Art. 261 Sv. Nietige dagvaarding? De aan art. 420bis.1 aanhef en onder b Sr jo. art. 420ter.1 Sr ontleende termen “omzetten” en “een gewoonte maken” komen voldoende feitelijke betekenis toe.
Wetboek van Strafrecht
Art. 250 Sr
Genoemd in 23 uitspraken · Officiële wettekst
23 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie AG. Bedrieglijke bankbreuk (art. 343 (oud) Sr en art. 344a Sr) en opzettelijk zonder vergunning optreden als betaaldienstverlener, terwijl hiervan een gewoonte is gemaakt (art. 2:3a.1 Wft). Klachten over bewezenverklaring van opzet op bedrieglijke bankbreuk en van 'het
Veroordeling tot o.a. T.B.S. met dwangverpleging en een gevangenisstraf van 24 maanden wegens bezit van kinderporno (meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt), feitelijke aanranding van de eerbaarheid (meermalen gepleegd) en poging to
1. Art. 50 Sr, artt. 3 en 11 Ow, uitoefening van bedrijf of beroep, medeplegen, 2. Kwalificatie. Ad. 1 De opvatting dat art. 11.3 Ow als een persoonlijk werkende strafverhogende omstandigheid i.d.z.v. art. 50 Sr moet worden aangemerkt is onjuist. De wetsgeschiedenis van art. 11.
Verdachte heeft zich gedurende een periode van zes jaar schuldig gemaakt aan het seksueel misbruiken van zijn minderjarige dochter, anale verkrachting tussen haar vierde en tiende. Oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf 9 jaar met aftrek van voorarrest en de maatrege
De verdachte heeft verkrachting van het 11-jarige slachtoffer voorbereid door een hotelkamer te boeken, een ketting voor haar te kopen en met zijn telefoon naar het slachtoffer te sturen zowel seksueel getinte foto’s/video’s als berichten omtrent de seksuele handelingen die in de
De verdachte wordt ter zake van 10 strafbare feiten, kort gezegd het (jarenlang) medeplegen van verkrachting van haar twee dochters, in eendaadse samenloop met medeplegen van ontucht van diezelfde minderjarige dochters, koppelarij en mensenhandel (meerdaadse samenloop), bezit en/
Conclusie AG. Flessentrekkerij en (poging) tot oplichting (art. 326 en 326a Sr). Post-Keskin. Deels slagende klacht (M1) dat het hof het – voorafgaand aan de behandeling in hoger beroep gedane - verzoek tot het oproepen en horen van belastende getuigen ten onrechte heeft afgeweze
Veroordeling voor: 1) met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam; 2) het plegen van ontucht door een minde
Conclusie AG. Middel over verjaring van 'voorhanden hebben 3 patronen resp. een boksbeugel' slaagt volgens A-G, nu de absolute verjaringstermijn van tweemaal zes jaren moet worden aangehouden en mitsdien het recht tot strafvordering is komen te vervallen. Ook het (tweede) middel
Conclusie AG. Middelen over onder meer de verwerping van een niet-ontvankelijkheidsverweer vanwege schending van het gelijkheidsbeginsel en de bewijsvoering van medeplegen van witwassen, oplichting en valsheid in geschrift. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep (81.1 RO)
Conclusie AG over o.m. de vraag of de door de verdachte afgedwongen ontuchtige handelingen met de moeder van de minderjarige kinderen het delict van art. 249 Sr opleveren.
Koppelarij (meermalen gepleegd) door 16-jarige jongen en 17-jarige jongen met zijn auto naar bordeel in Duitsland te vervoeren en minderjarigen aldaar seks te laten hebben met door verdachte betaalde prostituee, terwijl verdachte toekeek, art. 250.1.2 Sr. Opzettelijk "bevorderen"
Koppelarij (meermalen gepleegd) door 16-jarige jongen en 17-jarige jongen met zijn auto naar bordeel in Duitsland te vervoeren en minderjarigen aldaar seks te laten hebben met door verdachte betaalde prostituee, terwijl verdachte toekeek, art. 250.1.2 Sr. Opzettelijk "bevorderen"
Een 28-jarige man uit Utrecht heeft zich ongeveer een half jaar lang schuldig gemaakt aan een poging tot mensenhandel. Ook heeft hij geprobeerd om een minderjarig meisje ontucht te laten plegen met een derde. De rechtbank veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 36 maanden,
Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.
HR: art. 81.1 RO.
Redelijke termijn. Verdachte bevond zich t.t.v. de betekening van de aanzegging in voorlopige hechtenis. HR doet meer dan 16 mnd na het instellen van het beroep uitspraak. Als gevolg van de vertraging bij de inzending van de stukken heeft de HR de zaak pas in behandeling kunnen n
Een 51-jarige man uit Den Haag is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf (waarvan 6 maanden voorwaardelijk) voor het: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan ui
De enkele omstandigheid dat appellant is vrijgesproken van het feit ter zake waarvan uitleveringsdetentie was bevolen is onvoldoende om aan te nemen dat de verdenking ten onrechte heeft bestaan. Dat moet blijken uit het strafdossier.
-
-
Leeftijd. Ontucht met 14-jarige en 15-jarige meisjes, art. 245 en 247 Sr. Beroep op afwezigheid van alle schuld op de grond dat meisjes er ouder uitzagen dan 16 jaren. Is beginsel “geen straf zonder schuld” van toepassing op leeftijd in art. 245 en 247 Sr?