[De Engelse vertaling is beschikbaar via ECLI:NL:RBDHA:2015:16102] Tot 6 jaar celstraf voor deelnemers criminele terroristische organisatie De rechtbank Den Haag heeft alle 9 verdachten – 8 mannen en 1 vrouw – in de zogenoemde Context-zaak veroordeeld tot celstraffen oplopend tot
Wetboek van Strafrecht
Art. 205 Sr
Genoemd in 39 uitspraken · Officiële wettekst
39 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Veroordeling tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen voor deelneming aan een criminele organisatie met terroristisch oogmerk (LTTE – de organisatie van Tamil Tijgers). Het hof acht tevens bewezen dat het oogmerk van de LTTE onder andere gericht was op het plegen van oorlogsmisdr
Piranha. Uitleg “werven voor gewapende strijd”, art 205.1 Sr. De tekst van art. 205 Sr noch de wetsgeschiedenis biedt steun aan de opvatting dat iemand die reeds “de gewapende strijd is toegedaan” niet meer kan worden geworven voor die gewapende strijd. Voor het ontstaan van stra
Veroordeling voor terrorismefinanciering. Het hof veroordeelt de verdachte ter zake van financiering van terrorisme, overtreding van de Sanctiewet 1977 jo. respectievelijk de Sanctieregeling Al-Qa’ida 2011 en de Sanctieregeling Terrorisme 2007-II, het medeplegen van valsheid in g
Veroordeling ter zake van het middelen en inlichtingen (trachten te) verschaffen, om het begaan van misdrijven met een terroristisch oogmerk voor te bereiden en te bevorderen, deelneming aan een terroristische organisatie en financiering van terrorisme. Art. 96 lid 2 Sr, art. 140
Conclusie AG. Terrorismeproces ‘Context’. Organisatie van personen die zich vanaf 2012 heeft geschaard achter de in Syrië te voeren gewapende jihadstrijd voor de stichting van een ‘kalifaat’. Oogmerk op onder meer opruien tot deelnemen aan de gewapende strijd, ronselen van Syriëg
Art. 132 Sr. Het hof veroordeelt de verdachte ter zake van: Een afbeelding waarin tot een terroristisch misdrijf wordt opgeruid, verspreiden, terwijl hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat in het geschrift zodanige opruiing voorkomt, meermalen gepleegd, tot een voor
"Hofstadgroep", deelneming aan een (terroristische) criminele organisatie
OM-cassatie en cassatie verdachte. Terroristische misdrijven i.h.k.v. een niet-internationaal gewapend conflict op Sri Lanka. Veroordeling van “Tamil Tijger” wegens deelname aan een internationale criminele organisatie (LTTE) en een nationale criminele organisatie (TCC) die tot o
Syriëganger. Dagvaarding partieel nietig + vrijspraak.
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven. Daarnaast wordt het openbaar ministerie gedeeltelijk niet ontvankelijk verklaard in de vervolging terzake feit 1.B. en volgen overigens voor d
Conclusie AG. Terrorismeproces ‘Context’. Organisatie van personen die zich vanaf 2012 heeft geschaard achter de in Syrië te voeren gewapende jihadstrijd voor de stichting van een ‘kalifaat’. Oogmerk op onder meer opruien tot deelnemen aan de gewapende strijd, ronselen van Syriëg
OM-cassatie. Syriëganger. 1. Voorbereiding/bevordering van een in art. 289a Sr omschreven misdrijf; art. 96.2 Sr. 2. "Werven van gelden" a.b.i. art. 140.4 Sr. Ad 1. Het oordeel van het Hof dat voor de toepassing van art. 96.2 Sr is vereist dat "tijd, plaats en wijze van uitvoerin
OM-cassatie. Terroristische misdrijven i.h.k.v. een niet-internationaal gewapend conflict op Sri Lanka. Veroordeling van “Tamil Tijger” wegens deelname aan een internationale criminele organisatie (LTTE) en een nationale criminele organisatie (TCC) die tot oogmerk hebben het pleg
"Hofstadgroep", deelneming aan een (terroristische) criminele organisatie
Werven van personen met als doel dat zij zullen zorgen voor bezittingen, huishouden en kinderen van gewapende strijder aan te merken als werven voor gewapende strijd ex art. 205 Sr? 1. OM-cassatie. Uitleg “gewapende strijd” a.b.i. art. 205 Sr in de context van werven voor jihad.
OM-cassatie en cassatie verdachte. Terroristische misdrijven i.h.k.v. een niet-internationaal gewapend conflict op Sri Lanka. Veroordeling van “Tamil Tijger” wegens deelname aan een internationale criminele organisatie (LTTE) en een nationale criminele organisatie (TCC) die tot o
Training voor terrorisme ex art. 134a Sr. Verhouding 134a en 46.1 Sr. Artikel 134a Sr ziet op gedragingen die in enig verband staan met een terroristische training. Dat verband komt reeds tot uitdrukking in art. 134a Sr voor zover daarin strafbaar is gesteld het zich verwerven o
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven. Daarnaast wordt het openbaar ministerie gedeeltelijk niet ontvankelijk verklaard in de vervolging terzake feit 1.B. en volgen overigens voor d
"Hofstadgroep", deelneming aan een (terroristische) criminele organisatie
Werven voor gewapende, terroristische strijd (art. 205.1 Sr). 1. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van getuigen voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 2. Uitleg “werven voor gewapende strijd” a.b.i. art. 205.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overw
Conclusie AG. Veroordeling voor werven voor de gewapende strijd van IS in Syrië a.b.i. art. 205 Sr. Het tweede middel, dat zich keert tegen het oordeel van het hof dat de inleidende dagvaarding geldig is, werpt de vraag op of poging van art. 205 Sr absoluut uitgesloten is. De AG
Conclusie AG. Terrorismeproces ‘Context’. Organisatie van personen die zich vanaf 2012 heeft geschaard achter de in Syrië te voeren gewapende jihadstrijd voor de stichting van een ‘kalifaat’. Oogmerk op onder meer opruien tot deelnemen aan de gewapende strijd, ronselen van Syriëg
Werven van minderjarige asielzoeker voor gewapende terroristische strijd, art. 205.1 Sr. 1. Schending van onschuldpresumptie, omdat verdachte door politie is aangeduid als “ronselaar”? 2. Bewijsklachten t.a.v. “werven” a.b.i. art. 205 Sr, strekking van uitingen van verdachte en h
ronselen voor de gewapende strijd en deelname terroristische organisatie; artikel 205 en 140a Wetboek van Strafrecht