Ongewenst vreemdeling. Het oordeel van het hof berust kennelijk op de opvatting dat voor de beantwoording van de vraag of het OM ontvankelijk is in de strafvervolging t.z.v. art. 197 Sr van belang is of dit feit aan het licht is gekomen bij de opsporing van andere strafbare feite
Wetboek van Strafrecht
Art. 197 Sr
Genoemd in 287 uitspraken · Officiële wettekst
287 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Themazitting artikel 197 Sr – Actualisering toetsingskader bewijsvraag artikel 197 Sr bij derdelanders, mede n.a.v. ECLI:NL:HR:2024:1621 (formele rechtskracht van besluit van bestuursorgaan in strafrecht en de wijze van toetsing inreisverbod). Inreisverbod niet evident in strijd
Conclusie AG. Als vreemdeling in Nederland verblijven terwijl hij weet dat hij tot ongewenste vreemdeling is verklaard (art. 197 Sr). Oordeel hof dat verdachte t.t.v. tenlastegelegde feit nog actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormde voor fundamenteel belang sam
Conclusie AG. Art. 197 Sr. 1: Hof heeft beroep op afwezigheid van alle schuld o.g.v. feit dat verdachte op aanraden vorige raadsman in Nederland was om zitting bij te wonen, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd verworpen. 2: Hof heeft oordeel dat verdachte geen rechtmati
Themazitting art. 197 Sr – OM-appel. Ongewenstverklaarde EU-burger. Uiteenzetting juridisch kader en uitgebreide bewijsoverweging. Verdachte vormde ten tijde van het tenlastegelegde een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samen
Vrijspraak overtreden inreisverbod. Bestanddeel 'op grond van een wettelijk voorschrift' uit artikel 197 Sr niet bewezen.
Ongewenst verklaard. Openbaar ministerie op eigen verzoek niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht.
Vrijspraak artikel 197 Sr (burger van de EU: poolse nationaliteit)
Conclusie A-G. Herziening ten voordele. De aanvrager is onherroepelijk veroordeeld wegens overtreding van art. 9 lid 1 WVW 1994 (rijdens ondanks rijontzegging). Na die veroordeling is het vonnis waarbij de rijontzegging werd uitgesproken, na een daartegen tardief ingesteld hoger
197 Sr (ongewenst vreemdeling / inreisverbod). Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in vervolging. Daarnaast strafoplegging, na terugwijzing door Hoge Raad, voor winkeldiefstal met geweld. De beantwoording van de door de Hoge Raad gestelde prejudiciële vraag is essentieel voor d
Winkeldiefstallen en twee maal 197 Sr.
OM niet-ontvankelijk t.z.v. van artikel 197. Nu sinds het tenlastegelegde langere tijd is verstreken, beantwoording door HvJ EU van door HR gestelde prejudiciële vragen essentieel is voor de beoordeling van de strafzaak en niet waarschijnlijk is dat de op 27 november 2018 gesteld
OM-cassatie. Art. 197 Sr en Terugkeerrichtlijn. Hof heeft verdachte, die naar Albanië was uitgezet, vrijgesproken t.z.v. verblijf in NL na ongewenstverklaring. Jegens verdachte is o.g.v. art. 67.c Vw 2000 een beschikking tot ongewenstverklaring uitgevaardigd. Verdachtes bezwaar d
Onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd t.z.v. overtreding van art. 197 Sr na uitgevaardigd inreisverbod. Terugkeerrichtlijn. Vervolg op ECLI:NL:HR:2016:515 waarin HR prejudiciële vragen aan HvJEU heeft gesteld. 1. Aanvang duur inreisverbod. 2. Oplegging onvoorwaardelijke geva
Art. 197 Sr en Terugkeerrichtlijn. Het uitgangspunt dat in een geval als het onderhavige, waarin verdachte t.t.v. zijn berechting t.z.v. het misdrijf van art. 197 Sr reeds is uitgezet naar Marokko, de Terugkeerrichtlijn aan de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf i
HR stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over art. 11 van de Terugkeerrichtlijn en houdt iedere verdere beslissing aan.
Art. 359a Sv. Verwerping verweer strekkende tot bewijsuitsluiting. Het Hof heeft bij de verwerping van het verweer tot uitgangspunt genomen dat sprake was van een onrechtmatige aanhouding van verdachte. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat die onrechtmatige aanhouding “geen invloe
Veroordeling voor het medeplegen van gewoontewitwassen, deelname aan een criminele organisatie en het als ongewenst verklaarde in Nederland verblijven. De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het witwassen van enkele miljoenen euro’s door grote geldbedragen
Artikel 197 Sr en de terugkeerprocedure: vertrekplicht verdachte vs. inspanningsverplichting Staat. De rechtbank is van oordeel dat de Staat zich reeds voor aanvang van de opnieuw ingestelde vreemdelingenbewaring ruim voldoende heeft ingespannen om terugkeer naar het land van her
197 Sr.
OM-cassatie. Onrechtmatige staandehouding i.h.k.v. Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV) een vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv? De klacht dat het Hof ten onrechte is uitgegaan van het oordeel van de ABRvS, faalt op de gronden vermeld in de conclusie van de AG onder 7.1.2. Uit hetgeen
De rechtbank is, anders dan verweerder, van oordeel dat ofschoon het besluit van 29 januari 2002 in rechte vaststaat, in dit geval de tegenwerping van artikel 1(F), die ten grondslag ligt aan de ongewenstverklaring, volledig door haar kan worden beoordeeld binnen het kader van de
Afstand gedaan van rechtsbijstand? HR stelt voorop dat art. 6.3 onder c, EVRM de verdachte het recht toekent om zichzelf te verdedigen dan wel zich te laten bijstaan door een advocaat. Die verdragswaarborg komt ook tot uitdrukking in het Wetboek van Sv. Ingevolge art. 28.1 Sv is
Herziening.
Conclusie AG. Uit winstbejag behulpzaam zijn bij verschaffen wederrechtelijk verblijf van meerdere personen, begaan door persoon die daar beroep van maakt (art. 197a lid 2 en 4 Sr). Aanvragen verblijfsvergunningen op basis van valse stukken. Vrijspraak in e.a. Falende klachten ov