Bevoegdheid economische kamer. Art. 38 en 46 WED. De totstandkomingsgeschiedenis van de wet van 8-11-1993 (Stb. 591) waarbij art. 46 WED is komen te vervallen, bevat geen aanwijzing dat de wetgever heeft beoogd op rechtbankniveau de economische kamers niet langer als raadkamers t
Wetboek van Strafrecht
Art. 68 Sr
Genoemd in 710 uitspraken · Officiële wettekst
710 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 26 · live
Ne bis in idem. Het Hof heeft t.a.v. het primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling vrijgesproken en t.a.v. het subsidiair tenlastegelegde mishandeling de inleidende dagvaarding nietig verklaard. Vervolgens wordt verdachte opnieuw gedagvaard, nu t.z.v. mishandeling. He
1. Specialiteitsbeginsel. 2. Ne bis in idem. Ad 1. De klacht betreffende het specialiteitsbeginsel faalt omdat het de Rb niet vrijstond te treden in de beoordeling van de vraag of bij die veroordeling – in geval daaraan een uitleveringsprocedure is voorafgegaan – het specialiteit
Medeplegen van opzettelijke overtreding van het in artikel 2, derde lid, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening gestelde verbod, meermalen gepleegd. Medeplegen van opzettelijke overtreding van het in artikel 3, vierde lid, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening gestelde v
OM-cassatie. Aan de op art. 163.9 WVW 1994 toegesneden tll. wilde de AG bij het Hof subsidiair art. 8.1 WVW 1994 toevoegen. Het Hof weigerde dit omdat de wijziging zou meebrengen dat niet langer hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr ten laste zou zijn gelegd. HR: Bij de beoordeling va
Strafrechtelijke vervolging van ontbonden rechtspersoon. HR herhaalt de relevante overwegingen van HR LJN AE0553 tav het moment waarop het recht tot strafvordering vervalt als een einde is gekomen aan het bestaan van een rechtspersoon of met een rechtspersoon gelijkgestelde entit
Cassatieberoep en terugwijzing. Procesgang: rb verklaart OvJ niet-ontvankelijk, het hof vernietigt die uitspraak en wijst de zaak terug. De rb doet opnieuw uitspraak, waarna het hof in appel einduitspraak doet. Geklaagd wordt over de verwerping door het hof van het beroep op niet
OM-cassatie. 1. De opvatting is onjuist dat een persoon t.a.v. wie een veroordelend vonnis is gewezen, niet in appel kan worden ontvangen indien vaststaat dat die persoon ten onrechte als verdachte is aangemerkt wegens een persoonsverwisseling (HR DD 95.087). 2. Het hof overwoog
Beklag ex art. 552a Sv van (oud)advocaat tegen (herhaalde) inbeslagneming computers met bestanden. Bij klager zijn na overleg met OvJ door FIOD/ECD-rechercheurs, die hem thuis als getuige hoorden, computers in beslag genomen. Bij vs van 22-07-05 heeft de voorzieningenrechter de t
Bevoegd ingediend verweerschrift door de Staatssecretaris? Behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn?
Piranha-zaak (Samir A. e.a.). Aan een aantal verdachten is ten laste gelegd (1) deelneming aan een organisatie met het oogmerk op het plegen van (terroristische) misdrijven als bedoeld in art. 140(a) Sr; (2) voorbereiding of bevordering van terroristische misdrijven (art. 96, lid
Onrechtmatige overheidsdaad. Kort geding van een echtpaar – dat weigert op de voet van art. 47 AWR gevraagde inlichtingen en gegevens aan de Belastingdienst te verstrekken – tegen de Staat over een verbod tot het instellen van een strafrechtelijk onderzoek tegen betrokkenen en he
Verjaring overtredingen ex art. 48.1 Douanewet en ex art. 2 (oud) Warenwetbesluit Visserijproducten, slakken en kikkerbillen. HR ambtshalve: Feit 2 is strafbaar gesteld bij art. 48.1 Douanewet jo. art. 47 Sr en wordt als overtreding aangemerkt in art. 72 AWR, welke bepaling hier
Politiesepot en “ne bis in idem”. Dat het hof zou hebben geoordeeld dat “seksueel binnendringen” een ander feit in de zin van art. 68 Sr is dan “incest”, berust op een verkeerde lezing van het arrest. ’s Hofs oordeel dat de nieuwe feiten en omstandigheden een ander feit (seksueel
Rechtsdwaling. HR verwerpt cassatieberoep daartoe verwijzend naar conclusie A-G, inhoudende: Voor het slagen van een beroep op AVAS wegens dwaling t.a.v. de wederrechtelijkheid van het bewezenverklaarde feit, is vereist dat aannemelijk is dat verdachte heeft gehandeld in een vero
Kort geding, sprongcassatie. Geschil tussen een gedetineerde en de Staat over de rechtmatigheid van de weigering te verzoeken om rechtshulp en aan de Franse autoriteiten aan te kondigen haar hier te vervolgen voor een in Frankrijk gepleegd strafbaar feit; bestaat naast het ‘ne bi
Tegen de beslissing van het hof op een beklag ex art. 12 Sv staat geen cassatie open.
Het hof is van oordeel dat de strekking van enerzijds het economische delict art. 82, eerste lid, Wtk 1992 en anderzijds de commune delicten art. 326 en 321 Sr verschillend is. Hieraan doet niet af dat in beide gevallen het motief speelt van bescherming van crediteuren, nu dit mo
Ontnemingszaak. 1. Getuigenverzoek; maatstaf en specifieke karakter ontnemingsprocedure; bewijslastverdeling. 2. Afwijzing getuigenverzoek ontoereikend gemotiveerd. Ad 1. Maatstaf voor de beoordeling van het getuigenverzoek van de raadsman is ex art. 288 (oud) Sv of redelijkerwij
Vervolgingsuitlevering VS. Ne bis in idem. Uit art. 5 NL-VS Uitleveringsverdrag jo. art. 68 Sr jo. art. 54 SUO vloeit voort dat een eerdere veroordeling in België voor dezelfde feiten als waarvoor door de VS aan Nederland uitlevering wordt gevraagd, slechts dan aan uitlevering do
Conclusie AG: 1. In ’s hofs overwegingen ligt besloten dat het OM er op toe zal moeten zien dat al het materiaal dat in redelijkheid kan worden vermoed van belang te zijn voor de in de strafzaak te nemen beslissingen, hetzij in voor verdachte belastende, hetzij in voor hem ontlas
Als werkgever geen juiste opgave doen van door werknemers genoten loon. Conclusie A-G: ’s Hofs oordeel dat het anoniementarief ex art. 26b Wet LB niet door art. 68 Sr wordt bestreken, is juist. Er is geen sprake van een nieuwe vervolging van een feit waarover al onherroepelijk do
Geen responsieplicht t.a.v. overgelegd maar niet voorgedragen stuk. Geen rechtsregel verplicht de rechter te beslissen omtrent enig door verdachte schriftelijk gevoerd verweer, dat niet door of namens verdachte ter terechtzitting uitdrukkelijk is voorgedragen. Dit vereiste van ui
Andere strafbare feiten ex art. 36e.3 Sr. Uit art. 36e Sr jo. art. 511.1 Sv volgt dat een ontnemingsvordering n.a.v. een veroordeling a.b.i. art. 36e.1 en 3 moet worden ingesteld binnen twee jaren na de uitspraak in eerste aanleg. Daarmee is niet verenigbaar dat in een geval als
1. Redelijke termijn en betekening verstekmededeling. 2. Verjaring: ambtshalve geconstateerd. Ad 1. Van overschrijding van de redelijke termijn kan sprake zijn indien ex art. 366 Sv een verstekmededeling dient te worden betekend en het OM bij die betekening niet de nodige voortva