Hulp bij zelfdoding van zijn (stief)moeder door niet-arts, art. 294.2 Sr. 1. Overmacht in de zin van noodtoestand? 2. Verweer dat art. 294.2 Sr buiten toepassing moet blijven omdat toepassing daarvan in strijd is met art. 8 EVRM. Kan verdachte zich als naaste van (stief)moeder be
Wetboek van Strafrecht
Art. 293 Sr
Genoemd in 31 uitspraken · Officiële wettekst
31 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Hulp bij zelfdoding van zijn (stief)moeder door niet-arts, art. 294.2 Sr. 1. Overmacht in de zin van noodtoestand? 2. Verweer dat art. 294.2 Sr buiten toepassing moet blijven omdat toepassing daarvan in strijd is met art. 8 EVRM. Kan verdachte zich als naaste van (stief)moeder be
Cassatie in het belang der wet. Euthanasie op demente patiënt, strafzaak. Strafrechtelijke vervolging van arts die euthanasie heeft toegepast op patiënt die leed aan voortgeschreden dementie, art. 293 Sr, art. 2 Wtl en art. 7 Wet op de lijkbezorging. Rb heeft geoordeeld dat arts
Hulp bij zelfdoding van zijn (stief)moeder door niet-arts, art. 294.2 Sr. 1. Overmacht in de zin van noodtoestand? 2. Verweer dat art. 294.2 Sr buiten toepassing moet blijven omdat toepassing daarvan in strijd is met art. 8 EVRM. Kan verdachte zich als naaste van (stief)moeder be
Euthanasie; Uitleg van de woorden ‘van het leven berooft’ ; Artikel 293 Wetboek van Strafrecht.
Strafrechtelijk handhaven van verbod op hulp bij zelfdoding is niet onrechtmatig. Geen strijd met artikel 8 EVRM.
Hulp bij zelfdoding van zijn (stief)moeder door niet-arts, art. 294.2 Sr. 1. Overmacht in de zin van noodtoestand? 2. Verweer dat art. 294.2 Sr buiten toepassing moet blijven omdat toepassing daarvan in strijd is met art. 8 EVRM. Kan verdachte zich als naaste van (stief)moeder be
Hulp bij zelfdoding. Het hof is van oordeel dat bij het handelen van de verdachte geen sprake was van een conflict van plichten (noodtoestand), zodat hem geen beroep op overmacht in de zin van noodtoestand toe komt. De Nederlandse wetgeving is bovendien niet in strijd met art. 8
1. Beoordeling van beroep van arts op noodtoestand na actief levensbeëindigend handelen bij een patiënte met een zeer korte levensverwachting, die daartoe geen verzoek heeft kenbaar gemaakt, doch die tevoren op een daartoe strekkende vraag van de arts had te kennen gegeven te kie
Euthanasie. Artikel 293 Wetboek van Strafrecht.
Hulp bij zelfdoding. Het hof is van oordeel dat bij het handelen van de verdachte geen sprake was van een conflict van plichten, zodat hem geen beroep op overmacht in de zin van noodtoestand toe komt. Het hof verwerpt ook het beroep op psychische overmacht. Aan de verdachte wordt
Cassatie in het belang van de wet. Euthanasie op demente patiënt, tuchtzaak. Beslissing Centraal Tuchtcollege voor Gezondheidszorg over arts die euthanasie heeft toegepast op patiënt die leed aan voortgeschreden dementie. CTG heeft geoordeeld dat arts niet heeft voldaan aan zorgv
Vordering tot cassatie in het belang der wet. Euthanasietoepassing op patiënte met vergevorderde dementie op schriftelijk verzoek. Rechtbank ontsloeg de vervolgde arts van alle rechtsvervolging. De vordering hangt samen met de tegelijkertijd ingediende vordering in de tuchtzaak (
Specialist ouderengeneeskunde ontslagen van alle rechtsvervolging De specialist ouderengeneeskunde die verdacht werd van onzorgvuldige euthanasie op een demente patiënte is ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank Den Haag vindt bewezen dat de arts het leven van de patië
Veroordeling tot 4,5 jaar gevangenisstraf voor moord op moeder door toediening insuline. Geen sprake van levensbeëindiging op verzoek. De rechtbank houdt rekening met de sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn.
Is verbod op hulp bij zelfdoding (art. 294 lid 2 Sr.) in strijd met art. 8 EVRM? Bij toetsing formele wet aan EVRM is rechter gebonden aan rechtspraak EHRM. Ontvankelijkheid mede-eisers naast belangenorganisatie in art. 3:305a BW procedure.
Opzettelijk een ander bij zelfdoding behulpzaam zijn en opzettelijk een ander de middelen tot zelfdoding verschaffen, terwijl de zelfdoding volgt.
Veroordeling voor levensbeëindiging op verzoek door bejaarde man die zijn echtgenote heeft gedood door haar te smoren. Beroep op overmacht in de zin van noodtoestand slaagt niet nu geen sprake was van een acute nood en de mogelijkheid van euthanasie nog niet volledig was onderzoc
Erfrecht. Vrouw om het leven gebracht door echtgenoot. Ontslag van alle rechtsvervolging wegens psychose. Toch onwaardigheid om te erven ex art. 4:3 lid 1 onder a BW? Art. 8 lid 1 EVRM (family life) en redelijke wetstoepassing.
Medeplegen opzettelijke schending van wettelijke geheimhoudingsplicht door geheim “BIBOBadvies” te delen met journalist uit frustratie over handelen van gemeente t.a.v. vergunningaanvraag voor zijn café, art. 272.1 Sr. Is voor vervolging klacht vereist a.b.i. art. 272.2 Sr? Hof h
De 79-jarige verdachte heeft bekend zijn 52-jarige meervoudig gehandicapte dochter dood te hebben gemaakt. Ten laste gelegd is primair moord (art. 289 Sr), subsidiair levensbeëindiging op verzoek (art. 293 Sr). Nu 293 Sr een geprivilegieerde specialis is van artikel 289 Sr, beoor
Vordering tot cassatie in het belang de wet betreffende een uitspraak van het Centraal tuchtcollege voor de gezondheidszorg (art. 75 wet BIG). Euthanasietoepassing op patiënte met vergevorderde dementie op schriftelijk verzoek. Zaak hangt samen met de strafrechtelijke zaak 19/049
CAG over art. 248d Sr, het seksueel corrumperen van een minderjarige. OM-cassatie en cassatie verdachte. Uitleg bestanddeel 'ontuchtig oogmerk' als bedoeld in art. 248d Sr aan de hand van het Verdrag van Lanzarote en de wetsgeschiedenis. Eindoordeel Hof dat bestanddeel niet is be
CAG over art. 248d Sr, het seksueel corrumperen van een minderjarige. OM-cassatie en cassatie verdachte. Uitleg bestanddeel 'ontuchtig oogmerk' als bedoeld in art. 248d Sr aan de hand van het Verdrag van Lanzarote en de wetsgeschiedenis. Eindoordeel Hof dat bestanddeel niet is be
Vrijspraak van overtreding van artikel 293, juncto 45 Sr. Geen sprake van een uitdrukkelijk en ernstig verlangen als bedoeld in de wet. De doodswens van de echtgenote van verdachte lijkt vooral te zijn ontstaan door de mededeling van verdachte dat hij uit het leven wilde stappen.