Belediging, art. 266 Sr. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BJ9796, NJ 2010/671. ’s Hofs kennelijke oordeel dat het aanspreken van de politieagent met het woord ‘pikkie’ de strekking had deze politieagent in zijn eer en goede naam aan te tasten, geeft in he
Wetboek van Strafrecht
Art. 266 Sr
Genoemd in 256 uitspraken · Officiële wettekst
256 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Vervolg op HR ECLI:NL:HR:2011:BP0291 en HR ECLI:NL:HR:2012:BW9978. Art. 266 en 267 Sr. Beledigen individuele politiefunctionaris door dragen van jack met daarop het opschrift "A.C.A.B.", met de, ook aan verdachte bekende, betekenis “All Cops Are Bastards”? Het antwoord op deze vr
Belediging. Art. 137c Sr. Onder “zich in het openbaar uitlaten” a.b.i. art. 137c, Sr, welke bepaling beoogt de openbare orde te beschermen, dient te worden verstaan “het ter kennis van het publiek brengen”. Bij de beantwoording van de vraag of daarvan sprake is komt het aan op de
Mondelinge belediging. Art. 266 Sr. Het op stotterende wijze praten tegen een persoon die stottert beledigend? Indien het gaat om een belediging die iemand mondeling in zijn tegenwoordigheid is aangedaan, moet een uitlating als beledigend worden beschouwd wanneer zij de strekking
Verdachte heeft zich gedurende een periode van meer dan een jaar schuldig gemaakt aan het stelselmatig lastigvallen van aangever […]. Hij heeft aangever veelvuldig met kwetsende en lasterlijke e-mailberichten bestookt - die niet alleen aan hem maar ook aan anderen, waaronder ber
Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening” en “wederspannigheid”. Het hof veroordeelt verdachte tot een geldboete van EUR 1.350,00, bij gebreke van betaling en verhaal te
Belediging gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening? O.g.v. ‘s Hofs vaststellingen moet het ervoor worden gehouden dat de politieambtenaar is beledigd nadat deze de woning van verdachte was binnengetreden zonder te beschikken over de daartoe vereiste machtiging. Di
Belediging, art. 266 Sr. HR herhaalt HR ECLI:NL:HR:BJ9796. Het gebruik van het woord “mierenneuker” is i.h.a. op zichzelf niet beledigend, zodat i.c. de vraag of dit belediging oplevert afhangt van de context waarin dat woord is gebezigd. Gelet op de context geeft ’s Hofs oordeel
Belediging “in zijn tegenwoordigheid”, art. 266 Sr. De aangeefster heeft i.c. de belediging vernomen bij het afluisteren van de voicemail waarop verdachte deze had ingesproken. ’s Hofs oordeel dat onder omstandigheden sprake kan zijn van belediging van iemand “in zijn tegenwoordi
Het optreden van verbalisant [2] was onrechtmatig en ten aanzien van deze verbalisant zal het hof de verdachte dan ook vrijspreken van belediging. Ten aanzien van de overige verbalisanten bestond er naar het oordeel van het hof in het onderhavige geval geen rechtsplicht om in te
Beklagzaak. Klager niet-ontvankelijk ten aanzien van de gestelde schending van artikel 14 Sr en de artikelen 137c cq 429 quater Sr.
Beklagzaak. Militaire kamer onbevoegd ten aanzien burger beklaagde. Klager niet-ontvankelijk ten aanzien van de gestelde schending van artikel 14 Sr en de artikelen 137c cq 429 quater Sr.
Gewoonte maken van het beledigen van een groep Joodse mensen en instellingen per e-mail. Strafbaar gelet op het beoordelingskader van de Hoge Raad omtrent artikel 137c Sr.
Belediging, art. 266 Sr. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BJ9796 en LJN AN8498. Het gebruik van het door de verdachte gebezigde woord (“flikker”) is op zichzelf niet beledigd, zodat het i.c. afhangt van de context waarin die woorden zijn gebezigd. Het oordeel van
Vervolg op HR LJN BP0291. OM-cassatie. Art. 266 en 267 Sr. Beledigen agent door dragen van jack met daarop de opdruk "A.C.A.B."? HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN BK3366. Het Hof heeft een te beperkte uitleg gegeven aan artt. 266 jo. 267 Sr. Bij de beoordeling van de vr
Belediging. Art. 269 Sr en art. 164 Sv klachtvereiste. Het bepaalde in art. 164 Sv strekt ertoe te doen vaststaan dat de tot klacht gerechtigde persoon uitdrukkelijk heeft verzocht een strafvervolging in te stellen. Blijkens zijn overwegingen heeft het Hof vastgesteld dat X in he
Vordering wijziging tenlastelegging. Intrekking dagvaarding. Art. 258 Sv. Art. 266.1 Sv. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat de ter terechtzitting van de Rechtbank door de OvJ gedane vordering tot wijziging van de tenlastelegging kan en mag worden beschouwd als een (partiële)
Art. 266 Sr. Opzettelijke belediging van een ambtenaar op internetsite. De bewezenverklaring houdt in dat het hier gaat om een belediging die verbalisant X is aangedaan. Dat betekent dat de gedane uitlating de strekking moet hebben X aan te randen in zijn eer en goede naam. Het g
Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoo
Vrijspraak van diefstal met geweld. Onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor wegnemen. Veroordeling voor belediging van een ambtenaar in functie. Verwerping van het verweer dat de uitlating een openbaar karakter ontbeert.
Art. 339.2 Sv, feiten of omstandigheden van algemene bekendheid. Beledigen agent door dragen van jack met daarop de opdruk "A.C.A.B.". De HR stelt voorop dat indien niet zonder meer duidelijk is of het gaat om een algemeen bekend gegeven, de rechter dat gegeven aan de orde behoor
Verdachte wordt onder andere het verwijt gemaakt van majesteitsschennis. Voor strafbare belediging van de koningin dient op zijn minst aan de eisen van artikel 266 Sr te zijn voldaan. In deze zaak waren de beledigingen echter geadresseerd aan de burgemeester van Rotterdam en niet
Verdachte (van januari 2008 tot en met september 2009 winkelmanager bij de AH to go [locatie 1], heeft zich schuldig gemaakt aan discriminatie wegens ras binnen de uitoefening van een bedrijf, door aan een medewerkster P&O te verzoeken, geen sollicitanten van Marokkaanse afkomst
Verdachte, vanaf 25 maart 2008 winkelmanager bij de AH to go [locatie3], heeft zich schuldig gemaakt aan discriminatie wegens ras binnen de uitoefening van een bedrijf, door aan een medewerkster P&O te verzoeken, geen sollicitanten van Marokkaanse afkomst meer door te sturen naar
Verdachte, vanaf eind juli 2008 winkelmanager AH to go [locatie2], heeft zich schuldig gemaakt aan discriminatie wegens ras binnen de uitoefening van een bedrijf, door aan een medewerkster P&O te verzoeken, geen sollicitanten van Marokkaanse afkomst meer door te sturen naar zijn