De burgemeester was op grond van de wet openbare manifestaties niet bevoegd om beperkingen te stellen aan de anti-kraakwet demonstratie in 2011 en de 1 mei demonstratie in 2012. De bevoegdheid beperkingen te stellen bestaat voor demonstraties die door de organisatie van de demons
Wetboek van Strafrecht
Art. 184 Sr
Genoemd in 332 uitspraken · Officiële wettekst
332 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
De verdachte wordt beschuldigd van ovetreden van Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Ridderkerk door geen gevolg te geven aan het bevel of de vordering van de ambtenaren. Het Hof verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt d
Bij de aan de HR toegezonden stukken bevindt zich niet een aanvulling als bedoeld in art. 365a.2 Sv houdende de bewijsmiddelen; het arrest kan daarom niet in stand blijven.
Art 184.1 Sr eist een “krachtens wettelijk voorschrift” gedane vordering. Een dergelijk voorschrift moet uitdrukkelijk inhouden dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van een vordering (vgl. HR LJN BB4108). De tenlastelegging en bewezenverklaring houden in dat de v
Hofstad. 1. Art. 140 en art. 140a Sr. Deelneming aan een criminele c.q. terroristische organisatie. 2. “Openbaar gezag” a.b.i. art. 131 Sr en art. 132.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. het bestanddeel “deelneming” uit HR LJN BM4415. ’s Hofs oordeel dat de verd
OM-cassatie. Art. 184.1 Sr, “krachtens wettelijk voorschrift”. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BB4108. Het in de tenlastelegging genoemde art. 14 Communautair Douanewetboek (CDW) is een voorschrift dat kan worden aangemerkt als “wettelijk voorschrift” i.d.z.v. ar
Hofstad. 1. Art. 140 en art. 140a Sr. Deelneming aan een criminele c.q. terroristische organisatie. 2. “Openbaar gezag” a.b.i. art. 131 Sr en art. 132.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. het bestanddeel “deelneming” uit HR LJN BM4415. 1. Uit de door het Hof vast
Wettelijk voorschrift als bedoeld in art. 184 Sr. Het oordeel van het Hof dat art. 2.1.1.1 in verbinding met art. 6.2 APV Ridderkerk een wettelijk voorschrift inhoudt als omschreven in art. 184 Sr, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Art. 184.1 Sr eist een “krachtens wettel
Wet Openbare Manifestaties (WOM) en 184 sr; verdachte is op grond van 2.2 lid 3 APV Amsterdam gesommeerd zich te verwijderen omdat hij deelnemers van de betoging "schreeuw voor leven" hinderde. Nu verdachte zelf ook deel uitmaakte van een (tegen)betoging, was de WOM van toepassin
OM-cassatie. Art 184.1 Sr eist een “krachtens wettelijk voorschrift” gedane vordering. Een dergelijk voorschrift moet uitdrukkelijk inhouden dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van een vordering (vgl. HR LJN BB4108). De tenlastelegging houdt in dat de vordering
Grondslagverlating. Art. 184 Sr. Bij de strafbaarstelling van art. 184.1 Sr, voor zover dat het beletten, belemmeren of verijdelen van door aldaar bedoelde ambtenaren ondernomen handelingen betreft, is als vereiste opgenomen dat die handelingen “ter uitvoering van enig wettelijk
Politierechter; huisvredebreuk; lokaalvredebreuk; artikel 261 Strafvordering; onvoldoende duidelijk; onvoldoende specifiek; nietigheid van de dagvaarding; artikel 9 Grondwet; recht op vergadering en betoging; Gemeentewet; APV Zaanstad; Hoge Raad 24 september 2002 (LJN AE2126).
Artikel 2.1.1.2 jo artikel 6.2 APV Uden niet te beschouwen als 'wettelijk voorschrift' i.d.z.v. artikel 184 lid 1 Sr omdat het weliswaar een bevelsbevoegdheid in het leven roept maar niet tevens inhoudt dat de tot het geven van een bevel bevoegde functionaris tevens belast is met
Artikel 2.1.1.2 jo artikel 6.2 APV Uden niet te beschouwen als 'wettelijk voorschrift' i.d.z.v. artikel 184 lid 1 Sr omdat het weliswaar een bevelsbevoegdheid in het leven roept maar niet tevens inhoudt dat de tot het geven van een bevel bevoegde functionaris tevens belast is met
Bevoegdheid tot het opleggen van een zgn. tramverbod voor langere duur; artikelen 72, 73, 74 en 98 Wet personenvervoer 2000; bevoegdheid aangenomen o.g.v. wetsgeschiedenis.
Beklag, beslag. Casus: niet natuurlijke dood verpleegd persoon. OM vordert medisch zorgdossier van (nog) niet verdachte(n). 1. Artt. 105, 96a.3 en 218 Sv. Bevel tot uitlevering. Verschoningsgerechtigde. 2. Maatstaf. 3. Nemo tenetur-beginsel. Ad 1. Noch de tekst van de wet noch de
Beklag, beslag. Casus: niet natuurlijke dood verpleegd persoon. OM vordert medisch zorgdossier van (nog) niet verdachte(n). 1. Artt. 105, 96a.3 en 218 Sv. Bevel tot uitlevering. Verschoningsgerechtigde. 2. Maatstaf. 3. Nemo tenetur-beginsel. Ad 1. Noch de tekst van de wet noch de
Verhouding generalis – specialis bij de strafbepalingen van de artikelen 184 en 447e van het Wetboek van Strafrecht. Ontslag van alle rechtsvervolging. Artikel 447e Wetboek van Strafrecht moet worden beschouwd als een systematische specialis van artikel 184 Wetboek van Strafrecht
Vrijspraak van betogers tegen plaatsing C-2000 zendmast ter zake het niet voldoen aan een ambtelijk gegeven bevel (art. 184 Sr). Nu het handelen van de verdachte en zijn medeverdachten veeleer de kenmerken van een betoging bezat dan die van een samenscholing als bedoeld in art. 2
Artikel 2.1.1.1 van de APV van Ridderkerk en artikel 6.2. van die APV Aan de verdachte is op grond van artikel 184 Sr -kort gezegd- ten laste gelegd dat hij niet heeft voldaan aan een door een politieambtenaar gegeven bevel om zich te verwijderen. Eén van de in artikel 184 Sr opg
OM-cassatie. Beklag ex 552a Sv. Vordering tot uitlevering ter inbeslagneming ex art. 18 WED. Nemo-tenetur-beginsel. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN AV1141 en LJN ZD0834. Het recht van de verdachte om zichzelf niet te belasten is - in de woorden van het EHR
Verdachte is ter zake van overtreding van artikel 184 Sr vrijgesproken. Voorts is verdachte ter zake van lokaalvredebreuk, eenvoudige belediging van politieagenten en wederspannigheid veroordeeld tot een werkstraf van 45 uren.
openbare orde, Sri Lanka, gezinshereniging De rechtbank overweegt dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de enkele omstandigheid dat eiser een jonge Tamil is en dat hij langdurig in het buitenland heeft verbleven onvoldoende is voor de conclusie dat eiser
Promis. Bevelsbevoegdheid van politie op grond van de APV in geval van verstoring openbare orde verbindend geacht. Voldoende uitdrukkelijke bevoegdheidsbepaling. Geoorloofde attributie door gemeenteraad aan politieambtenaren. Niet opvolgen bevel levert misdrijf van artikel 184, e
Promis. Bevelsbevoegdheid van politie op grond van de APV in geval van verstoring openbare orde verbindend geacht. Voldoende uitdrukkelijke bevoegdheidsbepaling. Geoorloofde attributie door gemeenteraad aan politieambtenaren. Niet opvolgen bevel levert misdrijf van artikel 184, e