Eendaadse samenloop van poging zware mishandeling en mishandeling in 2013 te Amsterdam door een ander met vuist in gezicht te slaan, art. 300 en 302 Sr. 1. Voorwaardelijk opzet op zware mishandeling? en 2. Noodweer, voldaan aan proportionaliteitseis? Ad 1. HR herhaalt relevante o
Wetboek van Strafrecht
Art. 308 Sr
Genoemd in 114 uitspraken · Officiële wettekst
114 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Motoragent duwt tijdens achtervolging tegen stuur van achtervolgde scooterrijder en brengt hem zo ten val. Scooterrijder loopt daarbij ernstig letsel op. Het hof oordeelt dat de motoragent geen opzet op de dood of zwaar lichamelijk letsel heeft gehad. Wel heeft hij verwijtbaar aa
In mei 2014 is bij een schoolkorfbaltoernooi in Twijzel een dug-out ingestort, waarbij een kind is overleden en meerdere kinderen letsel hebben opgelopen. De verdachte is aangeklaagd voor dood door schuld en zwaar lichamelijk letsel door schuld. De rechtbank heeft de verdachte vr
Medeplegen van dood en zwaar lichamelijk letsel door schuld. Geldboete van 40.000 euro.
Medeplegen van dood en zwaar lichamelijk letsel door schuld. Geldboete van 40.000 euro.
Art. 308, vrijspraak zwaar lichamelijk letsel door schuld, ook vrijspraak art. 425 sr. onvoldoende zorg dragen voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staan gevaarlijk dier. Feit: 6-jarig Syrisch meisje is in haar gezicht gebeten door hond.
Conclusie A-G over (voorwaardelijk) opzet bij verkrachting (art. 242 Sr). Het slachtoffer vreesde dat de verdachte (haar ex-partner die ’s nachts haar woning was binnengedrongen) haar om het leven zou brengen. Daardoor voelde het slachtoffer zich gedwongen om hem – in de woorden
Schuld ex art. 6 WVW 1994. Toentertijd 69-jarige verdachte, die een black-out heeft t.g.v. een epileptische aanval, rijdt buiten de bebouwde kom met zijn auto tegen rechts voor hem rijdende 65-jarige fietser aan, als gevolg waarvan zij zwaar lichamelijk letsel (traumatisch hersen
Conclusie AG in de Nijmeegse scooterzaak. Vervolg op ECLI:NL:HR:2013:1966. Medeplegen van dood door schuld in het verkeer, art. 6 WVW 1994. CAG gaat in op het voor medeplegen van culpoze delicten vereiste schuldverband en strekt tot verwerping van de daarover aangevoerde klachten
De rechtbank Overijssel heeft een 24-jarige man veroordeeld voor het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Hij sloeg bij een ruzie in een café met een keu een andere man op het hoofd. De keu brak doormidden, waarbij een stuk van de keu in het oog van een omstander terecht kwam
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zijn dochter van enkele maanden oud meermalen met kracht heen en weer heeft geschud, waardoor zijn dochter zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De rechtbank kwalificeert dit handelen als overtreding van artikel 30
De 51-jarige bestuurder van de monstertruck die tijdens een stunt in Haaksbergen het publiek inreed moet 15 maanden de gevangenis in. Ook mag hij 5 jaar lang niet als stuntman werken. De rechtbank oordeelt dat hij onvoldoende rekening hield met de risico’s waaraan hij het publiek
Vuurwerkbom opgehangen aan flitspaal die bij ontmanteling explodeert, waarna letsel ontstaat bij medewerkers Explosieven Opruimingsdienst en een politiemedewerker. 1. Causaal verband. 2. Maximumduur vervangende hechtenis schadevergoedingsmaatregel. Ad 1: Hof heeft toereikend gemo
Als gevolg van letsel opgelopen door een aanrijding een aantal weken geen vrijwilligerswerk kunnen verrichten. Art. 6 WVW 1994, uitleg bestanddeel “zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat”. HR h
deze zaak wordt de vraag beantwoord of een stagiaire jegens een leerbedrijf aansprakelijk is voor schade als gevolg van het door de stagiaire laten overstromen van een spa. Deze vraag wordt aan de hand van artikel 7:661 BW ontkennend beantwoord.
HR: art. 81.1 RO.
Art. 307.2 Sr, roekeloosheid. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. de schuldvorm roekeloosheid a.b.i. art. 175.2 aanhef onder a WVW 1994 uit ECLI:NL:HR:2013:960, NJ 2014/25 en de schuldvorm roekeloosheid a.b.i. art. 307.2 Sr uit ECLI:NL:HR:2014:3057. De door het Hof in de be
OM-cassatie. “Schuld” a.b.i. art. 308 Sr. Onder schuld als delictsbestanddeel wordt een min of meer grove of aanmerkelijke schuld verstaan. Of sprake is van dergelijke schuld i.d.z.v. art. 308 Sr wordt bepaald door de manier waarop die schuld in de tll. nader is geconcretiseerd,
Beklag art. 12 Sv tegen een luchtvaartmaatschappij, een lucht- en ruimtevaartbedrijf en de luchtverkeersleiding afgewezen. Uit oogpunt van algemeen belang heeft strafvervolging geen toegevoegde waarde, nu maatregelen zijn genomen en al het mogelijke is gedaan om vergelijkbare oms
Zware mishandeling, voorwaardelijk opzet. De enkele door het Hof in aanmerking genomen omstandigheid dat verdachte het slachtoffer een harde duw heeft gegeven ten gevolge waarvan zij ten val kwam, vormt onvoldoende grond voor het oordeel dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans
Antilliaanse zaak. HR: art. 81.1 RO.
OM-cassatie tegen vrijspraak Jomanda in de zaak Millecam. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte als “genezend medium” m.b.t. Millecam handelingen heeft verricht op het gebied van de gezondheidszorg/geneeskunst en in een geneeskundige behandelingsrelatie heeft gestaan tot Millec
Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Slik op de weg. Artikel 308 van het Wetboek van strafrecht.
OM-cassatie. Schuld in de zin van art. 307 Sr en art. 130 WMSr. Onder schuld als delictsbestanddeel wordt een min of meer grove of aanmerkelijke schuld verstaan. Of sprake is van dergelijke schuld in de zin van art. 307 Sr of art. 130 WMSr wordt bepaald door de manier waarop die
Verdachte heeft op 13 september 2009 tijdens het schuttersfeest in Tubbergen aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld door een hagelgeweer in de richting van het publiek te houden. Nu dit geweer onverhoopt is afgegaan, is het aan zijn schuld te wijten dat drie personen zwaar lichamel