Art. 304 onder 1 Sr. Levensgezel. Het oordeel dat X als “levensgezel” i.d.z.v. art. 304 Sr kan worden aangemerkt is, in aanmerking genomen dat de gebezigde bewijsmiddelen onvoldoende inhouden omtrent de in nota van wijziging bedoelde aard en hechtheid van de betrekking tussen ver
Wetboek van Strafrecht
Art. 304 Sr
Genoemd in 105 uitspraken · Officiële wettekst
105 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
HR ambtshalve: feiten gedeeltelijk verjaard. Geen tijdige daad van vervolging.
Verdachte stompt aangeefster, kort na geboorte van haar zoon, in ziekenhuis meermalen in haar gezicht, nadat aangeefster tegen hem heeft gezegd dat ze niet met hem wil trouwen vanwege zijn agressieve buien en dat hij eerst in therapie moest gaan. Mishandeling van levensgezel a.b.
Verdachte slaat vrouw met wie hij ruim anderhalf jaar een relatie heeft tegen haar borst en in haar gezicht. Mishandeling begaan tegen “zijn levensgezel” a.b.i. art. 304 Sr? In aanmerking genomen dat b.m. niets inhouden omtrent in wetsgeschiedenis bedoelde aard en hechtheid van d
Mishandeling van echtgenote, art. 300.1 jo. 304.1 Sr. Betekenis in tll. gebezigde uitdrukking “mishandeling”. HR herhaalt vooropstelling uit ECLI:NL:HR:2014:2677 m.b.t. de uitleg van het begrip “mishandeling”. Onder “mishandeling” i.d.z.v. art. 300 Sr moet derhalve worden verstaa
Poging tot zware mishandeling van zijn levensgezel door zijn vriendin met gebalde handen tegen haar hoofd te slaan, art. 302.1 jo. 304.1 Sr. Kan vriendin van verdachte worden aangemerkt als “zijn levensgezel” a.b.i. art. 304 Sr? ’s Hofs oordeel dat vriendin als “levensgezel” in d
Zware mishandeling met voorbedachten rade begaan tegen kind de dood ten gevolge hebbende, poging tot zware mishandeling begaan tegen kind en mishandeling begaan tegen kind (meermalen gepleegd), art. 300, 302, 303 en 304 Sr. Stiefvader slaat, na eerdere mishandelingen, zijn versta
Dakloze verdachte trapt en slaat zijn eveneens dakloze vriendin gedurende een periode van 6 maanden. Mishandeling van “zijn levensgezel” a.b.i. art. 304.1 Sr? I.h.l.v. de wetsgeschiedenis en de door het Hof vastgestelde f&o (verdachte en aangeefster hebben 6 maanden lang dag en n
1. Gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende een verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. 2. Art. 304 Sr. Ad 1. Het Hof heeft in strijd met art. 360.1 Sv nagelaten het gebruik van dit bewijsmiddel, v.zv. inhoudende de verklaring van een onbeke
Relatievermogensrecht. Samenwoning zonder huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract. Vrouw investeert geld in verbouwing woning van de man. Recht op vergoeding van de investering? Analoge toepassing van art. 1:87 BW? Gemeenschap in de zin van titel 3.7 BW? Onge
Mishandeling (door aangeefster A o.m. met een slipper tegen het lichaam te slaan), begaan tegen “zijn echtgenoot” a.b.i. art. 304.1 Sr? De opvatting dat sprake is van een in Irak volgens islamitisch recht gesloten huwelijk en dat een dergelijk huwelijk niet meebrengt dat het slac
Mishandeling van levensgezel, art. 300.1 jo. 304.1 Sr. Kan partner van verdachte worden aangemerkt als “levensgezel” a.b.i. art. 304.1 Sr? Oordeel hof dat aangeefster als levensgezel a.b.i. art. 304 Sr kan worden aangemerkt is ontoereikend gemotiveerd, omdat bewijsvoering onvoldo
1. Afwijzing getuigenverzoeken tot horen van o.a. zegsman CIE-informant. Gevaar voor gezondheid of welzijn CIE-informant. 2. Art. 304 aanhef en onder 1 Sr, “een kind dat hij verzorgt en opvoedt als behorend tot zijn gezin”. Ad 1. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2014:1496 m.b.t. beoordeli
Art. 304 Sr. Het middel berust op de opvatting dat "voor de strafbaarheid en de strafwaardigheid, zoals bedoeld in art. 304 Sr, het niet van belang is of de vader de biologische vader is, doch het erom gaat dat er op grond van samenwoning, zoals bij levensgezellen, dan wel een an
Psychische kindermishandeling. De verdachte heeft twee van haar dochters jarenlang kleinerend en denigrerend toegesproken en hun fysieke affectie onthouden. Dit wordt aangemerkt als opzettelijke benadeling van de geestelijke gezondheid. Oplegging van 100 uur taakstraf en toewijzi
Dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden. Art. 14e.1 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:537 m.b.t. de motiveringsverplichting betreffende de dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden. ’s Hofs arrest voldoet niet aan deze motiveringsverplicht
HR: 81.1 RO.
Conclusie plv. AG. Medeplegen poging moord op parkeerterrein bij sportcentrum in Amstelveen door meermalen op slachtoffer te schieten in bijzijn van vijfjarige zoontje (art. 45, 47 en 289 Sr). Kon het hof oordelen dat verdachte ten aanzien van niet beoogd (en ongedeerd gebleven)
Conclusie plv. AG. Medeplegen moord door plaatsen (en verwijderen) peilbaken op auto van slachtoffer. Kon het hof oordelen dat verdachte opzet had op de dood van het slachtoffer? Middel slaagt. Middel namens benadeelde partij tegen niet-ontvankelijkverklaring vordering vergoeding
Executie-EAB uit Polen. Afgezien van weigeringsgrond artikel 12 OLS. Niet kan worden vastgesteld dat overlevering geen schending van de verdedigingsrechten zou inhouden. Verweer verjaring verworpen. Gelijkstellingsverweer geslaagd. Strafovername. Overlevering geweigerd.
Mishandeling van 13-jarig kind van echtgenote dat bij verdachte en diens echtgenote woont, art. 304.1 jo. 300.1 Sr. Kan stiefkind worden aangemerkt als ‘kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin’ a.b.i. art. 304.1 Sr? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2
Conclusie AG. Mishandeling van ‘levensgezel’. Art. 304 Sr. Bewezenverklaring van bestanddeel ‘levensgezel’ toereikend gemotiveerd? Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Conclusie AG. Mishandeling van 'levensgezel'. Art. 304 Sr. Bewezenverklaring van bestanddeel 'levensgezel' toereikend gemotiveerd? Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Conclusie AG over mishandeling van een echtgenoot in geval van een naar Islamitisch recht in het buitenland gesloten huwelijk (art. 300 jo 304 Sr).
Conclusie AG onder andere over de vraag of medewerker van een justitiële jeugdinrichting bij het toepassen van een houdgreep in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening was. Art. 304 Sr. De AG stelt zich op het standpunt dat het cassatieberoep kan worden verworpen (art. 81 R