Conclusie AG. Art. 343 aanhef en onder 3 (oud) Sr; faillissementsfraude. Uitleg van het bestanddeel “op een tijdstip waarop hij wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen” ex art. 343 aanhef onder 3 (oud) Sr. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Wetboek van Strafrecht
Art. 340 Sr
Genoemd in 8 uitspraken · Officiële wettekst
8 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit aanwezig hebben, telen en verwerken van hennep, en diefstal na 1 juli 2011. De strafbedreigingen gaan een geldboete van de vierde categorie niet te boven. Hof verwijst naar maatstaf van art. 36e lid 3 (oud) Sr. Voor toepassing van art.
Slagende bewijsklacht bedrieglijke bankbreuk. “Ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers”. HR stelt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2010:BI4691, NJ 2010/104 voorop. Het Hof heeft zijn oordeel mede gegrond op de omstandigheden dat verdachte op de hoogte was v
Conclusie AG. Tezamen en in vereniging met een in failliete rechtspersoon medeplegen van eenvoudige bankbreuk, art. 340, aanhef en onder 3, (oud) Sr. Middel over het bewijs van het medeplegen. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 18/04239.
Gepubliceerd in verband met cassatieberoep.
Saban B. 1. Art. 318.1 Sv, verplaatsing tz. Art. 539a Sv. 2. Art. 420.1 Sv en 316.2 Sv, verzoek horen verdachte door Rh-C. 3. Opnames van getuigenverhoren afgelegd bij de Rh-C. 4. Motivering opgelegde gb. Ad 1. Op gronden als vermeld in HR LJN AA8965 heeft het Hof het verzoek tot
Eenvoudige bankbreuk, art. 340 Sr. Het Hof heeft het aangevoerde kennelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359.2 tweede volzin Sv. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De kennelijk aan het
Eenvoudige bankbreuk, art. 340 Sr. Het Hof heeft het aangevoerde kennelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359.2 tweede volzin Sv. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De kennelijk aan het