Promis. Bevelsbevoegdheid van politie op grond van de APV in geval van verstoring openbare orde verbindend geacht. Voldoende uitdrukkelijke bevoegdheidsbepaling. Geoorloofde attributie door gemeenteraad aan politieambtenaren. Niet opvolgen bevel levert misdrijf van artikel 184, e
Wetboek van Strafrecht
Art. 184 Sr
Genoemd in 332 uitspraken · Officiële wettekst
332 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
Ordemaatregel inhoudende een verwijderingsbevel vd burgemeester een ‘criminal charge’ i.d.z.v. art. 6 EVRM? I.c. heeft de RvS het oordeel van de Rb dat het verwijderingsbevel niet kan worden aangemerkt als een ‘criminal charge’ i.d.z.v. art. 6 EVRM, bevestigd. De HR verwijst voo
Bevoegdheid tot strafrechtelijke ontruiming van gekraakt bedrijfspand door kraker ten aanzien van wie een redelijk vermoeden van overtreding van art. 429sexies Sr. bestaat? Kraker beschikt met betrekking tot het pand over een huisrecht. De ontruiming, die een inbreuk oplevert op
Verstek; aanwezigheidsrecht. ‘s Hofs oordeel dat i.c. de zaak in afwezigheid van verdachte kon worden afgedaan is zonder nadere motivering niet begrijpelijk,nu het Hof heeft vastgesteld dat verdachte die ochtend om 08.00 uur in vrijheid is gesteld en de zitting om 14.00 begon, zo
Daargelaten de vraag of een bevel of vordering tot verplaatsing van een auto een bevoegdheid is die uitdrukkelijk zijn grond vindt in artikel 124 Sv en of de weigering daartoe een overtreding oplevert van artikel 184 Sr op de wijze zoals in casu ten laste is gelegd overweegt het
Verdachte was op 9 september 2006 - tijdens het festival 'Dag van 1000 culturen' - met een aantal andere mensen een betoging aan het voeren tegen het standbeeld van Anton de Kom, dat zich op voornoemd plein bevindt. Verdachte en zijn medebetogers deelden flyers en pamfletten uit.
Verzet tegen de politie bij een betoging op het Anton de Komplein.
Bevel krachtens enig wettelijk voorschrift en ambtelijk bevel. Spoorwegwet 1875, ARV, WPV, BPV en art. 184 Sr. Verdachte heeft niet voldaan aan 2 aanwijzingen en een vordering van de Spoorwegpolitie om zich te verwijderen van het treinstation alwaar hij op een trein stond te wach
Bevel krachtens enig wettelijk voorschrift en ambtelijk bevel. Spoorwegwet 1875, ARV, WPV, BPV en art. 184 Sr. Verdachte heeft niet voldaan aan 2 aanwijzingen en een vordering van de Spoorwegpolitie om zich te verwijderen van het treinstation alwaar hij op een trein stond te wach
OM-cassatie. Art. 26 WED. Uit de tekst van art. 26 WED, waarin het begrip “opzettelijk” ziet op alle bestanddelen van het in die bepaling omschreven strafbare feit, volgt, i.o.m. de bedoeling van de wetgever dat voor de strafbaarheid van het in deze bepaling bedoelde misdrijf is
Art. 172.3 Gemw. Het Hof heeft geoordeeld dat, gelet op de door verdachte veroorzaakte overlast, de burgemeester o.g.v. art. 172.3 Gemw een gebiedsontzegging aan verdachte heeft kunnen opleggen en dat dit bevel voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De HR s
Artikel 2 van de Politiwet 1993 is voldoende basis om van iemand, in verband met ordeverstoring, te vorderen dat hij het uitgaansgebied verlaat. Een vordering die verder gaat, en niet alleen inhoudt dat betrokkene zich van een bepaalde plaats moet verwijderen, maar óók een verbo
Besluit burgemeester Amsterdam tot aanwijzing veiligheidsrisicogebied voldoende gemotiveerd. Geen schending van art. 8 EVRM. Verbale weigering fouillering te ondergaan levert overtreding art. 184 Sr. op.
Actievoerders dententiecentrum
Geldigheid dagvaarding. In geval van een vervolging wegens het niet voldoen aan een tot verdachte gerichte en kort daarna 2x herhaalde vordering (bevel) om een bepaalde plaats te verlaten, lijdt de dagvaarding i.h.a. niet aan nietigheid als in de op art. 184 Sr toegesneden tll ni
Niet voldoen aan een ambtelijk bevel door te weigeren een oorbel uit te doen? Een politieambtenaar is o.g.v. art. 28 van de Ambtsinstructie bevoegd een ingeslotene door het aftasten en doorzoeken van diens kleding te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen die tijdens de in
Niet voldoen aan een ambtelijk bevel door te weigeren een oorbel uit te doen? Een politieambtenaar is o.g.v. art. 28 van de Ambtsinstructie bevoegd een ingeslotene door het aftasten en doorzoeken van diens kleding te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen die tijdens de in
Begrippen “feit” en “vervoeren” in de Ow. Art. 10a.1 Ow stelt, in verbinding met art. 10.3 en art. 2.1, aanhef en onder B, Ow, vzv. hier van belang, strafbaar het voorbereiden of bevorderen van het opzettelijk vervoeren van verdovende middelen, waaronder heroïne. Het middel stelt
Bezwaarschriftprocedure ex art. 262 Sv. Taak wetgever. 1. Geen bevelbevoegdheid obv art. 2 Politiewet 1993? 2. Krachtens wettelijk voorschrift gegeven bevel ex art. 184.1 Sr. Door een hoofdagent van de Spoorwegpolitie is aan verdachte het bevel gegeven zich te verwijderen uit Ams
Fort Pannerden.
Fort Pannerden.
Fort Pannerden.
1. Verhouding tussen niet naleven van verplichtingen uit de Vreemdelingenwet 2000 en het opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering (artikel 184 WvSr). Noch de wetsgeschiedenis van artikel 108 van de huidige Vreemdelingenwet 2000, noch de wetsgeschiedenis van artikel 44
Bij besluit van 20-11-02 heeft de burgemeester van A’dam een deel van die stad aangewezen als veiligheidsrisicogebied, voor de duur van 6 maanden, welke aanwijzing bij besluit van 26-6-03 met 12 maanden is verlengd, met wijziging van de gebiedsgrenzen. In een veiligheidsrisicogeb
Verdachte heeft zich fysiek verzet tegen een tweetal opsporingsambtenaren dat hem wilde aanhouden op verdenking van het hebben gepleegd van het niet voldoen aan een krachtens de Wet op de economische delicten gedane vordering. Verdachte heeft door zijn handelen overlast veroorzaa