Veroordeling 40 jarige Rwandees Joseph M. tot 20 jaar gevangenisstraf wegens foltering (meermalen met de dood als gevolg) ten tijde van de genocide in Rwanda in 1994. Hoofdstuk 1: Korte omschrijving van de aan verdachte verweten zeven strafbare feiten, primair ten laste gelegd
Wetboek van Strafrecht
Art. 1 Sr
Genoemd in 718 uitspraken · Officiële wettekst
718 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
-
Wet seksuele misdrijven. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetaanranding van twee slachtoffers (beetpakken vagina en betasten billen). Voldoende wettig en overtuigend bewijs + schakelbewijs. Vrijspraak t.a.v. de gekwalificeerde opzetaanranding: wetsgeschiedenis niet een
Zware mishandeling door politieagent bij aanhouding verdachte (art. 302 Sr). Is door inwerkingtreding art. 372 Sr (Wet geweldsaanwending opsporingsambtenaar) sprake van verandering van wetgeving als gevolg waarvan een voor verdachte gunstiger bepaling is komen te gelden (art. 1.2
Artikel 15c derde lid Wetboek van Strafrecht in strijd met artikel 7 EVRM.
Profijtontneming. Hoofdelijke aansprakelijkheid. Art. 36e.7 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:653. Het op 1 juli 2011 in werking getreden art. 36e.7 Sr houdt een wijziging van wetgeving in t.a.v. de toepasselijke regels van sanctierecht. Het na 1 juli 201
1. Art. 423.1 Sv, verzoek terugwijzing zaak naar de rb. 2. Voorwetenschap i.d.z.v. art. 46.2 Wte 1995. 3. Bewijsklacht. 4. Toepassen gunstiger bepalingen i.d.z.v. art. 1.2 Sr na wetswijziging van de artt. 46 en 46a Wte van 1 oktober 1995. 5. Strafoplegging. Ad 1. De HR herhaalt r
Vervolgingsuitlevering aan VS. De aard van de uitleveringsprocedure verzet zich ertegen dat de uitleveringsrechter met het oog op de beoordeling van de vraag of is voldaan aan het verdragsrechtelijke – in casu in art. 2 Uitleveringsverdrag neergelegde – vereiste betreffende de du
Cassatie in belang der wet. Overgangsrecht gewijzigd art. 14a.2 Sr. Bij de Wet herijking strafmaxima is per 1-2-06 art. 14a.2 Sr gewijzigd. Deze wet bevat geen voor deze regeling relevante overgangsbepaling. Bij de hier in het geding zijnde wijziging van het sanctiestelsel blijkt
Conclusie AG. OM-cassatie tegen partiële vrijspraak kindermishandeling. A-G beantwoordt vraag of psychische mishandeling zelfstandig strafbaar kan zijn als mishandeling i.d.z.v. art. 300 lid 1 en/of lid 4 Sr en zo ja, onder welke voorwaarden. Ten behoeve hiervan wordt o.a. ingega
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen invoer van cocaïne en uit soortgelijke feiten. In eerste aanleg is niet vastgesteld dat voldoende aanwijzingen bestaan dat betrokkene soortgelijke feiten heeft begaan. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.2 Sr. Kon hof oordelen da
Profijtontneming. 1. Geen middel van cassatie a.b.i. de wet. 2. Hoofdelijke aansprakelijkheid. Ad. 1. Het middel is immers gericht op vernietiging van de bestreden uitspraak voor het geval dat de cassatiemiddelen in de hoofdzaak gegrond zouden worden bevonden en ziet in zoverre e
1. Art.1.2 Sr. Verandering van wetgeving. Plaatsing op lijst II behorende bij de Opiumwet (Ow) van paddenstoelen die van nature de stof psilocine of psilocybine bevatten. 2. Reikwijdte van in art. 2 en 3 Ow vervatte verboden. Ad 1.HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR
Verdachte en OM-cassatie. 1. Strafbaarheid tlgd. Art. 1 Sr, art. 7 EVRM. Paintballmarker (paintballwapen). WWM, Regeling wapens en munitie. 2. Rechtsdwaling. 3. Middel A-G, nietigheid dagvaarding. Ad 1. Het Hof heeft overwogen dat een paintballmarker (paintballwapen) valt onder C
1. Art. 359a Sv. 2. Art. 14a Sr. Ad 1. Het Hof heeft het betoog van de raadsvrouwe kennelijk in die zin uitgelegd dat door haar aan het Hof de keuze is gelaten het aangevoerde op te vatten als een beroep op een vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv dan wel een - buiten het verband van
Verdachte heeft in Syrië als leider deelgenomen aan de criminele organisatie Liwa al Quds, een paramilitaire organisatie die tussen 2011 en 2017 in de burgeroorlog aan de kant van het Syrische regeringsleger heeft gestreden. Liwa al Quds had tot oogmerk het plegen van oorlogsmisd
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt de verdachte terzake van deelneming aan de voortzetting van de werkzaamheid van een organisatie (Bandidos MC) die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard, tot een taakstraf voor de duur van 80 uren. Het hof ga
Conclusie AG. Brandmoord op garagehouder in Breda. Klachten over de oplegging van een gevangenisstraf van 30 jaar zonder tbs aan een man die behandeld wil worden. Toepassing nieuwe vi-regeling. Totale duur gijzelingen van 365 dagen. De conclusie strekt tot verwerping van het bero
Vordering tot cassatie in het belang der wet. Verlenging van de proeftijd bij de voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) is wettelijk mogelijk sinds 1 januari 2018. Kan de proeftijd worden verlengd bij strafbare feiten die zijn begaan of veroordelingen die zijn uitgesproken voora
Aanvullende conclusie AG m.b.t. klachten b.p.’s over n-o verklaring c.q. afwijzing van hun vorderingen in de cold case-zaak t.z.v. de verkrachting en doodslag van Nicole van den Hurk in 1995. 1. Noopt art. 8 EVRM ertoe dat in de wetgeving wordt voorzien in een recht op (immaterië
Art. 1.2 Sr, verandering van wetgeving. Art. 30 WAM; art. 2.1 WAHV. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN BP6878. Het Hof is blijkens zijn overwegingen kennelijk uitgegaan van de opvatting dat onder een “verandering in de wetgeving” a.b.i. art. 1.2 Sr ook kan wo
Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (Wots); art. 15 Sr. Geval waarin buitenlandse vrijheidsstraf is opgelegd vóór datum inwerkingtreding (nieuwe) regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling op 1 juli 2008, maar waarin omzetting van deze straf in gevangenisstraf
Art. 249.2.3º Sr. 1. “werkzaam in de maatschappelijke zorg” en “aan zijn hulp hebben toevertrouwd” a.b.i. genoemde bepaling. 2. “ontucht” a.b.i. genoemde bepaling. Ad 1. De HR stelt voorop dat met de strafbaarstelling in art. 249.2.3° Sr van “degene die, werkzaam in de gezondheid
HR: 81RO. 1. Ambtshalve: verjaring. 2. Ambtshalve: art. 14a Sr. Ad 1. De feiten zijn begaan in de periode van 12-7-96 t/m 29-1-99. Op grond van art. 70.2° jo 72.2 Sr beloopt de verjaringstermijn in het onderhavige geval ten hoogste twee maal zes jaren. Voor zover de tenlastegeleg
Terrorisme-zaak. 1. Algemene overwegingen omtrent verhouding BVD-onderzoek en strafrechtelijk onderzoek; mate van controle strafrechter van BVD-onderzoek en toetsing bruikbaarheid in strafproces van door BVD vergaard materiaal. 2. Consequenties van onregelmatigheden in onderzoek