1. Aanvulling bewijsmiddelen, art. 365a Sv. 2. Voorwetenschap, art. 46 Wte 1995 (oud). Ad 1. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN BX0863. Het Hof heeft de bewezenverklaring klaarblijkelijk doen steunen op de inhoud van de in de aanvulling op de als 'verkort arrest' aangedu
Wetboek van Strafrecht
Art. 334 Sr
Genoemd in 13 uitspraken · Officiële wettekst
13 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Het Gerechtshof Den Haag heeft op 19 mei 2015 een klacht van klanten van de Rabobank in een artikel 12 strafvorderingsprocedure afgewezen. Een aantal particuliere klanten van de Rabobank heeft in 2014 bij het Haagse gerechtshof een klacht ingediend tegen afdoening door het Openba
1. Aanvulling bewijsmiddelen, art. 365a Sv. 2. Voorwetenschap, art. 46 Wte 1995 (oud). Ad 1. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN BX0863. Het Hof heeft de bewezenverklaring klaarblijkelijk doen steunen op de inhoud van de in de aanvulling op de als 'verkort arrest' aangedu
Profijtontneming. Nu het hof de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel klaarblijkelijk heeft doen berusten op beide feiten idzv. art. 36e.1 Sr, zoals deze in de hoofdzaak waren bewezen verklaard, brengt de vrijspraak van betrokkene van 1 van die 2 feiten (feit 2) do
1. Leugenachtig ex art. 334 Sr. 2. Voorwetenschap en bijzonderheid ex art. 46 (oud) Wte 1995. 3. Vrijspraak door HR. Ad 1. ’s Hofs oordeel dat het weergeven van feiten die op zichzelf juist zijn, in combinatie met het verzwijgen van andere feiten die voor de interpretatie van de
1. Leugenachtig ex art. 334 Sr. 2. Voorwetenschap en bijzonderheid ex art. 46 (oud) Wte 1995. 3. Vrijspraak door HR. Ad 1. ’s Hofs oordeel dat het weergeven van feiten die op zichzelf juist zijn, in combinatie met het verzwijgen van andere feiten die voor de interpretatie van de
Verdachte, die uit hoofde van zijn functie van CFO in een periode waarin Ahold een zeer sterke groei doormaakte en internationaal mede toonaangevend werd voor de branche van Ahold van groot belang was, heeft door de bewezen geachte gedragingen in ernstige mate het vertrouwen gesc
Verdachte, die uit hoofde van zijn functie van CEO en de invulling die hij daaraan gaf beeldbepalend was voor Ahold, heeft door de bewezen geachte gedragingen in ernstige mate het vertrouwen geschonden dat in hem werd gesteld.
OM-cassatie. In cassatie kan geen beroep worden gedaan op feiten en omstandigheden die niet vaststaan en waarvan niet blijkt dat daarop in feitelijke aanleg een beroep is gedaan.
Beklag inzake art. 12 Sv afgewezen. Het hof heeft voor het bestaan van misleiding van het beleggend publiek door de banken bij gelegenheid van de beursgang van WOL geen c.q. onvoldoende aanwijzingen gevonden. Alleen al om die reden is een vervolging van de banken niet gerechtvaar
Nu de kennisgeving van niet verdere vervolging betrekking heeft gehad op dezelfde strafbare feiten als waarop het beklag is gegrond, brengt het voorgaande mee dat ten aanzien van Brink ter zake van deze feiten niet (opnieuw) tot vervolging kan worden overgegaan. Op voorhand hebbe
Poging tot het, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het verspreiden van een leugenachtig bericht doen stijgen van de prijs van geldswaardig papier.
De verschillen tussen de individuele belangen spelen wel een rol bij de beantwoording van de vraag of de Stichting Lipstick vorderingen uit hoofde van dwaling kan instellen. Uit de aard van het bepaalde in artikel 6:228 BW vloeit immers voort dat het bij de beantwoording van de