Art. 344 Sr. Art. 343 Sr. Noch de tekst van de wet, noch de wetsgeschiedenis biedt steun voor de aan het verweer in hoger beroep en aan het middel ten grondslag gelegde opvatting dat art. 344 Sr een specialis behelst van art. 343 Sr. ’s Hofs dienovereenkomstige oordeel is juist.
Wetboek van Strafrecht
Art. 344 Sr
Genoemd in 29 uitspraken · Officiële wettekst
29 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie AG. Medeplegen van faillissementsfraude, meermalen gepleegd (art. 343 (oud) Sr) en medeplegen van gewoontewitwassen (art. 420ter Sr). Onder meer bewijsklachten m.b.t. feitelijk bestuurderschap verdachte na overname rechtspersoon, medeplegen en gewoontewitwassen. Conclus
Het hof veroordeelt de zoon van de oud-bestuurder van projectontwikkelaar Eurocommerce tot een gevangenisstraf van achttien maanden. Hij heeft in samenwerking met zijn vader vermogen onttrokken aan de failliete boedels van het Eurocommerce concern en zijn vader. Zo heeft hij de r
Curator die is neergeschoten door criminelen verwijt de Staat dat geen adequate inschatting is gemaakt van de dreiging ten aanzien van zijn persoon en dat onvoldoende beveiligingsmaatregelen zijn genomen. Hij stelt dat onrechtmatig is gehandeld omdat de Staat zijn zorgplicht niet
Mega Devilstower. Strijd met uitkeringsverbod. Als feitelijke bestuurder toe-eigenen van geldbedragen van stichting. Achteraf verantwoord in administratie door opstellen valse leenovereenkomsten en opzettelijk onjuist indienen van aangiften IB. Faillissementsfraude. Benadeling va
De rechtbank veroordeelt een 60-jarige man tot een gevangenisstraf van 4 jaren voor het plegen en medeplegen van faillissementsfraude, begaan door een rechtspersoon terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven. De vordering tot gevangenneming van verdachte wordt afgewezen.
Conclusie AG. O.a. medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd (art. 341 (oud) Sr) en schuldwitwassen, meermalen gepleegd (art. 420quater Sr). Middelen met bewijsklachten over bestanddelen “ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers”, “enig goe
Veroordeling voor faillissementsfraude in twee verschillende varianten (343+344 Sr). Het gaat om het privé-faillissement van de echtgenoot van verdachte en om het zakelijke faillissement van de vennootschap waarvan verdachte en haar echtgenoot (indirect) bestuurder waren. Opgeleg
Artikel 344 (oud) Sr. Criterium 'ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers'. Vrijspraak.
Art. 184a Sr. Overtreding van de opgelegde gedragsaanwijzing ex art. 509hh Sv, inhoudende dat minimaal 1,5 meter afstand moet worden gehouden van personen, waaronder concreet benoemde personen. Verweren betreffende de geldigheid en proportionaliteit van de gedragsaanwijzing zijn
Feit (faillissementsfraude) wel bewezen, maar OVAR omdat feit niet strafbaar is. Gelet op de wijze van tenlasteleggen is de bewezenverklaring niet als een van de mogelijk van toerpassing zijnde faillissementsfraude-artikelen (341, 343 en 344 Sr) te kwalificeren.
Uitspraak in strafzaak Eurocommerce (onderzoek Kirishima). Verdachte B (zoon van verdachte A) is veroordeeld tot 12 maanden cel voor faillissementsfraude.
Art. 344 Sr. Art. 343 Sr. Noch de tekst van de wet, noch de wetsgeschiedenis biedt steun voor de aan het verweer in hoger beroep en aan het middel ten grondslag gelegde opvatting dat art. 344 Sr een specialis behelst van art. 343 Sr. ’s Hofs dienovereenkomstige oordeel is juist.
Art. 344 aanhef onder 2 Sr, art. 110 Faillissementswet. “Bij verificatie van de schuldvorderingen in geval van faillissement”. Nu de indiening ter verificatie van de vordering van de schuldeiser bij de curator o.g.v. art. 110 Fw de handeling is waarmee de schuldeiser aanspraak ma
Art. 344 aanhef onder 2 Sr, art. 110 Faillissementswet. “Bij verificatie van de schuldvorderingen in geval van faillissement”. Nu de indiening ter verificatie van de vordering van de schuldeiser bij de curator o.g.v. art. 110 Fw de handeling is waarmee de schuldeiser aanspraak ma
a. Faillissementsfraude door bedrijfsadviseur. b. Verhouding civiele pauliana en strafrechtelijke pauliana. c. Verweer dat het faillissement [vennootschap 36] achteraf bezien onrechtmatig is uitgesproken. d. Vrijspraak, voor zover dit betrekking heeft op het faillissement [vennoo
Faillissementsfraude en valsheid in geschrift medegepleegd door bestuurder van de vennootschap en zijn adviseurs, onder wie verdachte. Valse pandrechtconstructie, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van schuldeisers van de vennootschap. Ook baten aan de boedel onttrekken e
Eenvoudige bankbreuk, art. 340 Sr. Het Hof heeft het aangevoerde kennelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359.2 tweede volzin Sv. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De kennelijk aan het
Het hof heeft verdachte vrijgesproken ter zake van (primair) het onttrekken van goederen aan de faillissementsboedel, (subsidiair) het onttrekken van goederen aan daarop gelegd beslag en (meer subsidiair) diefstal. Het hof heeft verdachte vrijgesproken van het primair ten laste g
Curator vordert bedrag dat gedaagde (crediteur van failliet) na faill.verklaring van een derde heeft ontvangen. Gedaagde voet aan dat de derde met de betaling de schuld van de failliet aan gedaagde heeft voldaan (6:30 BW). Bewijsopdracht curator, dat derde een eigen schuld aan fa
Artikel 343 van het Wetboek van Strafrecht Bedrieglijke verkorting rechten crediteuren Verdachte was vanaf 8 april 2003 op de hoogte van een dreigend faillissement. Tegen die achtergrond was verdachte hoe dan ook niet vrij om – zelfs indien de gelden, zoals door verdachte gesteld
Faillissementsrecht. Geschil tussen een moedermaatschappij van een groep vennootschappen en de curator in het faillissement van haar voormalige extern adviseur/feitelijk bestuurder over de betaling van schadevergoeding aan de boedel voor managementwerkzaamheden waarbij baten bewu
‘s Hofs oordeel dat de curator bevoegd is zich t.b.v. de gezamenlijke schuldeisers als benadeelde partij in het onderhavige strafgeding te voegen, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting (HR NJ 2003, 377). De omstandigheid dat niet de gefailleerde maar een derde verdachte i
De wetgever heeft willen voorkomen dat tussen art. 344 Sr, welke bepaling zich richt tot de schuldeiser, en art. 47 Fw een discrepantie zou (voort)bestaan. De term “ten gevolge van overleg met de schuldenaar” in art. 344 Sr brengt tot uitdrukking dat moet komen vast te staan dat
De wetgever heeft willen voorkomen dat tussen art. 344 Sr, welke bepaling zich richt tot de schuldeiser, en art. 47 Fw een discrepantie zou (voort)bestaan. De term “ten gevolge van overleg met de schuldenaar” in art. 344 Sr brengt tot uitdrukking dat moet komen vast te staan dat