Conclusie AG. Middelen over (i) het bewijs van verduistering in dienstbetrekking, art. 322 Sr en (ii) omzetting van de aan schadevergoedingsmaatregel verbonden vervangende hechtenis in gijzeling. De AG bespreekt de opeenvolgende wetswijzigingen van art. 88 Sr en de gevolgen daarv
Wetboek van Strafrecht
Art. 322 Sr
Genoemd in 72 uitspraken · Officiële wettekst
72 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Tegenstrijdigheid in de bewezenverklaring? De vraag of bepaalde gedragingen verduistering of oplichting opleveren, laat zich niet steeds ondubbelzinnig beantwoorden, maar die beantwoording is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Niet op voorhand kan worden uitgesloten
1. Uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking ex art. 322 Sr. 2. Voor valsheid in geschrift ex art. 225.1 Sr is enig gebruik van het geschrift niet vereist. Ad 1. Blijkens de gebezigde bewijsmiddelen had verdachte de desbetreffende gelden onder zich omdat hij in zijn hoeda
Vordering wijziging tenlastelegging. Art. 313 Sv. Art. 68 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 1 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM9102. De aan verdachte verweten gedraging is in de tll omschreven als verduistering van geld dat zij uit hoofde van haar persoonlijke dienstb
1. Verduistering. Wederrechtelijk toeëigenen, persoonlijke dienstbetrekking. 2. Grondslagverlating tul. Ad 1. ’s Hofs oordeel dat verdachte opzettelijk wederrechtelijk zich de tas met cd’s heeft toegeëigend door daarover zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester te ga
Verduistering ex art. 322 Sr. 1. ’s Hofs oordeel dat verdachte opzettelijk wederrechtelijk zich geldbedragen heeft toegeëigend door daarover zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester te gaan beschikken, getuigt niet van een onjuiste uitleg van art. 322 Sr terwijl het
Falende klacht over de kwalificatie van verduistering in dienstbetrekking. De Hoge Raad leest de bewezenverklaring verbeterd.
1. Bevestiging vonnis. Opgave bewijsmiddelen, art. 359.3 Sv. 2. Verduistering, art. 321 Sr. Anders dan door misdrijf. Ad. 1. Gelet op de door de raadsman in h.b. bepleite vrijspraak voor feit 1 sub a, b, c en d, had het Hof het vonnis niet mogen bevestigen dan onder de in art. 42
Vervolgingsuitlevering naar Griekenland. 1. Toezegging? 2. Redelijke termijn. 3. Verbeterd lezen. Ad 1. I.h.k.v. de uitleveringsprocedure staat ter beoordeling van de rechter of de uitlevering gelet op de toepasselijke verdragsbepalingen toelaatbaar is. Een eventuele toezegging v
Claimstichting voor gedupeerde beleggers laat haar advocaat een deel van de ontvangen schadevergoeding beheren. Anders dan de advocaat meent, is hij contractueel aan de claimstichting verbonden en gebonden aan de gemaakte afspraken over het beheer van de schadevergoeding. Op de a
Conclusie AG. Profijtontneming. Klacht over rechtsverwerking van de vordering tot ontneming doordat thans ontneming wordt gevorderd van voordeel uit misdrijven waarvoor de betrokkene in een oudere strafzaak reeds is veroordeeld. De klacht slaagt niet doordat het hof heeft kunnen
Verduistering in persoonlijke dienstbetrekking en gewoontewitwassen. Falende bewijsklachten en middelen verdachte over afwijking uos m.b.t. verduistering en witwassen en over strafmotivering. Falend middel BP over n-o verklaring in vordering omdat behandeling onevenredige belasti
Virtueel amulet en masker in het online spel Runescape kunnen worden aangemerkt als ‘goed’ in de zin van art. 310 Sr en zijn vatbaar voor diefstal. Verdachte en medeverdachte dwongen het slachtoffer met geweld en bedreiging met geweld zich aan te melden op zijn account in het onl
verduistering, verjaring, ontvankelijkheid OM
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Art. 73 Fw. Verzoek tot ontslag van curatoren. Discretionaire bevoegdheid. Vrees voor gebrek aan partijdigheid behandelend rechter objectief gerechtvaardigd doordat die rechter als r-c betrokken is bij andere faillissementen waarin de curatoren
Afwijzing ontslag curatoren. Ondanks de verwijten die Curatoren worden gemaakt, kan de verdere afwikkeling van het faillissement aan curatoren worden toevertrouwd. Van belang bij beoordeling van de vraag of curatoren binnen hun beleidsvrijheid zijn gebleven, is dat Verzoekers een
Medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, art. 344 Sr. Medeplegen van verduistering in dienstbetrekking, art. 322 Sr. 1. Falende klachten m.b.t. de bewijsmotivering 2. Falende klacht m.b.t. innerlijke tegenstrijdigheid in de bewezenverklaring van art. 322 Sr. HR: 81.1 RO.
1. Verduistering. Wederrechtelijk toeëigenen, persoonlijke dienstbetrekking. 2. Grondslagverlating tul. Ad 1. ’s Hofs oordeel dat verdachte opzettelijk wederrechtelijk zich de tas met cd’s heeft toegeëigend door daarover zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester te ga
1. Art. 50 Sr, artt. 3 en 11 Ow, uitoefening van bedrijf of beroep, medeplegen, 2. Kwalificatie. Ad. 1 De opvatting dat art. 11.3 Ow als een persoonlijk werkende strafverhogende omstandigheid i.d.z.v. art. 50 Sr moet worden aangemerkt is onjuist. De wetsgeschiedenis van art. 11.
WWZ / Arbeidsrecht. Verzoek tot vernietiging van het ontslag en loonvordering afgewezen. Er is niet gebleken dat sprake is van een arbeidsovereenkomst met deze onderneming. De vordering is bovendien onvoldoende onderbouwd.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank waarbij de officier van justitie niet-ontvankelijk is verklaard in de strafvervolging wegens verjaring van de ten laste gelegde feiten, te weten: feit 1: het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van verduistering i
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel transporten in strijd met EVOA van € 151.817,00. Niet-betaalde kosten, ook als zij in rechte zijn vastgesteld, zijn niet aftrekbaar van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Zie ook: ECLI:NL:RBROT:2025:9628 en ECLI:NL:RBROT:2025:9635
Toepassing jeugdrecht. De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan een gewapende overval op de Primera op 15 juni 2024 en de diefstal van een auto. De rechtbank legt aan de verdachte een jeugddetentie op van 250 dagen, met aftrek van voorarrest, waa
Bewezenverklaring van vier feiten, te weten verduistering (feit 1 ) en oplichting (feit 2 t/m 4, meermalen gepleegd), over een periode van zeven jaren. Bewezenverklaring van vier feiten, te weten verduistering (feit 1 ) en oplichting (feit 2 t/m 4, meermalen gepleegd), over een p
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep