O.g.v. art. 358.4 Sv behoeven slechts die wettelijke voorschriften te worden vermeld die de toegepaste verbods- en strafbepalingen inhouden en de onmiddellijke grondslag der veroordeling uitmaken. Indien de veroordeling is gebaseerd op art. 312 dan wel 311, behoeft art. 310 Sr ni
Wetboek van Strafrecht
Art. 266 Sr
Genoemd in 256 uitspraken · Officiële wettekst
256 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Belediging. In geval van een belediging die iemand mondeling in zijn tegenwoordigheid is aangedaan, moet een uitlating als beledigend worden beschouwd wanneer zij de strekking heeft die ander aan te randen in zijn eer en goede naam. Het oordeel dat daarvan sprake is zal bij woord
Belediging ex art. 266.1 Sr. Een uitlating moet als beledigend worden beschouwd wanneer zij de strekking heeft die ander aan te randen in zijn eer en goede naam. Het oordeel dat daarvan sprake is zal bij woorden waarvan het gebruik op zichzelf in het algemeen niet beledigend is,
OM-cassatie. Art. 359.2 Sv. U.o.s. Hetgeen door de AG bij het Hof is aangevoerd omtrent het beledigend karakter van de in de tll. genoemde afbeeldingen kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondub
1. Nietigheid dagvaarding. 2. Art. 261 Sr, “ telastlegging van bepaalde feiten”. Ad 1. Anders dan uit HR NJ 1990, 276 wellicht kan worden afgeleid, kan een verweer strekkende tot nietigheid van de dagvaarding niet voor het eerst in cassatie worden gevoerd, nu de beoordeling samen
OM-cassatie. Belediging ex art. 266 jo. 267 Sr. Grondslagverlating? Een uitlating die jegens iemand mondeling in zijn tegenwoordigheid is gedaan, moet als beledigend worden beschouwd i.d.z.v. art. 266 Sr i.v.m. art. 267 Sr, indien zij de strekking heeft die ander aan te randen i
Verdachte wordt veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden ter zake van diefstal, huisvredebreuk, beschadiging en belediging van een politieambtenaar. Verdachte is veelpleger. OM heeft geen ISD gevorderd.
12 Sv-beklag ter zake van belediging, huisvredebreuk en wederrechtelijke vrijheidsberoving door politieambtenaren afgewezen.
Art. 359.2 Sv. Anders dan het middel voorstaat, heeft het Hof het betoog niet behoeven op te vatten als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt i.d.z.v. art. 359.2 Sv. Het aangevoerde houdt immers niet in op grond waarvan de enkele omstandigheid dat de verhuur alleen heeft plaatsg
Art. 359.2 Sv. In appel is het verweer gevoerd dat het feit niet strafbaar is. Daarop had het hof ex art. 358.3 en 5 en art. 359.2 Sv op straffe van nietigheid bepaaldelijk een gemotiveerde beslissing dienen te geven. Nu zodanige beslissing ontbreekt, kan de bestreden uitspraak n
Art. 359.2 Sv. In appel is het verweer gevoerd dat het feit niet strafbaar is. Daarop had het hof ex art. 358.3 en 5 en art. 359.2 Sv op straffe van nietigheid bepaaldelijk een gemotiveerde beslissing dienen te geven. Nu zodanige beslissing ontbreekt, kan de bestreden uitspraak n
De rechtbank Utrecht heeft de teruggave bevolen van een spandoek met daarop de tekst ‘Rita Moordenaar’ dat door de politie in beslag was genomen. De politie was van mening dat de bezitter van het spandoek zich schuldig had gemaakt aan belediging van een ambtenaar in functie, name
OM-cassatie. Verhouding art. 266.1 en 285.1 (oud) Sr tot art. 285b.1 Sr in het licht van art. 55.2 Sr. ’s Hofs oordeel dat sprake is van “een systematische specialis verhouding” tussen enerzijds art. 266.1 Sr en art. 285.1 (oud) Sr en anderzijds art. 285b Sr, dus dat elk van eers
Belediging ex art. 266 Sr. 1. Spuwen: feitelijkheid. 2. Verbeterde lezing bewezenverklaring. 3. Kwalificatie bij ontbreken letterlijke overname bestanddelen in bewezenverklaring. Ad 1. De opvatting dat spuwen in het gezicht, zoals i.c. bewezenverklaard, geen mondelinge belediging
Verdachte wordt verdacht van het opzettelijk, in het openbaar mondeling beledigen van een politicus in tv programma Barend en Van Dorp.
Belediging kroonprins en zijn echtgenote door in vloeistof gedrenkte tampon naar gouden koets te gooien. Op de in art. 111 en 112 Sr strafbaar gestelde misdrijven zijn van toepassing de in Titel XVI van Boek II Sr onderscheiden wijzen waarop de aldaar strafbaar gestelde vormen va
Belediging kroonprins en zijn echtgenote door in vloeistof gedrenkte tampon naar gouden koets te gooien. Op de in art. 111 en 112 Sr strafbaar gestelde misdrijven zijn van toepassing de in Titel XVI van Boek II Sr onderscheiden wijzen waarop de aldaar strafbaar gestelde vormen va
Belediging kroonprins en zijn echtgenote en beschadiging/onbruikbaarmaking kledingstukken omstanders door zakje met verf naar gouden koets te gooien. 1. Op de in art. 111 en 112 Sr strafbaar gestelde misdrijven zijn van toepassing de in Titel XVI van Boek II Sr onderscheiden wijz
Ingevolge art. 269 Sr is voor de vervolging van belediging geen klacht vereist van hem tegen wie het misdrijf is gepleegd indien de belediging wordt aangedaan aan het openbaar gezag, een openbaar lichaam of een openbare instelling dan wel aan een ambtenaar gedurende of ter zake d
Eenvoudige belediging ex art. 266 Sr door toevoeging van de term "homofiel". In geval van belediging die iemand mondeling in zijn tegenwoordigheid is aangedaan moet een uitlating als beledigend worden beschouwd wanneer zij de strekking heeft die ander aan te randen in diens eer e
30 september 2003 Strafkamer nr. 01752/02 PB/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 februari 2002, nummer 20.000915.00, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboo
-
-
-
-