Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:83

2026-01-27 Strafrecht 23/04312
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-01-27
Publicatiedatum
2026-01-21
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
23/04312
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2026-0027 | NJB 2026/309 | NJ 2026/80 | RvdW 2026/276 | NTS 2026/9

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Opzettelijk niet voldoen aan bevel of vordering, krachtens art. 126zs Sv gedaan door politieambtenaar, om mee te werken aan onderzoek aan kleding, art. 184.1 Sr. Is bevel of vordering ‘krachtens wettelijk voorschrift’ gedaan? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2008:BB4108 over vereiste uitdrukkelijke bevels- of vorderingsbevoegdheid. Art. 126zs Sv houdt niet uitdrukkelijk in dat politie is gerechtigd tot geven van bevel of doen van vordering als in bewezenverklaring bedoeld. Daarom is bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd v.zv. deze inhoudt dat bevel of vordering ‘krachtens wettelijk voorschrift’ is gedaan. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.313 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/04312

Datum 27 januari 2026




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 november 2023, nummer 21-000025-22, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A.C. Vingerling bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.




2Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering als bedoeld in artikel 184 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).


2.2

Overeenkomstig de tenlastelegging is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:
“hij op 12 augustus 2021 te [plaats] opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 126zs Wetboek van Strafvordering, gedaan door een politieambtenaar, te weten verbalisant onder nummer […] en verbalisant onder nummer […] ,
belast met de uitoefening van enig toezicht en belast met en bevoegd verklaard tot het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten,
door, nadat deze ambtenaren hem hadden bevolen en gevorderd mee te werken aan een onderzoek aan zijn kleding en hieraan geen gevolg te geven.”



2.3

De volgende bepalingen zijn van belang.
- Artikel 184 lid 1 Sr:
“Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast of door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten, alsmede hij die opzettelijk enige handeling, door een van die ambtenaren ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, belet, belemmert of verijdelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.”
- Artikel 126zs van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv):
“1. In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf is de opsporingsambtenaar, bij bevel daartoe van de officier van justitie, bevoegd in het belang van het onderzoek personen aan de kleding te onderzoeken.
2. De opsporingsambtenaar is bij een dergelijk bevel voorts bevoegd gebruik te maken van detectieapparatuur of andere hulpmiddelen.
3. Artikel 126zq, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze van uitvoering van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.”
- Artikel 126zq lid 3 en 4 Sv:
“3. Het bevel kan mondeling worden gegeven. Het wordt gegeven voor een periode van ten hoogste twaalf uren, voor een daarbij omschreven gebied. De geldigheidsduur kan telkens met ten hoogste twaalf uren worden verlengd.
4. In bij algemene maatregel van bestuur aangewezen veiligheidsrisicogebieden kan voor de uitoefening van een in dit artikel bedoelde bevoegdheid onder bij die algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden een bevel van de officier van justitie achterwege blijven.”



2.4
De tenlastelegging is toegesneden op artikel 184 lid 1 Sr. Die bepaling eist een ‘krachtens wettelijk voorschrift’ gegeven bevel of gedane vordering. Zo’n voorschrift moet uitdrukkelijk inhouden dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het geven van een bevel of het doen van een vordering (vgl. HR 29 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB4108).


2.5
De tenlastelegging en bewezenverklaring houden in dat sprake is van een “bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 126zs Wetboek van Strafvordering, gedaan door een politieambtenaar”. Deze bepaling houdt echter niet uitdrukkelijk in dat de politie is gerechtigd tot het geven van een bevel of het doen van een vordering als in de bewezenverklaring bedoeld. Daarom is de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd voor zover deze inhoudt dat het bevel of de vordering ‘krachtens wettelijk voorschrift’ is gedaan.


2.6
Het cassatiemiddel slaagt.




3Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.




Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 januari 2026.