Art. 197 Sr. Art. 61, 67 Vreemdelingenwet 2000. Richtlijn 2008/115/EG (terugkeerrichtlijn). 1. Verweren strekkende tot n-o verklaring OM in de vervolging. 2. Strafoplegging. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN BF8848. Het Hof heeft de verwerping van de verweren
Wetboek van Strafrecht
Art. 197 Sr
Genoemd in 287 uitspraken · Officiële wettekst
287 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Art. 81 RO. Uitsluitende bevoegdheid bestuursrechter in vreemdelingenzaken.
OM-cassatie. Niet-ontvankelijkheid OM en aanwezigheidsrecht. Het Hof heeft zijn oordeel kennelijk gebaseerd op de opvatting dat een inbreuk op het aanwezigheidsrecht van de verdachte "veroorzaakt doordat een overheidsinstantie in strijd met de regelgeving heeft gehandeld en de ov
art 197 WvSr Bewijsverweer: door implementatie van de Terugkeerrichtlijn bij wet van 15 december 2011 moet beslissing tot ongewenstverklaring worden gelijkgesteld met inreisverbod voor bepaalde duur van maximaal 5 jaar; beslissing tot ongewenstverklaring daterend van 4 augustus 2
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 197 Sr door in Nederland te verblijven terwijl zij wist dat zij tot ongewenst vreemdeling was verklaard en het haar dus niet was toegestaan in Nederland te verblijven. Uit het strafblad van verdachte blijkt dat zij
Twee uitspraken inzake artikel 197 Wetboek van Strafrecht. Het hof zet uiteen wat het toepassingsbereik is van de Terugkeerrichtlijn en welke betekenis de richtlijn heeft bij vervolging op grond van art. 197 Sr. Zo wordt in één uitspraak aandacht besteed aan de gewijzigde strafb
Bewijsklacht “o.g.v. art. 21 Vreemdelingenwet tot ongewenst vreemdeling was verklaard”. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van de door de raadsman aan de Hoge Raad gezonden uitspraak van de ABRvS, waarbij de ingangsdatum van de opheffing van de ongewenstverklaring van verdachte, me
Wet tijdelijk huisverbod (Wth). Art. 11.1 Wth. Het Hof heeft het bewezenverklaarde gekwalificeerd als ‘als uithuisgeplaatste handelen in strijd met een met toepassing van artikel 2 lid 1 van de Wet tijdelijk huisverbod gegeven huisverbod”. ’s Hofs oordeel dat het niet vermelden
eu-onderdaan, verblijfsbeeindiging en ongewenstverklaring
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het als vreemdeling verblijven in Nederland, terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling is verklaard. Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.
197 Sv, ongewenst verklaarde vreemdeling, El-Dridi-arrest, Achughbabian-arrest, Terugkeerrichtlijn, ongewenstverklaring niet strijdig met gemeenschapsrecht
Artikel 197 Sr. Het beroep op de Terugkeerrichtlijn faalt aangezien het besluit tot ongewenstverklaring is genomen vóór 24 december 2010. Ook het beroep op de Europese arresten El Dridi en Achughbabian wordt verworpen.
Veroordeling voor artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof verwerpt onder meer het verweer van de raadsman inhoudende dat voornoemd artikel strijdig is met het gemeenschapsrecht, in het bijzonder met de zogenaamde terugkeerrichtlijn.
Inzet politiefunctionaris als ‘stand-in’. ’s Hofs oordeel dat de inzet van een opsporingsambtenaar als “stand-in” niet onrechtmatig is, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat de wet geen uitputtend
art. 197 Sr: Ongewenstverklaring van verdachte is met terugwerkende kracht tot de datum van de beschikking opgeheven. Het openbaar ministerie gaat na de opheffing van de ongewenst-verklaring over tot dagvaarding ter zake van overtreding van artikel 197 Sr. Onzorgvuldigheid bij de
In deze zaak acht de rechtbank twee feiten bewezen. Ten eerste het handelen in verdovende middelen en daarnaast het verblijven van verdachte in Nederland terwijl omdat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling is verklaard.
Herziening.
Herziening.
HR: 81 RO.
Oplegging van een hechtenisstraf die niet op het bewezenverklaarde feit (een misdrijf) is gesteld.
Oplegging van een hechtenisstraf die niet op het bewezenverklaarde feit (een misdrijf) is gesteld.
Ongewenst vreemdeling; Verdachte is op 24 december 2010 per vliegtuig Nederland in gereisd voor een korte vakantie bij vrienden en hij heeft (anders dan door de raadsman is betoogd) aldus in Nederland verbleven, dit terwijl hij in 1999 door de Staatssecretaris van Justitie tot on
verzoek opheffing ongewenstverklaring Aanvraag opheffen ongewenstverklaring en ne bis in idem beginsel. De medische situatie van het kind van eiser en de invloed die daarvan uitgaat op de overige gezinsleden dienen te worden aangemerkt als nieuwe feiten of veranderende omstandigh
De verdachte is een EU-onderdaan en is bij beschikking van de IND ongewenst vreemdeling verklaard. Uit het arrest van 7 juni 2007 (C -50/07) van het Hof van Justitie volgt onmiskenbaar dat het destijds geldende Nederlandse vreemdelingenbeleid ten aanzien van EU-onderdanen in stri
Verdachte is Tsjech. Hij is ongewenst verklaart vóór toetreding van Tsjechië tot de Europese Unie. Ten tijde van de beschikking tot ongewenstverklaring was het gemeenschapsrecht dan ook nog niet van toepassing op verdachte. De ongewenstverklaring is zodoende niet getoetst aan de