-
Wetboek van Strafrecht
Art. 1 Sr
Genoemd in 718 uitspraken · Officiële wettekst
718 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Conclusie AG. Middelen verdachte. 1. Kennelijke misslag in strafoplegging. 2. Duur vrijheidsbeperkende maatregel bij onder 2 bewezenverklaard feit. 3. Totale duur gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen. 4. Klacht dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden. Ambtshalve op
Ontucht met 3 minderjarige dochters, meermalen gepleegd (art. 244 en 245 jo. 248.2 Sr en art. 249.1 Sr). 1. Strafmotivering (gevangenisstraf van 9 jaren en vrijheidsbeperkende en gedragsbeïnvloedende maatregelen). Kunnen bewezenverklaarde feiten volledig aan verdachte worden toeg
verhaal ontnemingsmaatregel op goederen van derde, voorwaarden anderbeslag, schijnconstructie, wetswijziging Sv tussen conservatoire en executoriale fase, art 94a lid 4 Sv, art 574 Sv, art 704 Rv
Conclusie AG. Verdachte (een politieman) veroordeeld wegens zware mishandeling. Middelen over (M1) opzet, (M2) verwerping beroep (putatieve) noodweer(exces) en (M3) niet toepassen art. 372 Sr, beroep op art. 1.2 Sr (lex mitior). AG is van mening dat M1 en M2 falen en kunnen worde
Conclusie AG. Slagende klacht strafmotivering. Hof heeft ten onrechte in strafverzwarende zin rekening gehouden met eerdere veroordeling die nog niet onherroepelijk was t.t.v. bewezenverklaarde feiten. Ambtshalve: i.v.m. de schadevergoedingsmaatregel heeft het hof de totale duur
Conclusie AG. Bedrieglijke bankbreuk (art. 343 (oud) Sr en art. 344a Sr) en opzettelijk zonder vergunning optreden als betaaldienstverlener, terwijl hiervan een gewoonte is gemaakt (art. 2:3a.1 Wft). Klachten over bewezenverklaring van opzet op bedrieglijke bankbreuk en van 'het
Ontslag van alle rechtsvervolging van verdachte met schizofreniestoornis t.z.v. belaging van stiefvader (art. 285b.1 Sr) en bedreiging van moeder (art. 285.1 Sr). Maatregel plaatsing in psychiatrisch ziekenhuis, art. 37 (oud) Sr, art. 2.3.1 Wfz en art. 6:5 Wvggz. Betekent vervall
Conclusie plv-AG. Zedenzaak. Het eerste middel richt zich terecht tegen de onjuiste kwalificaties van beide bewezenverklaarde feiten. Die onjuistheid kan in dit geval door de Hoge Raad worden verbeterd. Aangezien het tweede middel feitelijke grondslag mist, strekt de conclusie vo
Conclusie AG. Middel over 1. verandering van wetgeving ten aanzien van de maximumduur van de proeftijd, art. 1 lid 2 Sr en art. 14b Sr, en 2. het oordeel van het hof dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de
Voorwaardelijke invrijheidstelling, verlenging proeftijd (6.1.18 Sv) niet toelaatbaar indien vonnis is gewezen voor 1 januari 2018 wegens strijd met art. 7 EVRM. Verzwaring executieregels impliceert “redefinition of the scope of the “penalty” imposed”
Conclusie AG. Veroordeling wegens poging tot doodslag van politieambtenaar die vuurwapengeweld heeft gebruikt bij aanhouding. Vijf middelen. Falende middelen over (1) verwerping beroep op art. 42 Sr [wettelijk voorschrift], (2) beroep op AVAS en over (4) voorwaardelijke opzet fal
Conclusie AG. Drie middelen. Middel drie klaagt over de oplegging van de bijkomende straf tot ontzetting van het recht bepaalde beroepen uit te oefenen (art. 28 Sr). Besproken wordt onder meer de wettelijke regeling van die bijkomende straf, het begrip ‘beroep’ en de verhouding m
Vordering verlenging proeftijd voorwaardelijke invrijheidstelling. Artikel 15c lid 3 Sr. Verlenging niet in strijd met artikel & EVRM.
Geen wettelijke basis voor strafbaarstelling voorbereidingshandelingen vuurwerkdelicten ex art. 1.2.2 lid 5 Vuurwerkbesluit; ovar.
Art. 81 lid 1 RO. Overheidsaansprakelijkheid. Identiteitsfraude. Schending art. 8 EVRM. Verjaring vordering tot schadevergoeding. Art. 3:310 BW.
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in (sprong)cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van rechtbank Gelderland van 14 juli 2017, nr. AWB 16/1332. Belanghebbende heeft in haar aangiften IB/PVV over de jaren 2001 tot en met
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Art. 36e.6 (oud) en 36e.9 Sr. In strafzaak nog niet onherroepelijk toegewezen vordering b.p. niet in mindering gebracht op schatting w.v.v. Ten onrechte toepassing gegeven aan nieuwe regeling van art. 36e.9 Sr i.p.v. t.t.v. feiten geldend
De economische politierechter verklaart artikel 1.2.2, vijfde lid, van het Vuurwerkbesluit onverbindend. De verdachte wordt voor dit feit ontslagen van alle rechtsvervolging.
OM-cassatie. Vrijspraak van handelen i.s.m. art. 184.1 Sr wegens overtreding van een ex art. 2.9A APV Amsterdam 2008 uitgevaardigde gebiedsverbod. Een veroordeling t.z.v. art. 184.1. Sr kan slechts volgen indien verdachte opzettelijk heeft gehandeld. Het Hof heeft in aanmerking g
Art. 1.1 Sr, 225.1 Sr, 235.1 Sr, 69.2 AWR en 69.6 AWR. Bijkomende straf: ontzetting van de uitoefening van het beroep van belastingadviseur/belastingconsulent. De in art. 235.1 Sr en art. 69.6 AWR vervatte bepalingen voorzien in de mogelijkheid van oplegging van een (bijkomende)
HR: art. 81.1 RO. Conclusie AG over de strafmotivering, LOVS-oriëntatiepunten en de door het Hof toegepaste versie van de oriëntatiepunten.
Ontslag van alle rechtsvervolging ter zake van het voorhanden hebben van twee imitatiewapens ivm de zgn. Speelgoedrichtlijn (Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009)
Proeftijd. Art. 14b (oud) jo 14c (oud) Sr. Het Hof heeft ten onrechte een proeftijd van drie jaren vastgesteld wat betreft de naleving van de algemene en bijzondere voorwaarden nu deze t.a.v. van zowel de algemene voorwaarden als de bijzondere voorwaarden - gelet op het in dez
Bijzondere voorwaarden Vervroegde Invrijheidstelling Volkert van der G. Hoger beroep van vonnis van de voorzieningenrechter De Haag van 30 juli 2014 (ECLI:NL:RBDHA:2014:9411)