Vrijspraak van mishandeling en opzet- danwel schuldverkrachting. Veroordeling terzake van als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden, dat tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, zevende lid,
Wetboek van Strafrecht
Art. 197 Sr
Genoemd in 287 uitspraken · Officiële wettekst
287 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Themazitting artikel 197 Sr – Actualisering toetsingskader bewijsvraag artikel 197 Sr bij derdelanders, mede n.a.v. ECLI:NL:HR:2024:1621 (formele rechtskracht van besluit van bestuursorgaan in strafrecht en de wijze van toetsing inreisverbod). Nadere overwegingen over ontvankelij
Themazitting artikel 197 Sr – OM-appel na vrijspraak derdelander met inreisverbod in eerste aanleg –Actualisering toetsingskader bewijsvraag artikel 197 Sr bij derdelanders, mede n.a.v. ECLI:NL:HR:2024:1621 (formele rechtskracht van besluit van bestuursorgaan in strafrecht en de
Themazitting artikel 197 Sr – OM-appel na toepassing artikel 9a Sr in eerste aanleg – Actualisering toetsingskader bewijsvraag artikel 197 Sr bij derdelanders, mede n.a.v. ECLI:NL:HR:2024:1621 (formele rechtskracht van besluit van bestuursorgaan in strafrecht en de wijze van toet
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk vervoeren van 11,41 gram cocaïne. Daarnaast heeft hij in Nederland verbleven terwijl hij weet dat tegen hem een zwaar inreisverbod is uitgevaardigd. De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf van 4 maanden op.
Conclusie AG. Veroordeling wegens art. 197 Sr. Middel over ontbreken reactie op uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Conclusie plv. AG. Falend middel over oordeel hof dat de verdachte “een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormde”. Conclusie strekt tot vernietiging en strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in
bewaring; beroep; toets aan art. 8.22, zesde lid, Vb 2000; gronden maatregel; lichter middel; ongegrond.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden. De verdachte is schuldig bevonden aan mensensmokkel, begaan door meerdere personen.
Bewaring eerste beroep, 3b en 3h, geen lichter middel, beroep ongegrond.
Conclusie A-G. Prejudiciële vragen over de verhouding tussen de strafbaarstelling van mensensmokkel uit winstbejag (art. 197a lid 2 Sr) en de tewerkstelling van illegale vreemdelingen (art. 197b Sr). Art. 55 lid 2 Sr, lex specialis derogat lex generalis. 1. Art. 197b Sr is een in
Art. 197 Sr – Derdelander met inreisverbod – Uiteenzetting juridisch kader. Anders dan bij EU-onderdanen bestaat bij onderdanen van derde land voor ‘ex nunc-toets’ van actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging geen juridische grond.
Verzoek om een voorlopige voorziening i.v.m. besluit tot beëindiging EU-verblijfsrecht, onmiddellijk vertrek en ongewenstverklaring. Afgewezen. Geen onverwijlde spoed en geen evident onrechtmatig besluit.
Vrijspraak ongewenst verklaarde vreemdeling. Bestanddeel "zwaar inreisverbod" niet bewezen. Bewezenverklaring winkeldiefstal, medeplegen oplichting en diefstal geldbedragen door middel van valse sleutel. Hoogbejaard slachtoffer. Geen rechtmatige verblijfstatus en inreisverbod. Op
Officier van Justitie ontvankelijk, geen schending van het ne bis in idem-beginsel. Vrijspraak, winstbejag bij de verdachten kon niet worden vastgesteld.
Veroordeling art. 197 Sr. Toepassing art. 9a Sr, omdat de verdachte een ISD-maatregel ondergaat.
Veroordeling mishandeling en art. 197 Sr. Oplegging gevangenisstraf van 89 dagen. Afwijzing vorderingen TUL.
Artikel 197 Sr. Verblijf in Nederland van een derdelander in strijd met een zwaar inreisverbod. Begrip ‘openbare orde’. Actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving. Dubbele (ambtshalve) toets voor de strafrechter: [1] is he
Vrijspraak voor artikel 197 Sr voor EU-onderdaan. Hof kan niet vaststellen dat de verdachte op de ten laste gelegde datum een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging vormde die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Veroordeling voor schuldheling.
Vrijspraak artikel 197 Sr. Verdachte vormde ten tijde van het tenlastegelegde geen actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving.
Art. 197 Sr – EU-burger. Uitgebreide bewijsoverweging. Verdachte vormde t.t.v. het afgeven van de beschikking en t.t.v. het tenlastegelegde een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving.
Vrijspraak. Artikel 197 Wetboek van Strafrecht. Niet bewezen kan worden dat verdachte op de tenlastegelegde datum 'op grond van een wettelijk voorschrift' ongewenst was verklaard.
Bewaring en verwijdering Unieburger – rechtbank ziet in deze concrete procedure geen aanleiding om af te wijken van de vaste jurisprudentie dat het strafrechtelijk voortraject niet bij de rechtmatigheidsbeoordeling van de bewaringsmaatregel kan worden betrokken - besluit beëindig
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep
Themazitting art. 197 Sr – Ongewenstverklaarde EU-burger. Uiteenzetting juridisch kader en uitgebreide bewijsoverweging. Verdachte vormde ten tijde van het tenlastegelegde een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving.