Man die zich voordeed als arts won het vertrouwen van vrouwen uit zijn sociale kringen en deed (inwendige) onderzoeken bij hen. Hij wordt vrijgesproken voor verkrachting, maar veroordeeld voor het plegen van ontucht met iemand die zich als patiënt aan zijn zorg heeft toevertrouwd
Wetboek van Strafrecht
Art. 284 Sr
Genoemd in 210 uitspraken · Officiële wettekst
210 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Gijzeling bij de NOS. CAG o.m. over beroep op matiging van de straf gelet op de media-aandacht en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer a.b.i. art. 8 EVRM. HR: art. 81.1 RO.
Poging tot afpersing, in vereniging, art. 317 Sr. HR: de klacht berust kennelijk op de opvatting dat geen sprake kan zijn van een poging tot het dwingen tot afgifte van enig goed a.b.i. art. 317 Sr, indien het goed op het moment van de uitvoeringshandeling van de poging (nog) nie
OM-cassatie en cassatie verdachte. Terroristische misdrijven i.h.k.v. een niet-internationaal gewapend conflict op Sri Lanka. Veroordeling van “Tamil Tijger” wegens deelname aan een internationale criminele organisatie (LTTE) en een nationale criminele organisatie (TCC) die tot o
OM-cassatie en cassatie verdachte. Terroristische misdrijven i.h.k.v. een niet-internationaal gewapend conflict op Sri Lanka. Veroordeling van “Tamil Tijger” wegens deelname aan een internationale criminele organisatie (LTTE) en een nationale criminele organisatie (TCC) die tot o
Rechtbank Gelderland veroordeelt een 25-jarige man uit Nijmegen voor het plegen van ontuchtige handelingen als docent en stagebegeleider met een meisje van 16 jaar en het pogen een meisje van 16 jaar te dwingen een foto van haar ontblote buik toe te sturen, tot een gevangenisstra
Bewijsklacht seksueel binnendringen van het lichaam met een voorwerp in de mond van een geblinddoekt vijfjarig meisje, art. 244 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1994:ZC9650 en ECLI:NL:HR:1995:ZD0031 m.b.t. de vraag wanneer sprake is van seksueel binnendringen
HR: art. 81 RO. CAG over (opzet op) wederrechtelijke vrijheidsberoving en bedreiging met een andere feitelijkheid idzv art. 242 Sr.
HR: art. 81 RO. CAG over (opzet op) wederrechtelijke vrijheidsberoving.
De rechtbank Overijssel oordeelt dat er geen ontucht heeft plaatsgevonden tijdens het voetbalkamp van de D1 van SV Schalkhaar in de zomer van 2014. Drie begeleiders van 44, 25 en 20 jaar oud, die werden beschuldigd van ontucht met twee minderjarige jongens en de mishandeling van
De rechtbank Overijssel oordeelt dat er geen ontucht heeft plaatsgevonden tijdens het voetbalkamp van de D1 van SV Schalkhaar in de zomer van 2014. Drie begeleiders van 44, 25 en 20 jaar oud, die werden beschuldigd van ontucht met twee minderjarige jongens en de mishandeling van
De rechtbank Overijssel oordeelt dat er geen ontucht heeft plaatsgevonden tijdens het voetbalkamp van de D1 van SV Schalkhaar in de zomer van 2014. Drie begeleiders van 44, 25 en 20 jaar oud, die werden beschuldigd van ontucht met twee minderjarige jongens en de mishandeling van
Wederrechtelijke vrijheidsberoving, art. 282 Sr. De HR schetst de uit de bewijsvoering blijkende f&o waaronder de vrijheidsberoving heeft plaatsgevonden. ’s Hofs oordeel dat verdachte aldus samen met een ander X van zijn vrijheid heeft “beroofd” i.d.z.v. art. 282.1 Sr is niet toe
1. Falende bewijsklacht bedreiging met geweld. 2.Innerlijke tegenstrijdigheid bewijsmiddelen. Nu de gestelde tegenstrijdigheden aan een behoorlijke motivering van de bewezenverklaring niet in de weg staan is de klacht tevergeefs voorgesteld. 3. Uos. Hetgeen door de verdediging te
De rechtbank veroordeelt de verdachte omdat zij zich schuldig heeft gemaakt aan een ernstige vorm van huiselijk geweld door haar moeder(zijnde de oma van haar mededader) gedurende meerdere maanden te dwingen geld en/of goederen af te geven. Daarbij hebben verdachte en haar mededa
De rechtbank veroordeelt de verdachte omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een ernstige vorm van huiselijk geweld door zijn oma (zijnde de moeder van zijn mededader) gedurende meerdere maanden te dwingen geld en/of goederen af te geven. Daarbij hebben verdachte en zijn meded
Verkrachting, art. 242 Sr. De HR heeft in zijn arrest ECLI:NL:HR:2013:BZ2653 beslist dat - kort gezegd - een afgedwongen tongzoen niet meer als verkrachting i.d.z.v. art. 242 Sr kan worden gekwalificeerd. Daaruit volgt dat het Hof het bewezenverklaarde ten onrechte heeft gekwalif
Geen bewezenverklaring van gijzeling, wel van dwang; geen onmogelijkheid voor de aanwezigen om zich fysiek te verplaatsen en evenmin sprake van een zodanige geestelijke dwang dat het voor de aanwezigen onmogelijk was zich te verplaatsen. Gevangenisstraf van acht maanden.
Bewijsklacht poging tot bedreiging met geweld. Het Hof heeft kunnen oordelen dat de in de bewezenverklaring omschreven uitlatingen van de verdachte waarbij het kennelijk – en terecht – ook de context van het geval mede van betekenis heeft geacht, een poging tot bedreiging van gew
Vrijspraak van o.a. afpersing en vrijheidsberoving van de exploitant van café Raffles, omdat de feitelijke toedracht niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld. De verklaringen van de aangever zijn niet eenduidig en consistent en het overige bewijs heeft voornamelijk hem
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Het Hof heeft bewezenverklaard dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen het slachtoffer heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, doordat zij het slachtoffer opzettelijk dreigend hebben toegevoegd dat
Het laten uittrekken van kleding, laten rondrennen en blinddoeken van een minderjarige jongen en hem vervolgens fotograferen levert ontucht op ex artikel 247 Sr. Daarnaast heeft verdachte met een andere minderjarige jongen ontucht gepleegd door foto's van die geblindoekte en deel
OM-cassatie. Mensenhandel. Art. 273a (oud) Sr. 1. Misbruik. 2. Uitbuiting. Ad 1. De totstandkomingsgeschiedenis en rechtspraak (m.n. HR LJN AD5235) m.b.t. art. 250a (oud) Sr (welk artikel is geïncorporeerd in art. 273a (oud) Sr) en art. 250ter (oud) Sr hebben niet hun belang verl
klachtvereiste 318 Sr
Bewijsklacht. Art. 246 Sr. Vooropgesteld zij dat van door een feitelijkheid dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen als bedoeld in art 246 Sr slechts sprake kan zijn indien verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slof die handelingen tegen