Art. 184.1 Sr. eist een “krachtens wettelijk voorschrift” gedane vordering. Een dergelijk voorschrift moet uitdrukkelijk inhouden dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van een vordering (vgl. HR LJN BB4108). De tenlastelegging en bewezenverklaring houden in dat de
Wetboek van Strafrecht
Art. 184 Sr
Genoemd in 332 uitspraken · Officiële wettekst
332 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Art 184.1 Sr eist een “krachtens wettelijk voorschrift” gedane vordering. Een dergelijk voorschrift moet uitdrukkelijk inhouden dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van een vordering (vgl. HR LJN BB4108). De tenlastelegging en bewezenverklaring houden in dat de v
OM-cassatie. Art. 184.1 Sr, “krachtens wettelijk voorschrift”. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BB4108. Het in de tenlastelegging genoemde art. 14 Communautair Douanewetboek (CDW) is een voorschrift dat kan worden aangemerkt als “wettelijk voorschrift” i.d.z.v. ar
OM-cassatie. Art. 26 WED. Uit de tekst van art. 26 WED, waarin het begrip “opzettelijk” ziet op alle bestanddelen van het in die bepaling omschreven strafbare feit, volgt, i.o.m. de bedoeling van de wetgever dat voor de strafbaarheid van het in deze bepaling bedoelde misdrijf is
Bij besluit van 20-11-02 heeft de burgemeester van A’dam een deel van die stad aangewezen als veiligheidsrisicogebied, voor de duur van 6 maanden, welke aanwijzing bij besluit van 26-6-03 met 12 maanden is verlengd, met wijziging van de gebiedsgrenzen. In een veiligheidsrisicogeb
Opzettelijk niet voldoen aan bevel of vordering, krachtens art. 2.3.13 APV Breda 2004 gedaan door burgemeester van Breda, om zich verwijderd te houden uit ‘VAST gebied’, art. 184.1 Sr. Bevel of vordering ‘krachtens wettelijk voorschrift’? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR
Bij de aan de HR toegezonden stukken bevindt zich niet een aanvulling als bedoeld in art. 365a.2 Sv houdende de bewijsmiddelen; het arrest kan daarom niet in stand blijven.
Wet Openbare Manifestaties (WOM) en 184 sr; verdachte is op grond van 2.2 lid 3 APV Amsterdam gesommeerd zich te verwijderen omdat hij deelnemers van de betoging "schreeuw voor leven" hinderde. Nu verdachte zelf ook deel uitmaakte van een (tegen)betoging, was de WOM van toepassin
Bezwaarschriftprocedure ex art. 262 Sv. Taak wetgever. 1. Geen bevelbevoegdheid obv art. 2 Politiewet 1993? 2. Krachtens wettelijk voorschrift gegeven bevel ex art. 184.1 Sr. Door een hoofdagent van de Spoorwegpolitie is aan verdachte het bevel gegeven zich te verwijderen uit Ams
Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan niet worden afgeleid dat aan verdachte een bevel is gegeven ex art. 163 WVW 1994 medewerking te verlenen aan een onderzoek ex art. 8.2.a van deze wet. Blijkens die bewijsmiddelen is immers aan verdachte door de opsporingsambtenaar gevraagd zijn
Niet voldoen aan ambtelijk bevel, art. 184.1 Sr. Bevat art. 160.7 (oud) WVW 1994 een bevelsbevoegdheid? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2008:BB4108 over het vereiste van een uitdrukkelijke “bevelsbevoegdheid”. Blijkens de bewezenverklaring en de kwalificatie heeft hof g
Opzettelijk niet voldoen aan ambtelijk bevel van motoragent door bestuurder van auto, art. 184.1 Sr. Bevoegdheid tot “preventief fouilleren” in veiligheidsrisicogebied o.b.v. WWM. Krachtens wettelijk voorschrift a.b.i. art. 184 Sr? Art. 184.1 Sr eist ‘krachtens wettelijk voorschr
Conclusie AG. Hof heeft blijkens de bewezenverklaring geoordeeld dat het door de betrokken politieambtenaar gegeven bevel om het voertuig van de verdachte te doen stilhouden een krachtens art. 151b Gemeentewet en de art. 50, 51 en 52 WWM gedaan bevel is, dat heeft te gelden als ‘
Art. 184.1 Sr. Blijkens de bewezenverklaring is een “onbekend gebleven persoon als verdacht van overtreding van art.184 Sr” op heterdaad aangehouden. De in het kader van deze aanhouding verrichte handelingen zijn ondernomen ter uitvoering van het in art. 53 Sv bepaalde. De tll.
Wettelijk voorschrift a.b.i. art. 184.1 Sr. Artt. 159, 160.1, 177 en 178.2 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BB4108 en ECLI:NL:HR:2014:3639 m.b.t. het feit dat het in art. 184.1 Sr bedoelde wettelijk voorschrift uitdrukkelijk moet inhouden dat de be
Jeugdzaak. Slagende bewijsklacht. Het aangevoerde strekte ten betoge dat de politieambtenaren niet werkzaam waren ‘in de rechtmatige uitoefening van de bediening’, zoals de op art. 180 Sr toegesneden tll. inhoudt, aangezien zij buitensporig geweld op verdachte hebben toegepast. B
1. Krachtens wettelijk voorschrift gedane vordering, art. 184.1 Sr, niet opvolgen ambtelijk bevel. 2. Belediging, art. 266 jo 267 sub 2 Sr. Ad 1. Tenlastegelegd en bewezenverklaard is dat de vordering aan de verdachte om te vertrekken is gedaan krachtens art. 10 APV ’s-Hertogenbo
Conclusie AG. Mishandeling en niet voldoen aan bevel tot medewerking nader onderzoek van uitgeademde lucht. M1: uos-klacht over causaal verband tussen gedragingen en letsel. M2: klacht over oordeel dat bevel om mee te werken aan nader onderzoek van uitgeademde lucht ex art. 55e.1
Vrijspraak artikel 184 lid 1 Sr omdat de wettelijke bepalingen m.b.t. bevel sluiting woning niet een uitdrukkelijke bevels- en/of vorderingsbevoegdheid als vereist voor artikel 184 lid 1 Sr bevatten ten aanzien van personen die een woning na de sluiting toch betreden. Geen sprake
Opzettelijk niet voldoen aan bevel of vordering, krachtens art. 126zs Sv gedaan door politieambtenaar, om mee te werken aan onderzoek aan kleding, art. 184.1 Sr. Is bevel of vordering ‘krachtens wettelijk voorschrift’ gedaan? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2008:BB4108
Conclusie AG. Art. 184 Sr. Opzettelijk niet voldoen aan vordering gegeven op grond van art. 126zs Sv. Middel klaagt over oordeel hof dat sprake is van bevel of vordering (krachtens enig wettelijk voorschrift gegeven) in de zin van art. 184 lid 1 eerste zinssnede Sr. AG gaat in op
Niet voldoen aan bevel medewerking nader onderzoek van uitgeademde lucht, art. 184.1 Sr. Is bevel mee te werken aan nader onderzoek van uitgeademde lucht (art. 55e.1 Sv) rechtsgeldig gegeven, ook al is daaraan geen voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht (art. 55d.1.a Sv) voora
Conclusie AG. Art. 184.1 Sr. Falend middel over verwerping verweer onrechtmatigheid gebiedsverbod. Conclusie strekt tot verwerping (art. 81.1 RO).
Ontruiming Hotel Mokum. Niet voldoen aan een (nood)bevel en/of opzettelijk enige handeling van politie beletten, belemmeren of verijdelen (art. 184 Sr)? Vrijspraak: noodbevel was niet tegen de verdachte gericht.
Conclusie AG. Art. 184.1 Sr. Bewezenverklaarde niet-voldoen aan 'krachtens de wet' gegeven bevel of vordering ontoereikend gemotiveerd. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.