sr kan worden a
Medeplegen witwassen van geldbedragen en auto door € 52.810, 45.000 Britse ponden en auto voorhanden te hebben in Weert en England. (art. 420bis.1.b Sr). 1. Rechtsmacht, art. 2 Sr. Heeft hof terecht geoordeeld dat Nederland rechtsmacht heeft over tlgd. feit en OM ontvankelijk is
Overlevering Polen. Toegestaan voor vervolging, geweigerd voor executie. Polen heeft desgevraagd verklaard niet te kunnen meewerken aan overdracht van de tenuitvoerlegging van de straffen. De opgeëiste persoon voldoet aan de voorwaarden van artikel 6, vijfde lid OLW. Op grond van
EAB België, opgeëiste persoon heeft een Nederlandse verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en wordt gelijkgesteld met een Nederlander conform artikel 6, vijfde lid, OLW, verweer op ne bis in idem-beginsel slaagt niet, overlevering wordt toegestaan.
De rechtbank staat de door de Duitse autoriteiten verzochte overlevering ter strafvervolging van een opgeëiste persoon met de Marokkaanse nationaliteit en een Nederlandse verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd toe. De rechtbank oordeelt dat in dit geval is voldaan aan de vereis
Conclusie AG. Verdachte die behandelingen uitvoert met iboga(ïne) veroordeeld voor o.a. doodslag. Overlevering o.g.v. EAB. Klachten over o.a. ontvankelijkheid OM (M1) en strafoplegging (M4) v.w.b. niet in EAB genoemde feiten; en over motivering opzet (M2) en causaliteit (M3) bewe
EAB Polen; verweer m.b.t. de terugkeergarantie verworpen; tussenuitspraak om partijen in de gelegenheid te stellen een (nader) standpunt in te nemen m.b.t. het verweer inzake verjaring; de beslissing is ook o.g.v. artikel 11, tweede lid, OLW aangehouden; en tevens wordt aan de ui
“Vervolgingsoverlevering. Art. 6 lid 5 OLW: rechtsmacht op grond van art. 7 lid 3 Sr jo. art. 86b Sr; het criterium van art. 86b Sr is gelijk aan het eerste criterium van art. 6 lid 5 OLW (ononderbroken en rechtmatig verblijf in Nederland van ten minste vijf jaar)”.
De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een contactverbod als bijzondere voorwaarde. De verdachte heeft zich gedurende ongeveer 10 jaar in verschillende fases schuldig gemaakt aan het plege
Langdurig seksueel misbruik van 8-jarige/15-jarige dochter door vader (Filipijnse nationaliteit) in Dubai en [plaats], art. 244 (oud), 245 (oud) en 247 (oud) jo. 248.2 (oud) Sr. Rechtsmacht, art. 7 (oud) en 86b Sr. Rijst uit stukken ernstig en rechtstreeks vermoeden dat OM n-o is
Conclusie AG. Seksueel misbruik van minderjarige dochter in Dubai en [plaats]. 1. Rechtsmacht voor feiten die in Dubai zijn gepleegd. AG maakt algemene opmerkingen over extraterritoriale rechtsmacht voor zedenmisdrijven en de mogelijkheid van terugwerking van het ingezetenschap (
Onderzoek Mergel. Veroordeling tot 18 maanden gevangenisstraf ter zake van het telen van hennep in Duitsland en Nederland (5 kwekerijen). Gebruik van versleutelde informatie van telefoons (EncroChat en SKY ECC). Verweer ontbreken Nederlandse rechtsmacht en niet-ontvankelijkheid O
“Megazaak Mergel. De rechtbank veroordeelt verdachte voor zijn betrokkenheid bij drie omvangrijke hennepkwekerijen in Duitsland. Deze hennepkwekerijen werden aangestuurd vanuit een onderneming in Emmen. Dit gebeurde op professionele wijze. De rechtbank veroordeelt verdachte daarn
Conclusie AG. Medeplegen van witwassen (art. 47 jo. art. 420bis Sr). Slagend middel over het ontbreken van rechtsmacht op basis van art. 7 lid 1 jo. lid 3 Sr t.a.v. het medeplegen van witwassen in Engeland. Conclusie strekt tot partiële vernietiging en terugverwijzing. Samenhang
Openbaar ministerie gelet op inhoud en tijdstip van aangifte en klacht en de klachttermijn genoemd in art. 66 lid 1 Sv gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtsgeldige klacht met betrekking tot de tenlastegelegde belaging (art. 285b Sr). Openbaar minister
Executieuitlevering naar Turkije van in Nederland woonachtige Bulgaar. Europees Uitleveringsverdrag art. 6; Uitleveringswet art. 4; VWEU art. 18; Handvest EU art. 19; EVRM art. 8. HvJEU 6 september 2016, ECLI:EU:C:2016:630 (Petruhhin), HvJEU 10 april 2018, ECLI:EU:C:2018:222 (Pis
Valuta van de vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr. Moeten de vordering benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel worden toegewezen in wettig Nederlands betaalmiddel of in de valuta die is gevorderd door de benadeelde partij (i.c. Brit
Vervolg op HR 27 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:132, NJ 2015/345 m. nt. B.F. Keulen. Op 13 maart 2012 achtervolgt de (Nederlandse) politie op de snelweg in Nederland en Duitsland een door verdachte bestuurde auto. Telkens als de politieauto, bij snelheden tot boven 140 kilometer p
Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat de opgeëiste persoon voldoet aan de vereisten van artikel 6, vijfde lid OLW kan hij zich met succes beroepen op de weigeringsgrond van artikel 6, tweede lid OLW en moet de door Letland verzochte overlevering ter fine van executie van een onhe