1. Klachtvereiste art. 269 Sr. 2. Smaadschrift minister-president; ambtenaar. Ad 1. Het oordeel van het Hof dat de tenlastelegging is toegesneden op art. 261 jo 267 Sr is een aan de feitenrechter voorbehouden uitleg, is niet onverenigbaar met de bewoordingen van de tenlasteleggin
Wetboek van Strafrecht
Art. 261 Sr
Genoemd in 262 uitspraken · Officiële wettekst
262 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Vervolg op HR LJN BP0291. OM-cassatie. Art. 266 en 267 Sr. Beledigen agent door dragen van jack met daarop de opdruk "A.C.A.B."? HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN BK3366. Het Hof heeft een te beperkte uitleg gegeven aan artt. 266 jo. 267 Sr. Bij de beoordeling van de vr
Art. 261 Sr. ’s Hofs oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting omtrent art. 261 Sr, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. Daarbij neemt de HR in aanmerking dat het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte wist dat X als journalist voor het Algemeen Dagblad werkzaam was
Onrechtmatige daad door politicus in het openbaar op onnodig grievende wijze en zonder voldoende feitelijke onderbouwing te beschuldigen van misdrijven in de privésfeer. Botsing van recht op vrijheid van meningsuiting en recht op eer en goede naam. Afweging van alle relevante oms
Door het schrijven van een boek over een moordzaak heeft verdachte zich op onderdelen schuldig gemaakt aan smaadschrift. In zijn gedrevenheid als gevolg van een sterke betrokkenheid bij de maatschappelijke positie van Filippijnse vrouwen is verdachte door het schrijven van enkele
Verdachte wordt voor smaadschrift veroordeeld tot 60 uur werkstraf. Beroep op artikel 10 EVRM wordt verworpen.
Schadevordering van een werknemer wegens onterecht door een vrouwelijke collega geuite beschuldiging van seksuele intimidatie en alsmede het onterecht indienen van klacht ter zake en het doen van aangifte. Werknemer onderbouwt onvoldoende zijn stelling dat sprake is van smaad in
Art. 261.1 Sr. “ruchtbaarheid geven”. Hyves, smaad. HR herhaalt relevante overwegingen uit LJN BC9186. ’s Hofs oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting omtrent art. 261 Sr, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is.
Promis, smaad, voorwaardelijk opzet, verwerping beroep op artikel 261, derde lid, SR, bewijs- en strafmaatmotivering
Vrijspraak smaadschrift; geen telastlegging van een bepaald feit in de zin van art. 261 Sr.
Het aanzetten van het slachtoffer tot prostiutie na en tijdens de relatie met verdachte levert ingevolge artikel 273a van het Wetboek van Strafrecht mensenhandel op.
voorhanden hebben van een vuurwapen, artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
Hoe laakbaar het handelen van verdachte ook mag zijn, naar het oordeel van de politierechter is het aan verdachte ten laste gelegde smaadschrift niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte vrij.
Belediging. In geval van een belediging die iemand mondeling in zijn tegenwoordigheid is aangedaan, moet een uitlating als beledigend worden beschouwd wanneer zij de strekking heeft die ander aan te randen in zijn eer en goede naam. Het oordeel dat daarvan sprake is zal bij woord
Het hof veroordeelt verspreider van persbericht voor smaadschrift. Naar het oordeel van het hof draagt de inhoud van het persbericht niet bij aan enig publiek debat en is met het persbericht geen rechtens te beschermen belang gediend. Het hof verwerpt het beroep op de vrijheid va
1. Nietigheid dagvaarding. 2. Art. 261 Sr, “ telastlegging van bepaalde feiten”. Ad 1. Anders dan uit HR NJ 1990, 276 wellicht kan worden afgeleid, kan een verweer strekkende tot nietigheid van de dagvaarding niet voor het eerst in cassatie worden gevoerd, nu de beoordeling samen
Poster “Reisbureau Rita”. Ovar o.g.v. art. 10 EVRM. Het Hof heeft geoordeeld dat strafbaarverklaring van het bewezenverklaarde feit als overtreding van art. 261.2 Sr in strijd komt met het in art. 10.1 EVRM gegarandeerde recht op vrijheid van meningsuiting en heeft art. 261.2 Sr
Smaad ten aanzien van een voorzitter van een politieke partij. De rechtvaardigingsgrond van art. 261, derde lid Sr doet zich niet voor. De beperking van de vrijheid van meningsuiting van verdachte is noodzakelijk in het belang van de bescherming van de goede naam en rechten van e
Het hof te Amsterdam heeft op 21 juli 2008 uitspraak gedaan in een beklagzaak van een accountant tegen een gemeenteraadslid die onjuiste en diskwalificerende uitlatingen over hem gedaan zou hebben in een brief aan het bestuur. Aangezien het gemeenteraadslid de brief op internet h
Art. 261 Sr. Onder "ruchtbaarheid geven" a.b.i. art. 261 Sr dient te worden verstaan "het ter kennis van het publiek brengen" (vgl. HR LJN AC4535, NJ 1965, 131). Met zodanig 'publiek' is een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld. Uit de bewijsmiddelen en ’s H
Vorderingen tot contactverboden toegewezen. Moeder heeft voorts gevorderd gedaagden te verbieden zich bij het graf van haar te bevinden en daar enig materiaal achter te laten. Ter onderbouwing van haar vordering heeft zij aangevoerd dat hetgeen door haar bij codicil is bepaald, g
De Europese strafkamer van de rechtbank Amsterdam heeft op 2 juni 2008 uitspraak gedaan in zaken waarbij de vrijheid van meningsuiting een rol speelde. In alle zaken is getoetst aan artikel 10 van het EVRM. Onderhavige zaak ging over een persbericht van de organisatie Gay Busines
Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf ter zake van smaad en smaadschrift. Overwegingen ten aanzien van klachtvereiste, afwijzing bewijsverweren en beroep op rechtvaardigingsgronden genoemd in 261 lid 3 Sr.
Vordering van een verbod spandoeken te verwijderen totdat er een definitieve strafrechtelijke veroordeling is. In de gegeven omstandigheden geen ruimte voor een inbeslagname van de poster op de voet van artikel 96 Sv. Toetsing aan artikel 10 EVRM.
Smaadschrift ten aanzien van Minister Rita Verdonk. Artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht buiten toepassing gelaten in verband met artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden. Ontslag van alle rechtsvervolging.