Verdachte heeft als ambtenaar meerdere malen geldbedragen voor een andere bestemming aangewend als waarvoor deze bedoeld waren. Beroep op NO wegens normschendingen, strijd gelijkheidsbeginsel of overschrijding redelijke termijn faalt. Het Gea verklaart hem schuldig aan het medepl
Wetboek van Strafrecht
Art. 49 Sr
Genoemd in 94 uitspraken · Officiële wettekst
94 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Medeplegen diefstal met braak museum Catharijneconvent Utrecht. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. medeplegen uit ECLI:NL:HR:2014:3474. De bewezenverklaring van het primair tlgd., v.zv. inhoudende dat verdachte “tezamen en in vereniging met anderen” een monstrans heeft weg
HR: art. 81.1 RO.
Medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. medeplegen uit ECLI:NL:HR:2014:3474. Uit de bewijsvoering kan, gelet op deze overwegingen, niet z.m. worden afgeleid dat verdachte aan het bewezenverklaarde wederrechtelijk van de vrijheid be
Medeplegen diefstal. Vervolg op ECLI:NL:HR:2015:192. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, kan uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen, niet worden afgeleid dat verdachte een zodanige bijdrage heeft geleverd aan de diefstal van het navigatiesysteem dat van bewuste en nauw
Medeplegen. Het Hof heeft, kort gezegd, bewezenverklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het tezamen en in vereniging plegen van een inbraak. Aan dat oordeel heeft het Hof ten grondslag gelegd dat de gedraging van verdachte - het ongezien insluiten van een medeverda
Jeugdzaak. Medeplegen. In ECLI:NL:HR:2014:3474 heeft de HR enige algemene overwegingen over het medeplegen gegeven, i.h.b. gericht op de afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid en meer i.h.b. met het oog op gevallen waarin het medeplegen niet bestaat in gezamenlijke uitv
Jeugdzaak. Medeplegen. In ECLI:NL:HR:2014:3474 heeft de HR enige algemene overwegingen over het medeplegen gegeven, i.h.b. gericht op de afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid en meer i.h.b. met het oog op gevallen waarin het medeplegen niet bestaat in gezamenlijke uitv
HR: art. 81.1 RO.
Medeplichtigheid, art. 48 Sr. Slagende bewijsklacht opzettelijk behulpzaam zijn. Uit de bewijsvoering volgt niet, zoals wel bewezen is verklaard, dat verdachte “ten tijde van het plegen van het feit” op de uitkijk heeft gestaan en aldus daarbij behulpzaam is geweest.
Antilliaanse zaak. Witwassen, art. 435a SrNA. Aangezien uit ’s Hofs motivering - ook waar het heeft overwogen dat “de gelden zijn aangetroffen in een enveloppe in een slaapkamer, resp. in een schoudertas, die door de verdachte bij het verlaten van zijn woning werd gedragen” – nie
Oplegging van gevangenisstraf van 88 dagen en voorwaardelijke taakstraf van 80 uren met bijzondere voorwaarden wegens medeplichtigheid aan medeplegen gewapende woningoverval. Opzet van de medeplichtige slechts gericht op woninginbraak/-insluiping.
Bewezenverklaring van medeplichtingheid aan medeplegen van moord. Verdachte is zijn broer en zijn neef behulpzaam geweest bij het op straat doodsteken van het slachtoffer. De aanleiding voor de steekpartij was dat het slachtoffer het zusje van verdachte zou hebben verkracht. Opg
1. Art. 49.4 Sr. Strafmaximum bij medeplichtigheid, opzet medeplichtige. 2. Vordering b.p. en svm. Ad 1. De Hoge Raad herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN BA7932. De bewijsmiddelen houden niet in dat verdachte wist of bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de o
Medeplichtigheid. Bewijs opzet. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN BA7932 m.b.t. het toetsingskader betreffende de aansprakelijkheid van een medeplichtige. Uitleg van de termen “door de dader verrichte handelingen” en “een deel daarvan” uit het toetsingskader. D
Mensenhandel. Criminele organisatie. Sneep-zaak.
Veroordeling medeplichtig aan moord
Medeplichtigheid moord; opzet. Bewezen is verklaard dat verdachte opzettelijk middelen heeft verschaft tot het plegen van een moord. Daartoe is vereist dat niet alleen bewezen wordt dat verdachtes opzet gericht was op het verschaffen van middelen a.b.i. art. 48.2° Sr, doch tevens
-