Recht tot tenuitvoerlegging van veroordeling tot vervangende hechtenis vervallen (art. 70 eerste lid, 76 en 326 Sr)? Verandering van wettelijke regeling van verjaring direct van toepassing, met dien verstande dat een reeds voltooide verjaring wordt geëerbiedigd. Of het recht tot
Wetboek van Strafrecht
Art. 76 Sr
Genoemd in 23 uitspraken · Officiële wettekst
23 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie AG. Verdachte die behandelingen uitvoert met iboga(ïne) veroordeeld voor o.a. doodslag. Overlevering o.g.v. EAB. Klachten over o.a. ontvankelijkheid OM (M1) en strafoplegging (M4) v.w.b. niet in EAB genoemde feiten; en over motivering opzet (M2) en causaliteit (M3) bewe
HR verklaart de uitlevering aan de Republiek Kroatië toelaatbaar.
Onrechtmatige daad Staat? Verjaring recht straf ten uitvoer te leggen. Executieverjaring en vervolgingsverjaring.
Executiegeschil gevangenisstraf. Herkenningsprocedure 579 Sv niet doorlopen. Aannemelijk dat eiser de veroordeelde is. Procedure 557, lid 3, onder 2 Sv niet doorlopen. Recht tot executie niet verjaard.
Verzoek op grond van artikel 6:6:26 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Bij vonnis is de verzoeker een ontnemingsmaatregel opgelegd van € 32.699,67. De raadsvrouw van de verzoeker heeft een verzoek tot kwijtschelding dan wel vermindering van de ontnemingsvordering ingediend.
Verzoek op grond van artikel 6:6:26 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Bij vonnis is aan de verzoeker de verplichting tot betaling van € 120.120,00 aan de Staat opgelegd. De raadsvrouw van de verzoeker heeft verzocht tot kwijtschelding dan wel vermindering van de ontnemings
Conclusie AG. Bewijsklachten t.a.v. rijden onder invloed (art. 8 WVW 1994) en snelheidsovertreding (art. 62 jo bord A1 RVV 1990). Klacht t.a.v. beslissing op vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijk opgelegde straf over o.m. termijn van de executieverjaring (tenuitvoerleggingst
Vordering lijfsdwang. De officier van justitie is niet-ontvankelijk in zijn vordering aangezien de termijn van het recht tot uitvoering van de ontnemingsmaatregel is verjaard.
Strafrecht. Kort geding. Is recht op tenuitvoerlegging opgelegde straf vervallen door verjaring? Overgangsrecht Wet van 19 januari 1989, Stb. 1989, 7. Verband tussen vervolgings- en executieverjaring (art. 76 Sr).
Strafrecht. Kort geding. Is recht op tenuitvoerlegging opgelegde straf vervallen door verjaring? Overgangsrecht Wet van 19 januari 1989, Stb. 1989, 7. Verband tussen vervolgings- en executieverjaring (art. 76 Sr).
Kort geding, vordering tot verbod tenuitvoerlegging vervangende hechtenis afgewezen.
OM-cassatie. Bouwfraude-zaak. Art. 177 (oud) Sr. 1. HR ambtshalve: verjaring. 2. n.o.-verklaring OM. Ad 1. De HR herhaalt relevante r.o. m.b.t. de verjaring uit HR LJN BK1998 en LJNBK6357. Bij de inwtr. op 1-2-2001 van de wijziging van art. 177 Sr waren de tlg-de feiten nog niet
Executie Nederlandse gevangenisstraf voormalig RAF-lid. Verjaring. Tijdelijke uitlevering van in Nederland bij onherroepelijk strafvonnis veroordeelde aan ander land met het oog vervolging aldaar voor andere misdrijven. Art. 76a lid 3 Sr., dat ertoe strekt de termijn van executie
Recht tot tenuitvoerlegging van veroordeling tot vervangende hechtenis vervallen (art. 70 eerste lid, 76 en 326 Sr)? Verandering van wettelijke regeling van verjaring direct van toepassing, met dien verstande dat een reeds voltooide verjaring wordt geëerbiedigd. Of het recht tot
Profijtontneming. Ontneming t.a.v. verjaarde ” soortgelijke feiten”. Aan ’s Hofs oordeel ligt de opvatting ten grondslag dat ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel t.z.v. “soortgelijke feiten” a.b.i. art. 36e.2 Sr niet mogelijk is, indien vervolging t.z.v. die soortgeli
Uitlevering. Verweer en middelen berusten op de kennelijke stelling dat het vonnis op grond waarvan de uitlevering is verzocht op 18-02-99 voor tul vatbaar is geworden. Het oordeel van de Rb komt erop neer dat in dat opzicht dient te worden vertrouwd op de door de verzoekende Sta
Verjaringstermijn ex art. 72.2 Sr en reikwijdte art. 73 Sr. Het tenlastegelegde betreft een overtreding die heeft plaatsgevonden op 16-1-99. Op 6-10-05 heeft het HvJ EG uitspraak gedaan n.a.v. het arrest van de HR van 23-12-03 (LJN AL4343). Blijkens de wetsgeschiedenis strekt art
OM-cassatie tegen betaling in termijnen in ontnemingszaak. Sedert 1 maart 1993 is art. 24a Sr niet van overeenkomstige toepassing verklaard in ontnemingszaken. Voor analoge toepassing bestaat geen grond.
-
-
-
Schuldsaneringsregeling werkt ten aanzien van strafrechtelijke boetes. Vervangende hechtenis wordt geschorst