Bouwzaak: Vooroverleg bouwbedrijven
Wetboek van Strafrecht
Art. 68 Sr
Genoemd in 710 uitspraken · Officiële wettekst
710 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 27 · live
Afwijzing beroep op de inkeerbepaling van artikel 69, lid 3 van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen.
Ne bis in idem in zedenzaak. Het hof verwierp het beroep op schending van het ne bis in idem-beginsel op de grond dat de vervolging in deze zaak wat betreft de bewezenverklaarde handelingen betrekking heeft op andere handelingen dan waarvoor verdachte eerder onherroepelijk is ver
Clickfondszaak. 1. Niet-ontvankelijkverklaring OM niet begrijpelijk gemotiveerd voorzover is geoordeeld dat (i) het rechtshulpverzoek aan de Zwitserse autoriteiten een misleidend effect zou hebben, (ii) dit effect zou zijn beoogd en (iii) dat niet meer te achterhalen is of van mi
Clickfondszaak. 1. Niet-ontvankelijkverklaring OM niet begrijpelijk gemotiveerd voorzover is geoordeeld dat (i) het rechtshulpverzoek aan de Zwitserse autoriteiten een misleidend effect zou hebben, (ii) dit effect zou zijn beoogd en (iii) dat niet meer te achterhalen is of van mi
Rekeningenproject, belastingdienst, onjuiste aangifte, fiscale boeten, una via
Art. 55.1 Sr en kwalificatie. Het hof heeft terecht art. 55.1 Sr vermeld als wettelijk voorschrift waarop de straf mede berust en de bepaling toegepast waarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld. Het hof heeft - gelijk het kon doen - de strafbare feiten (afpersing en bedreiging) e
Clickfondszaak. Overschrijding redelijke termijn ex art. 6.1 EVRM in cassatiefase – inzendingstermijn is met drie dagen overschreden – leidt tot strafvermindering: de o.a. opgelegde 240 uren onbetaalde arbeid ten algemenen nutte worden verminderd tot 235 uren taakstraf.
Ceteco-affaire. Afwijzing door hof van vordering wijziging tenlastelegging (strekkende tot toevoeging van op verduistering toegesneden variant) is zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat de gevorderde wijziging wat betreft tijd en plaat
1. De oorspronkelijke summiere tenlastelegging ex art. 261.3 Sv hoeft niet in de einduitspraak te worden opgenomen. 2. 's Hofs onnodige toevoeging van de woorden "samen met een of meer van zijn mededaders" in bewezenverklaring is geen grondslagverlating. 3. Geen bijzondere motive
Art. 67a AWR. Twee verzuimboetes mogelijk bij aanslagen IB/PVV en WAZ?
Art. 67a AWR. Hoogte boete bij recidive.
Btw-caroussel (2 stuks). 9 feiten telastegelegd: 2 maal deelneming aan een criminele organisatie (art. 140 Sr), 5 maal valsheid in geschrift (art. 225 jo 51 Sr) en 2 maal belastingfraude (art. 69 AWIR). 11 (!!) niet-ontvankelijkheidsverweren, een "highlight": 9. geen gevaar voor
Dagvaarding met cumulatief een ex art. 261.3 Sv en een ex art. 261.1 Sv tenlastegelegd feit. 1. De opvatting dat indien in een tenlastelegging is volstaan met de feitsomschrijving ex art. 261.3 Sv, geen ander feit aan die tenlastelegging mag worden toegevoegd, vindt geen steun in
Betekening appèldagvaarding aan griffier gevolgd door verzending aan adres in Indonesië. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat geen van de ten processe naar voren gekomen adressen van verdachte in Indonesië kon gelden als woon- of verblijfplaats van de verdachte in het buitenlan
1. Wijziging tenlastelegging waarbij eerder al als ontucht tenlastegelegd tongzoenen mede als verkrachting ten laste wordt gelegd, toelaatbaar. 2. Gelet op de door het hof vastgestelde omstandigheden geeft zijn oordeel dat de slachtoffers (soldaten) aan het gezag van de verdachte
Aan een kennisgeving door het parket bij de HR (art. 444.2 Sv) over afloop cassatieprocedure waarin het dictum onjuist is weergegeven kan verdachte niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat het OM hem niet verder zal vervolgen. Mede in aanmerking genomen dat het parket bij
De rechtbank Haarlem veroordeelt een verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, vanwege een grootschalige fraude met beleggingsoverzichten, meermalen gepleegde verduistering en opzetheling. De verdachte heeft er, volgens de rechtbank, aan bijgedragen dat een g
De verdachte heeft gedurende een aantal jaren de belastingdienst omtrent zijn feitelijke woonplaats onjuist ingelicht. De verdachte heeft de belastingdienst voorgespiegeld dat hij in de jaren 1990 tot en met 1995 in Zuid-Afrika woonde en in Nederland niet belastingplichtig was, t
De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij halsstarrig blijft weigeren mee te werken aan de terugkeer van de minderjarige. Hij geeft er blijk van de belangen van de moeder en het kind ernstig te minachten.
Nu de kennisgeving van niet verdere vervolging betrekking heeft gehad op dezelfde strafbare feiten als waarop het beklag is gegrond, brengt het voorgaande mee dat ten aanzien van Brink ter zake van deze feiten niet (opnieuw) tot vervolging kan worden overgegaan. Op voorhand hebbe
30 september 2003 Strafkamer nr. 02259/02 EdK/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 4 september 2002, nummer 21/000134-02, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]
30 september 2003 Strafkamer nr. 02259/02 EdK/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 4 september 2002, nummer 21/000134-02, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]
-
-