Art. 343 Sr. Bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers. Daadwerkelijke verkorting vereist? HR: De in art. 343 Sr gebezigde bewoordingen “ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers” brengen tot uitdrukking dat verdachte het opzet moet hebben gehad op
Wetboek van Strafrecht
Art. 343 Sr
Genoemd in 105 uitspraken · Officiële wettekst
105 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Cassatie OM en verdachte. Rotterdamse havenaffaire. OM-cassatie tegen: 1. vrijspraak van feitelijk leiding geven c.q. medeplegen van bedrieglijke bankbreuk m.b.t. gefailleerde BV X; art. 341 (oud) en 343 (oud) Sr en 2. vrijspraak van bedrieglijke bankbreuk m.b.t. de gefailleerde
Slagende bewijsklacht bedrieglijke bankbreuk. “Ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers”. HR stelt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2010:BI4691, NJ 2010/104 voorop. Het Hof heeft zijn oordeel mede gegrond op de omstandigheden dat verdachte op de hoogte was v
Bewijsklacht t.a.v. ‘ter bedrieglijke verkorting van de rechter der schuldeisers’ a.b.i. 343 Sr. Vooropgesteld wordt dat die bewoordingen tot uitdrukking brengen dat verdachte het opzet moet hebben gehad op de verkorting van de rechten van de schuldeisers, dat voorwaardelijk opze
Feitelijke leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk begaan door rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 341 (oud) jo. art. 51 Sr) en als bestuurder van rechtspersoon, welke in staat van faillissement is verklaard, wettelijk opgeroepen tot geven van inlichtingen, zonder geldige re
1. Bewijsklacht bedrieglijke bankbreuk, art. 343 Sr. 2. Aftrek voorarrest, art. 27 Sr. 3. Ambtshalve: de strafoplegging. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BI4691 m.b.t. het bewijs van het voorwaardelijk opzet. Ad 2. HR trekt alsnog de tijd doorgebracht in inverz
1. Art. 326a Sr. Flessentrekkerij. 2. Art. 343 Sr. Bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers. Ad 1. Gegronde bewijsklacht feit 1: uit de gebezigde bewijsmiddelen kan niet worden afgeleid dat alle door de verdachte bij bedrijf X bestelde goederen in de bewezenverklaa
Faillissementsfraude door bedrieglijke bankbreuk en onttrekking van goederen aan failliete boedel, meermalen gepleegd (art. 341 en 343 Sr) en belastingfraude door het doen van onjuiste belastingaangiften, meermalen gepleegd (art. 69 AWR). 1. Bewijsklacht eigen waarneming of onder
Art. 344 Sr. Art. 343 Sr. Noch de tekst van de wet, noch de wetsgeschiedenis biedt steun voor de aan het verweer in hoger beroep en aan het middel ten grondslag gelegde opvatting dat art. 344 Sr een specialis behelst van art. 343 Sr. ’s Hofs dienovereenkomstige oordeel is juist.
Bewijsklacht t.a.v. ‘ter bedrieglijke verkorting van de rechter der schuldeisers’ a.b.i. 343 Sr. Vooropgesteld wordt dat die bewoordingen tot uitdrukking brengen dat verdachte het opzet moet hebben gehad op de verkorting van de rechten van de schuldeisers, dat voorwaardelijk opze
Overheidsprivaatrecht. Schadevergoeding na strafrechtelijk optreden. Rechtmatigheid optreden. Gebleken onschuld? Gesloten stelsel van rechtsmiddelen m.b.t. beschikkingen r-c. Ook gebondenheid aan overwegingen van die beschikkingen en in het geval dat de verdachte niet is gehoord?
Bedrieglijke bankbreuk, art. 343 (oud) Sr; als bestuurder van een gefailleerde rechtspersoon niet voeren van een deugdelijke administratie. Vervolg op ECLI:NL:HR:2010:BK4797 en ECLI:NL:HR:2014:54. Falende motiveringsklacht dat handelen ter bedrieglijke verkorting van de rechten d
Art. 177 en 225 Sr. Omkoping van een ambtenaar en medeplegen van valsheid in geschrift. Partiele vrijspraak. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen, waarvan 285 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorar
Conclusie AG. Medeplegen van faillissementsfraude, meermalen gepleegd (art. 343 (oud) Sr) en medeplegen van gewoontewitwassen (art. 420ter Sr). Onder meer bewijsklachten m.b.t. feitelijk bestuurderschap verdachte na overname rechtspersoon, medeplegen en gewoontewitwassen. Conclus
Conclusie AG. Art. 343 aanhef en onder 3 (oud) Sr; faillissementsfraude. Uitleg van het bestanddeel “op een tijdstip waarop hij wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen” ex art. 343 aanhef onder 3 (oud) Sr. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Conclusie AG. Bedrieglijke bankbreuk (art. 343 (oud) Sr en art. 344a Sr) en opzettelijk zonder vergunning optreden als betaaldienstverlener, terwijl hiervan een gewoonte is gemaakt (art. 2:3a.1 Wft). Klachten over bewezenverklaring van opzet op bedrieglijke bankbreuk en van 'het
Accountantstuchtrecht. Accountant werkzaam bij de politie heeft een proces-verbaal van verdenking opgesteld in het kader van onderzoek naar faillissementsfraude. Beoordelingsmaatstaf tuchtrechter. Accountant treft geen tuchtrechtelijk verwijt.
Bedrieglijke bankbreuk bij rechtspersonen. Art. 343 onder 1 Sr. Het als bestuurder van een rechtspersoon onttrekken van goederen aan de boedel. Voor een bewezenverklaring van het onttrekken van goederen aan de boedel is niet vereist dat vast staat dat sprake is van “enig zelfstan
Conclusie AG. Bedrieglijke bankbreuk door niet bijhouden administratie en onttrekken goederen aan de boedel (343 (oud) en 344a Sr). Middelen over de bewezenverkaring van het opzet (M1), het daderschap (M2), de niet-redengevendheid van de bewijsmiddelen (M3) en de strafmotivering
Feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren. Feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon be
Schadeclaim tegen Staat na strafvorderlijk optreden en sepot; Begemann-arrest; verdenking bedrieglijke bankbreuk; vordering van onschuldige derden.
Vrijspraak vervolging op basis van artikel 343, aanhef en onder 4, Sr van de indirecte formele (middellijk) bestuurder van de (inmiddels) gefailleerde rechtspersoon.
Conclusie AG. Als bestuurder van een rechtspersoon, welke in staat van faillissement is verklaard, aan hem te wijten zijn, dat de bewaarde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers niet in ongeschonden staat worden tevoorschijn gebracht, art. 342 aanhef en onder 3, (oud) Sr. B
Als bestuurder van failliete rechtspersoon aan hem te wijten zijn dat aan verplichtingen ex art. 2:10.1 BW niet is voldaan en dat de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, waarmee volgens dat artikel administratie is gevoerd, niet in ongeschonden staat worden tevoorschijn
Conclusie AG over de vraag of sprake is van een gewijzigd inzicht van de wetgever als bedoeld in art. 1, tweede lid, Sr ten aanzien van art. 341 en 343 Sr. De conclusie strekt tot vernietiging ten aanzien van het onder 3 en 4 tenlastegelegde en de strafoplegging en in zoverre tot