Verdachte wordt veroordeeld voor een hele reeks strafbare feiten, onder andere voor het sturen van brieven naar moskeeën waarin hij zich beledigend en bedreigend heeft uitgelaten over mensen vanwege hun geloof en ras. Aan verdachte wordt een voorwaardelijke gevangenisstraf opgele
Wetboek van Strafrecht
Art. 261 Sr
Genoemd in 262 uitspraken · Officiële wettekst
262 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Onrechtmatige uitingen op Facebook. De voorzieningenrechter acht de wijze waarop genoemde uitlatingen zijn gedaan zeer grievend voor eiseres. Gevorderde verboden toegewezen
De rechtbank spreekt verdachte vrij van de ten laste gelegde belaging en smaad. Wel acht de rechtbank bewezen dat verdachte twee bijzondere opsporingsambtenaren van de gemeente Uden heeft beledigd. De rechtbank is echter van oordeel dat verdachte voor dat feit geen straf of maatr
Smaad; “postdief”, art. 261.1 Sr. Falende bewijsklacht. Het oordeel van het hof dat de in de bewezenverklaring voorkomende uiting "[Betrokkene] van Sandds B.V. is een postdief" de tenlastelegging van een "bepaald feit" ex art. 261, eerste lid, Sr oplevert, geeft niet blijk van ee
veroordeling bedreiging middels compuyterspel (shootersgame) (feit 2), OM niet-ontv in vervolging tav belediging; geen klacht (feit 4),smaad(schrift): dagvaarding nietig (feit 3), feit vrijspraak bedreiging via e-mail gelet op context (feit 1).
Na uithuisplaatsing en plaatsing in een gezinshuis van zijn dochters heeft verdachte op een website allerlei uitlatingen gedaan over dit gezinshuis en zijn medewerkers. 1. Klachtvereiste smaad, art. 269 Sr. 2. en 3. Smaad, “bepaalde feiten” a.b.i. art. 261.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt
Promis; belaging door echtpaar van twee buren n.a.v. (bestuursrechtelijk) geschil over onder meer de bouw van een berging; vrijspraak van smaad(schrift); voorwaardelijke taakstraf.
Promis; belaging door echtpaar van twee buren n.a.v. (bestuursrechtelijk) geschil over onder meer de bouw van een berging; vrijspraak van smaad(schrift); voorwaardelijke taakstraf
Verdachte wordt vrijgesproken van belaging en veroordeeld voor smaadschrift. Bij het stadhuis protesteren tegen de burgemeester is geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Een deel van de ten laste gelegde smaadschriften kan niet worden bewezen, een ander deel valt binnen de
Tenlastelegging grootschalige kinderpornografie, art. 240b Sr en art. 261. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1995:ZD0095 en ECLINL:HR:1995:ZD0096 en voegt daaraan toe dat ex art. 261 Sv de dagvaarding een opgave dient te behelzen van het feit dat ten laste wordt g
Het hof verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde (op grond van artikel 261, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht) heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.op de strafbaarstelling.
Belediging die een ander bij afbeelding is aangedaan door het versturen van een privé-filmpje via de whatsapp. Art. 266.1 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BJ9796. Verdachte heeft een neutrale, van haar facebookpagina afkomstige, foto van aangeefster toeg
Smaad en laster. Verweren van de verdediging mbt onder meer niet-ontvankelijkheid OM wegens ontbreken klacht en ‘ruchtbaarheid geven aan’ verworpen
Beklag art. 12 Sv van Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO) tegen kamerlid afgewezen. Smaad, laster. Vrijheid van meningsuiting. 10 EVRM.
HR: art. 81.1 RO.
Verdachte is al bijna vijftien jaar verwikkeld in een conflict met de gemeente. Hij heeft beledigende teksten/brieven over de oud- burgemeester van zijn gemeente verspreid en een oud- wethouder beledigd. Met de bewezen verklaarde uitingen heeft verdachte telkens de door wettelijk
Advocaat-generaal niet vervolgd ter zake van smaad jegens advocaat.
De zaak van de “waxinelichthoudergooier”. Uitleg belediging a.b.i. artt. 111 en 112 Sr. Het middel ontbeert feitelijke grondslag, nu het Hof in weerwil van het middel, blijkens zijn overwegingen, het gooien van een waxinelichthouder niet als beledigend heeft aangemerkt, maar heef
Laster, art. 262.1 Sr. Blijkens de wetsgeschiedenis heeft het bestanddeel “wetende dat” een bijzondere, beperkte betekenis van daadwerkelijke wetenschap, waarvoor voorw. opzet niet toereikend is. ’s Hofs overweging dat de verdachte “willens en wetens minstgenomen de aanmerkelijke
Laster, art. 262.1 Sr. Blijkens de wetsgeschiedenis heeft het bestanddeel “wetende dat” een bijzondere, beperkte betekenis van daadwerkelijke wetenschap, waarvoor voorw. opzet niet toereikend is. ’s Hofs overweging dat de verdachte “willens en wetens minstgenomen de aanmerkelijke
Art. 261 Sr, ruchtbaarheid geven. Bewijs ontoereikend gemotiveerd. Uit de bewijsvoering van het Hof kan niet worden afgeleid dat de verdachte heeft gehandeld met het kennelijke doel aan die mededeling ruchtbaarheid te geven als bedoeld in art. 261 Sr. De omstandigheden dat de ver
Smaadschrift en belediging, gerelateerd aan de Vaatstra-zaak. Strafmaat: 4 weken voorwaardelijke gevangenisstraf.
Verdachte heeft zich gedurende een periode van meer dan een jaar schuldig gemaakt aan het stelselmatig lastigvallen van aangever […]. Hij heeft aangever veelvuldig met kwetsende en lasterlijke e-mailberichten bestookt - die niet alleen aan hem maar ook aan anderen, waaronder ber
Smaad; ontvankelijkheid en vrijspraak. Verdachte wordt tenlastegelegd dat hij smaad heeft gepleegd jegens (naam) en de andere bewoners van het woonwagenkamp door op de landelijke tv te zeggen dat op dit woonwagenkamp hennepteelt, drugscriminaliteit, diefstal en heling plaatsvindt
Voorlopig getuigenverhoor. Verzoeker heeft aangifte gedaan tegen verweerder van laster/smaad. Beroep van verweerder op verschoningsrecht als bedoeld in art. 165 lid 3 Rv. wordt gehonoreerd.