Vordering tot cassatie in het belang der wet over het gebruik van een onjuiste tekst bij beëdigingen van raadsheren(-plaatsvervangers). De procureur-generaal komt tot de conclusie dat de onvolkomenheden bij deze beëdigingen geen grond voor nietigheid opleveren.
Wetboek van Strafrecht
Art. 207 Sr
Genoemd in 56 uitspraken · Officiële wettekst
56 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vordering wijziging tll., art. 313 Sv. “Hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BM9102. De aan verdachte verweten gedraging is in de tll. omschreven als uitlokking van meineed d.m.v. bedreiging op 15 augustus 2006 kennelijk te Ams
Conclusie AG over de reikwijdte van art. 285a Sr. De AG betoogt dat de door het artikel beschermde verklaringsvrijheid niet het recht om te liegen omvat en evenmin het recht om te zwijgen, aangezien de wet de getuige verplicht om naar waarheid te spreken. Dat brengt mee dat de en
OM-cassatie. Beslag, beklag, afgeleide bevoegdheid tot verschoning. Artt. 98, 552a en 552d Sv. Vordering tot uitlevering van stukken en gegevens ter inbeslagneming aan een ingeschakelde deskundige. Het oordeel omtrent de vraag of stukken en gegevens object van de afgeleide bevoeg
Art. 225 Sr. Uit de bewijsmiddelen volgt dat X BV wat betreft de aan de daarin genoemde afnemers geleverde producten op de in verband daarmee opgemaakte facturen verhulde wat in werkelijkheid werd geleverd, zulks door i.p.v. de naam van de geleverde producten een algemene omschri
-
Meineed, art. 207 Sr. Eedswet 1911. Art. 216.1 Sv. Art. 215 Sv. Art. 290.2 Sv. Koran. De bm houden niet uitdrukkelijk in dat de belofte/de eed de waarheid en niets dan de waarheid te zeggen is afgelegd. Daarom is het bewezenverklaarde “op de bij de wet voorgeschreven wijze” niet
Conclusie AG. Nasleep Klimop-fraude. Onder meer gaat het in deze zaak om de vraag of het verzwijgen in een overeenkomst van reeds aangegane verplichtingen tot doorbetaling van winst aan derden valsheid in geschrift (art. 225 Sr) oplevert. De AG geeft de HR in overweging het cassa
Zaak van bestuursvoorzitter van woningcorporatie. Meineed door onder ede gehoord als getuige t.o.v. parlementaire enquêtecommissie valse verklaring af te leggen, art. 207.1 Sr. Kunnen verklaringen die verdachte die t.o.v. Parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties (PECW) on
Art. 177 en 225 Sr. Omkoping van een ambtenaar en medeplegen van valsheid in geschrift. Partiele vrijspraak. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen, waarvan 285 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorar
Vordering tot cassatie in het belang der wet over het gebruik van een onjuiste tekst bij beëdigingen van raadsheren(-plaatsvervangers). De procureur-generaal komt tot de conclusie dat de onvolkomenheden bij deze beëdigingen geen grond voor nietigheid opleveren.
Geen misbruik van omstandigheden (artikel 3:44 BW) bij de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Geen meineed in het kader van het voorlopig getuigenverhoor.
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 61-jarige tolk tot een taakstraf van 100 uur voor het vervalsen van tapverslagen. Doordat de man de tapverslagen vervalste liep het politieonderzoek vertraging op.
Conclusie AG. Middelen richten zich tegen verwerping van verweer dat sprake is van een vormverzuim dat dient te leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM dan wel tot strafvermindering. O.m. klachten over oordelen hof dat niet aannemelijk is dat door de politie meer geweld
Concl. AG. Dodelijke woningoverval Gees. Veroordeling tot 13 jaren gevangenisstraf wegens medeplegen van gekwalificeerde doodslag en gekwalificeerde diefstal. 1. Art. 6 EVRM en art. 62b RO. Recht om door een onafhankelijke en onpartijdige rechter te worden berecht. Is de beslissi
Valse aangifte. Art. 188 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2011:BR2981 dat voor toepassing van art. 188 Sr voldoende is dat in de aangifte opzettelijk i.s.m. de waarheid, feiten worden meegedeeld in zodanige bewoordingen dat degene aan wie de aangifte wordt geda
Mishandeling in privésfeer door toenmalige politieambtenaar. Het hof verwerpt de verweren dat het OM niet-ontvankelijk is in de vervolging (1) wegens strijd met het vertrouwensbeginsel en (2) omdat het onderzoek door de Rijksrecherche had moeten worden verricht. Voorts verwerping
Vervolg op HR NJ 2004, 364. 1. ’s Hofs oordeel dat voor verdachte (politieagent) een rechtsplicht bestond in het pv van aanhouding van X melding te maken van het richten van het dienstwapen op Y is onjuist noch onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat het hof heeft geoordeeld da
Artikel 285a Sr: verdachte is ontslagen van alle rechtsvervolging, want het ten laste gelegde feit kan niet worden gekwalificeerd als een strafbaar feit. Het artikel beschermt getuigen en niet verdachten om ten overstaan van een ambtenaar of rechter een verklaring af te leggen.
Schadestaatprocedure. Schending non-concurrentiebeding in zeesleepvaart. Schadebegroting. Ten onrechte leerstuk van de kansschade niet toegepast? Voorshandse oordelen en gelegenheid voor leveren tegenbewijs. Schending van de waarheidsplicht en daaraan te verbinden gevolgtrekkinge
Conclusie AG. Onderzoek ‘Monviso’. Veroordeling fiscalist en partner bij een advocaten- en belastingadvieskantoor wegens valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. Middel 1 heeft betrekking op de verwerping van het (uitdrukkelijk voorgedragen) verweer dat het Openbaar Ministerie
Conclusie A-G. Beklag a.b.i. art. 12 Sv. Cassatieberoep tegen beschikking hof Den Haag o.g.v. art. 12 Sv. O.g.v. art. 445 Sv staat tegen beschikkingen cassatieberoep alleen open in de gevallen in Sv bepaald. Sv bevat niet een dergelijke bepaling bij art. 12 Sv-beschikkingen. Daar
Voorzitter van stichting veroordeeld voor valsheid in geschrift, opzettelijk gebruik maken van vals geschrift en meineed. Valsheid betreft onderdelen van de brief van de stichting aan de Parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen. Meineed betr
Conclusie AG. Medeplegen doodslag (art. 287 Sr); poging tot het beïnvloeden van een getuige (art. 45 jo. 285a lid 1 Sr). Middelen hebben onder meer betrekking op het voorwaardelijk opzet van de verdachte op de dood van het slachtoffer nu de medeverdachte het slachtoffer heeft d
Conclusie AG. Meineed (art. 207 Sr). De eerste drie middelen bevatten bewijsklachten over de bewezenverklaarde meineed. Het vierde middel klaagt over de motivering van de opgelegde straf. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.